Download hier het nieuwe handboek loonheffingen

De Belastingdienst heeft een nieuwe en actuele pdf van het ‘Handboek Loonheffingen 2019’ uitgebracht

In deze uitgave zijn de wijzigingen tot 1 juli 2019 verwerkt. Het betreft een dynamisch document, dat telkens bijgehouden wordt. U kunt het ‘Handboek Loonheffingen 2019’ hier downloaden.

Het volledige document staat op deze pagina, echter voor een meer leesbare versie kunt u ook het meest recente handboek loonheffingen hier downloaden, klik op deze link

Bronvermelding: Belastingdienst.nl
Hilger Administratie is hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP’er en het MKB

Handboek Loonheffingen 2019

Uitgave 1 juli 2019

LH 022 – 1T92FD

Inhoudsopgave
Versiebeheer …………………………………………………………………………………………….. 8
Wijzigingen 2e kwartaal 8
Stappenplan …………………………………………………………………………… 10

Stap 1 Nagaan of er een dienstbetrekking is …………………………………………………. 10
1.1 Wat is een dienstbetrekking? 10
1.2 Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde 13

Stap 2 Gegevens werknemer administreren …………………………………………………… 15
2.1 Aanmelden als werkgever 15
2.2 Identiteit van uw werknemer vaststellen 16
2.3 Gegevens voor de loonheffingen krijgen 17
2.4 Eerstedagsmelding doen 20
2.5 Fusie of overname en dergelijke 20
2.6 Anoniementarief 20

Stap 3 Loonadministratie aanleggen …………………………………………………………….. 22
3.1 Informatie die u nodig hebt voor de loonadministratie 22
3.2 Algemene administratieve verplichtingen 23
3.3 Bijzondere administratieve verplichtingen 24
3.4 Inkomstenverhouding 26
3.5 Bewaarplaats, bewaartermijn en controle 31
3.6 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen 32

Stap 4 Bepalen wat tot het loon hoort ………………………………………………………….. 33
4.1 Uniform loonbegrip voor de loonheffingen 33
4.2 Loon 34
4.3 Loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking 36
4.4 Loon in geld 37
4.5 Loon in natura 39
4.6 Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen 40
4.7 Uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere gebeurtenissen 41
4.8 Aanspraken, en uitkeringen op grond van aanspraken 41
4.9 Negatief loon 42
4.10 Verzekeringsuitkeringen die belast zijn voor de loonheffingen 43
4.11 Aandelenopties 44
4.12 Geen loon of geen belast loon 45
4.13 Schema loon 48
4.14 Doorbetaaldloonregeling (afstaan van loon) 49
4.15 Cafetariaregeling 49

Stap 5 Premies werknemersverzekeringen berekenen …………………………………….. 52
5.1 Werknemersverzekeringen en premies 52
5.2 Premie WW-Awf 53
5.3 Sectorpremie 54
5.4 Ufo-premie 55
5.5 Basispremie WAO/IVA/WGA 55
5.6 Gedifferentieerde premie Whk 55
5.7 Premies werknemersverzekeringen berekenen 60
5.8 Eigenrisicodragerschap werknemersverzekeringen 63

Stap 6 Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw berekenen ……………………………………. 68
6.1 Nominale premie Zvw 68
6.2 Werkgeversheffing Zvw en bijdrage Zvw 68

Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen …………………………… 74
7.1 Grondslag voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen bepalen 74
7.2 Wanneer loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden: hoofdregel 77
7.3 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen: rekenvoorschriften en tabellen 79
7.4 Van nettoloon naar brutoloon: bruteren 98
7.5 Eindheffing 99
7.6 Regels voor het bij elkaar optellen van lonen 99

Stap 8 Eindheffing werkkostenregeling berekenen …………………………………………. 105
8.1 Hoe werkt de werkkostenregeling? 105
8.2 Hoe werkt de vrije ruimte? 108

Stap 9 Bedragen in de loonstaat boeken ………………………………………………………. 110
9.1 Rubrieken loonstaat 110
9.2 Kolommen loonstaat 110

