Casus

Sommige personen hebben uit hoofde van hun beroep of ambt een geheimhoudingsplicht, neergelegd in gedragsregels of wet. Gewezen kan worden op bijvoorbeeld de Gedragsregels voor advocaten en de Wet op het Notarisambt. Om deze geheimhoudingsplicht ook in rechte geldend te kunnen maken is aan hen krachtens art. 165 lid 2 onder b Rv een beroep op het verschoningsrecht toegekend omtrent ‘hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd’. Dit wordt ook wel aangeduid als het professioneel of functioneel verschoningsrecht.

Essentie

De Hoge Raad heeft in zijn standaardarrest Maas II als grondslag voor dit professionele verschoningsrecht gegeven:

‘een in Nederland geldend algemeen rechtsbeginsel dat meebrengt dat bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden’.

In de rechtspraak is het verschoningsrecht onder meer toegekend aan advocaten, notarissen, geestelijken, journaliste en medici.