Stap 10 Loonstrook aan werknemers geven ………………………………………………….. 116

Stap 11 Loonheffingen aangeven en betalen …………………………………………………. 118
11.1 Aangiftetijdvak 118
11.2 Aangifte doen 120
11.3 Controle van de aangifte na verzenden 124
11.4 Betalen 125
11.5 Boetes 127
11.6 Aansprakelijkheid 129
11.7 Aangifte pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen 131

Stap 12 Aangiften corrigeren ………………………………………………………………………. 132
12.1 Welke gegevens moet u corrigeren en wanneer? 132
12.2 Manieren van corrigeren 133
12.3 Correcties over 2019 136
12.4 Correcties over 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 138
12.5 Belastingrente en boetes bij corrigeren 140
12.6 Schema correcties over 2019, 2018, 2017, 2016, 2015 en 2014 142
Stap 13 Jaaropgaaf aan werknemers geven ………………………………………………….. 143
13.1 Aantal jaaropgaven 143
13.2 Jaaropgaaf vormvrij 143
13.3 Verplichte gegevens op de jaaropgaaf 2019 143

Stap 14 Informatieplicht …………………………………………………………………………….. 145
14.1 Boekenonderzoek 145
14.2 Bedrijfsbezoek 145
14.3 Waarneming ter plaatse 145
14.4 Meewerken aan controle 146
14.5 Informatieverzoeken 146

Stap 15 Einde van inhoudingsplicht of dienstbetrekking ………………………………….. 147
15.1 U bent niet meer inhoudingsplichtig 147
15.2 Dienstbetrekking van een werknemer eindigt 148

Thema’s ………………………………………………………………………………… 150

16 Bijzondere arbeidsrelaties ……………………………………………………………………… 150
16.1 (Partners van) aandeelhouders met een aanmerkelijk belang 150
16.2 Aannemers van werk en hun hulpen 154
16.3 Agenten en subagenten 155
16.4 Artiesten 155
16.5 Au pairs 155
16.6 Beroepssporters 156
16.7 Bestuurders 156
16.8 Commissarissen 157
16.9 Gelijkgestelden 157
16.10 Leerlingen en stagiairs 158
16.11 Meewerkende kinderen 159
16.12 Oproepkrachten 160
16.13 Personeel of dienstverlening aan huis 161
16.14 Pseudowerknemers (opting-in) 163
16.15 Sekswerkers die werken voor een exploitant 164
16.16 Studenten en scholieren 165
16.17 Thuiswerkers en hun hulpen 166
16.18 Topsporters met een A-status 167
16.19 Uitzendkrachten en payrollmedewerkers 167
16.20 Vrijwilligers 168
16.21 Werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt 170

17 Werken over de grens: loonbelasting ………………………………………………………. 172
17.1 Algemene uitleg over belastingheffing bij grensoverschrijdende arbeid 172
17.2 Meest voorkomende gevallen van grensoverschrijdende arbeid 177
17.3 Bijzondere situaties 182
17.4 Extraterritoriale kosten en de 30%-regeling 184
17.5 Werkkostenregeling in buitenlandsituaties 190
17.6 Vrijstelling van aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor uw werknemers 194

18 Werken over de grens: sociale zekerheid …………………………………………………. 196
18.1 Algemene uitleg over sociale zekerheid bij grensoverschrijdende arbeid 196
18.2 Meest voorkomende gevallen van grensoverschrijdende arbeid 199
18.3 Bijzondere situaties 206

19 Aanspraken, vrijgestelde uitkeringen, ontslaguitkeringen en pensioenen ………. 209
19.1 Aanspraken en uitkeringen op grond van aanspraken 209
19.2 Vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen 215
19.3 Ontslaguitkeringen 217
19.4 Pensioen, prepensioen en vroegpensioen 218

20 Gerichte vrijstellingen, nihilwaarderingen en normbedragen ……………………….. 223
20.1 Gerichte vrijstellingen 223
20.2 Nihilwaarderingen 232
20.3 Normbedragen 238

21 Vervoer en reiskosten ……………………………………………………………………………. 242
21.1 Reizen met een eigen auto, motor, (brom)fiets enzovoort 242
21.2 Reizen met openbaar vervoer 247
21.3 Reizen met een personenauto van de zaak 252
21.4 Reizen met een bestelauto van de zaak 273
21.5 Reizen met een ander vervoermiddel van de zaak 280
21.6 Reizen met een taxi, boot of vliegtuig 280
21.7 Fietsen 280
21.8 Carpoolregeling 282
21.9 Vervoer vanwege de werkgever 283
21.10 Parkeergelegenheid 283
21.11 Reiskosten voor periodiek gezinsbezoek 284
21.12 Tijdelijk ander vervoer door wegwerkzaamheden 285

22 Levensloopregeling ……………………………………………………………………………….. 286
22.1 Sparen in de levensloopregeling 286
22.2 Bijdrage werkgever 287
22.3 Schriftelijk vastleggen 287
22.4 Opnemen uit levenslooptegoed 288
22.5 Overlijden van de werknemer 289
22.6 Levensloopverlofkorting 289
22.7 Levensloopregeling en pensioen 290
22.8 Deelname directeur-grootaandeelhouder aan levensloopregeling 290

23 Heffingskortingen …………………………………………………………………………………. 291
23.1 Loonheffingskorting 291

24 Eindheffingen ……………………………………………………………………………………….. 297
24.1 Eindheffing naheffingsaanslagen 297
24.2 Eindheffing publiekrechtelijke uitkeringen 298
24.3 Eindheffing tijdelijke knelpunten van ernstige aard 299
24.4 Eindheffing verstrekkingen aan anderen dan uw werknemers 299
24.5 Eindheffing goederen en diensten in de promotionele sfeer en voordelen uit spaarsystemen voor
anderen dan uw werknemers
299
24.6 Eindheffing doorlopend afwisselend gebruik bestelauto’s 300
24.7 Pseudo-eindheffing RVU-regeling 300
24.8 Pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen 301
24.9 Eindheffing berekenen 301

25 Afdrachtverminderingen …………………………………………………………………………. 303
25.1 Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk 303
25.2 Afdrachtvermindering zeevaart 306

26 Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV ……………….. 309
26.1 Loonkostenvoordelen 309
26.2 Lage-inkomensvoordeel (LIV) 315
26.3 Jeugd-LIV 318
26.4 Verloonde uren 320

27 Gemoedsbezwaarden …………………………………………………………………………….. 321
27.1 Werknemer heeft een ontheffing voor 1 of meer verzekeringen 321
27.2 U hebt een ontheffing voor 1 of meer verzekeringen 322
27.3 Loonkostenvoordelen 323
27.4 Aangifte loonheffingen en jaaropgaaf 323

Tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2019 ………………………………… 325
Tabel 1 Schijventarief loonbelasting/premie volksverzekeringen (zie paragraaf 7.3) 325
Tabel 2a Heffingskortingen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (zie hoofdstuk 23) voor
werknemers jonger dan de AOW-leeftijd
325
Tabel 2b Heffingskortingen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (zie hoofdstuk 23) voor
werknemers met AOW-leeftijd en ouder
326
Tabel 2c Vermindering van de arbeidskorting (zie hoofdstuk 23) voor werknemers jonger dan AOWleeftijd
327
Tabel 2d Vermindering van de arbeidskorting (zie hoofdstuk 23) voor werknemers met AOW-leeftijd en
ouder
327
Tabel 2e Afbouw algemene heffingskorting voor werknemers jonger dan AOW-leeftijd (zie hoofdstuk
23)
327
Tabel 2f Afbouw algemene heffingskorting voor werknemers met AOW-leeftijd en ouder (zie hoofdstuk
23)
327
Tabel 2g Afbouw ouderenkorting voor werknemers met AOW-leeftijd en ouder (zie hoofdstuk 23) 328
Tabel 3 Tabel voor artiesten en buitenlandse beroepssporters (zie paragraaf 16.4 en 16.6) 328
Tabel 4 Tabel voor aannemers van werk, thuiswerkers, sekswerkers en gelijkgestelden (zie paragraaf
16.2, 16.17, 16.15 en 16.9)
328
Tabel 5 Eindheffing voor werknemers jonger dan AOW-leeftijd (zie paragraaf 24.9) 328
Tabel 6a Eindheffing voor werknemers met AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1945 of eerder (zie
paragraaf 24.9)
331
Tabel 6b Eindheffing voor werknemers met AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1946 of later (zie
paragraaf 24.9)
333
Tabeltarief 334
Tabel 7 Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (zie paragraaf 25.1) 335
Tabel 8 Minimumloon per 1 januari 2019 336
Tabel 9 Premies werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.2, 5.5 en 5.6) 336
Tabel 10 Premie sectorfonds 2019 (zie paragraaf 5.3) 336
Tabel 10a Sectorale premies voor de gedifferentieerde premie Whk 2019 (zie paragraaf 5.6) 338
Tabel 11 Loontijdvakbedragen maximumpremieloon en maximumbijdrageloon (zie paragraaf 5.7.1,
6.2.1 en 6.2.2)
340
Tabel 12 Loontijdvakbedragen maximumpremieloon en maximumbijdrageloon voor werknemers met
vakantiebonnen voor 19 of minder vakantiedagen per jaar (zie paragraaf 5.7.1, 6.2.1 en 6.2.2)
340
Tabel 13 Loontijdvakbedragen maximumpremieloon en maximumbijdrageloon voor werknemers met
vakantiebonnen voor 20 of meer vakantiedagen per jaar (zie paragraaf 5.7.1, 6.2.1 en 6.2.2)
340
Tabel 14 Overige bedragen voor 2019 340
Tabel 15 Normbedragen 341

Bijlagen ………………………………………………………………………………… 342

Beoordeling gezagsverhouding ……………………………………………………………………. 342

Adressenlijst …………………………………………………………………………………………….. 350

Afkortingenlijst …………………………………………………………………………………………. 352

Verklarende woordenlijst ……………………………………………………………………………. 354

Stappenplan
Stap 1 Nagaan of er een dienstbetrekking is
We kennen verschillende soorten arbeidsrelaties:

– een arbeidsovereenkomst (dienstbetrekking)
Dit is een overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer waarin zij afspraken maken over de
voorwaarden waaronder de werknemer tegen betaling en in gezagsverhouding zal werken.

– aanneming van werk
Dit is een overeenkomst waarbij de opdrachtnemer zich verplicht om tegen een bepaalde prijs een
bepaald (bouw)werk tot stand te brengen voor de opdrachtgever.

– een overeenkomst van opdracht
Dit is een overeenkomst waarbij de opdrachtgever een bepaalde dienst of prestatie opdraagt aan een
opdrachtnemer. De opdrachtnemer voert deze dienst of de prestatie zelfstandig uit.

Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie is het van belang wat partijen voor ogen staat bij het begin van de
werkzaamheden en hoe zij dat vormgeven. Voor het uiteindelijk vaststellen van de soort arbeidsrelatie is niet
1 enkel kenmerk beslissend: alle omstandigheden bij de feitelijke uitvoering van de overeenkomst zijn in hun
onderlinge samenhang beslissend. Want de feitelijke werkzaamheden moeten in overeenstemming met de
overeenkomst zijn uitgevoerd.

Als er sprake is van een overeenkomst van opdracht of van aanneming van werk, hoeft u over de betalingen
geen loonheffingen in te houden en te betalen. Alleen als een arbeidsrelatie een dienstbetrekking is, moet u
loonheffingen inhouden en betalen.

Loonheffingen zijn:
– de loonbelasting/premie volksverzekeringen
– de premies werknemersverzekeringen
– de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (werkgeversheffing Zvw en bijdrage Zvw)

Met inhouden en betalen van loonheffingen bedoelen we:
– loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden op het loon van de werknemer en betalen
– premies werknemersverzekeringen betalen
– werkgeversheffing Zvw betalen of bijdrage Zvw inhouden op het loon van de werknemer en betalen
U moet dus eerst bepalen of de arbeidsrelatie een dienstbetrekking is (zie paragraaf 1.1). Een werknemer
kan meer dan 1 dienstbetrekking bij u hebben. Hij heeft dan verschillende functies met elk hun eigen
arbeidsvoorwaarden en beloning. U moet dan per dienstbetrekking een loonstaat aanleggen (zie paragraaf
3.2.1). In de aangifte loonheffingen moet u meerdere inkomstenverhoudingen aangeven (zie paragraaf 3.4).
Neemt u voor het eerst iemand in dienst, dan moet u zich als werkgever aanmelden (zie paragraaf 2.1).
Als u iemand betaalt die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is,
moet u die betalingen aan ons doorgeven (zie paragraaf 1.2).

1.1 Wat is een dienstbetrekking?
Een dienstbetrekking is een arbeidsrelatie die is gebaseerd op een arbeidsovereenkomst tussen een
werkgever en een werknemer. Met deze overeenkomst maken werkgever en werknemer afspraken over de
voorwaarden waaronder de werknemer tegen betaling en in gezagsverhouding zal werken. Meestal leggen de
werkgever en werknemer deze afspraken schriftelijk vast, maar zij kunnen dat ook mondeling of stilzwijgend
doen.
Er is niet alleen sprake van een dienstbetrekking als iemand in vaste dienst is. Ook de omvang van het werk
bepaalt niet of er een dienstbetrekking is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een dienstbetrekking bij:
– losse hulpkrachten en vakantiewerkers
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 10
– huishoudelijke werkzaamheden (zie paragraaf 16.13.1)
– een ambtelijke aanstelling (benoeming)
– vrijwilligerswerk (zie paragraaf 16.20)
De wet kent 2 soorten dienstbetrekkingen:
– echte dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.1)
– fictieve dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.2)
Daarnaast kan iemand ook loon genieten uit een vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.3, of uit een
bestaande dienstbetrekking van een ander (zie paragraaf 1.1.4.).
Sommige arbeidsrelaties zijn geen dienstbetrekking voor 1 of meer van de loonheffingen (zie paragraaf
1.1.5). Artiesten en beroepssporters vallen als aparte groep onder de loonbelasting (zie paragraaf
1.1.6). Twijfelt u of er sprake is van een dienstbetrekking, dan kunt u uw belastingkantoor schriftelijk
om een beslissing vragen. Bent u opdrachtgever en wilt u de zekerheid dat er geen sprake is van een
dienstbetrekking, dan kunt u een modelovereenkomst gebruiken (zie paragraaf 1.1.7).
1.1.1 Echte dienstbetrekking
Een echte dienstbetrekking heeft de volgende kenmerken:
– De werknemer heeft zich verplicht om persoonlijk voor de werkgever te werken.
– De werkgever is verplicht om de werknemer voor het werk loon te betalen.
– Tussen de werknemer en de werkgever bestaat een gezagsverhouding.

Gezagsverhouding
Er is een gezagsverhouding als u het recht hebt om opdrachten en aanwijzingen te geven voor het werk
dat moet worden gedaan, of voor bijvoorbeeld werktijden, productie-eisen of omgang met klanten. De
werknemer moet zich aan uw opdrachten en aanwijzingen houden. U kunt het geven van opdrachten en
aanwijzingen ook overlaten aan een ander, bijvoorbeeld aan degene bij wie de werknemer eigenlijk werkt
(bijvoorbeeld als u uw werknemer uitzendt of detacheert).
Er kan ook sprake zijn van een gezagsverhouding als u nauwelijks opdrachten en aanwijzingen geeft.
Bijvoorbeeld als het om eenvoudig werk gaat of als de werknemer specifieke vaardigheden heeft. Zelfs als u
helemaal geen opdrachten en aanwijzingen geeft, kan er sprake zijn van een gezagsverhouding. Bijvoorbeeld
als u toezicht houdt op de werkzaamheden, het werk controleert of klachten over het werk behandelt.

1.1.2 Fictieve dienstbetrekking
Als er geen sprake is van een echte dienstbetrekking, kan de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en
opdrachtnemer (en zelfs de hulpen van de opdrachtnemer) een fictieve dienstbetrekking zijn. Een fictieve
dienstbetrekking en een echte dienstbetrekking worden voor de loonheffingen op dezelfde manier behandeld.
U past voor het inhouden en betalen van loonheffingen dezelfde regels toe als bij echte dienstbetrekkingen.
De volgende arbeidsrelaties zijn fictieve dienstbetrekkingen voor alle loonheffingen:
– aannemers van werk en hun hulpen (zie paragraaf 16.2)
– agenten en subagenten (zie paragraaf 16.3)
– bestuurders van coöperaties met werknemerszelfbestuur (zie paragraaf 16.7)
– uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen met een one tier board en alle
bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen met een two tier board (zie paragraaf 16.7)
Dit geldt alleen voor overeenkomsten tussen bestuurders en beursgenoteerde nv’s die zijn aangegaan
vanaf 1 januari 2013. Is de overeenkomst aangegaan voor 2013, dan is sprake van een echte
dienstbetrekking.

– gelijkgestelden (zie paragraaf 16.9)
– leerlingen en stagiairs (zie paragraaf 16.10)
– sekswerkers die werken voor een exploitant (zie paragraaf 16.15)
– thuiswerkers en hun hulpen (zie paragraaf 16.17)
– topsporters met een A-status van NOC*NSF (zie paragraaf 16.18)
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 11
– uitzendkrachten (zie paragraaf 16.19)
Voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zijn de volgende
arbeidsrelaties ook fictieve dienstbetrekkingen:
– (partners van) aandeelhouders met een aanmerkelijk belang, tenzij ze al een echte dienstbetrekking
hebben (zie paragraaf 16.1)
– meewerkende kinderen (zie paragraaf 16.11)
– pseudowerknemers (opting-in) (zie paragraaf 16.14)

1.1.3 Vroegere dienstbetrekking
Bij een vroegere dienstbetrekking is de dienstbetrekking beëindigd. De ex-werknemer heeft nog
wel inkomsten uit die beëindigde (vroegere) dienstbetrekking. Bijvoorbeeld een pensioen- of een
ontslaguitkering. Ook sommige soorten uitkeringen zijn loon uit vroegere dienstbetrekking, waarvoor de
regels voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en soms ook
de premies werknemersverzekeringen gelden (zie ook paragraaf 4.3).
1.1.4 Bestaande dienstbetrekking van een ander
Als de werkgever in verband met de dienstbetrekking van een werknemer aan een derde een uitkering
doet waarop slechts de derde en niet de werknemer recht heeft dan moet daarop loonbelasting worden
ingehouden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als u een kind van een werknemer een zelfstandig recht geeft op
een studietoelage.

1.1.5 Geen dienstbetrekking voor 1 of meer van de loonheffingen
Sommige arbeidsrelaties zijn geen dienstbetrekking voor:
– de loonbelasting
– de werknemersverzekeringen
– de loonbelasting én de werknemersverzekeringen
Geen dienstbetrekking voor de loonbelasting
Woont uw werknemer in het buitenland en werkt hij ook alleen in het buitenland? Dan is de arbeidsrelatie die
u met hem hebt, geen dienstbetrekking voor de loonbelasting (zie hoofdstuk 17).
Geen dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen
Sommige arbeidsrelaties zijn alleen voor de werknemersverzekeringen geen dienstbetrekking. U hoeft voor
deze arbeidsrelaties geen premies werknemersverzekeringen te betalen. U moet wel loonbelasting/premie
volksverzekeringen inhouden, en werkgeversheffing Zvw betalen of bijdrage Zvw inhouden.

De arbeidsrelaties met de volgende personen zijn geen dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen:
– vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland houden
– huispersoneel
– leden van de vrijwillige politie en brandweer
– bepaalde directeuren-grootaandeelhouders van een nv of bv (zie paragraaf 16.1.1 en 16.7)
– ministers en staatssecretarissen
– commissarissen van de Koning en leden van Gedeputeerde Staten
– burgemeesters, wethouders, raadsleden
– Nationale Ombudsman en de substituut ombudsman
– voorzitters van waterschappen
– Rijksvertegenwoordigers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
– werknemers die wonen of werken in het buitenland en daar verzekerd zijn (zie hoofdstuk 18)
– bepaalde werknemers in het internationaal vervoer

Een werknemer is vanaf de dag waarop hij de AOW-leeftijd bereikt en niet meer werkt, niet meer verzekerd
voor de werknemersverzekeringen. U hoeft geen premies werknemersverzekeringen meer te betalen vanaf
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 12
de 1e dag van de maand waarin de werknemer deze leeftijd bereikt (zie paragraaf 16.21). In 2019 is de
AOW-leeftijd 66 jaar plus 4 maanden.
Een werknemer die de AOW-leeftijd heeft bereikt en ook na de AOW-leeftijd doorwerkt, is verzekerd voor
de ZW. U betaalt voor deze werknemer geen premies werknemersverzekeringen. Als de werknemer ziek
is, betaalt u hem maximaal 13 weken zijn loon door. Betaalt UWV het ziekengeld aan deze werknemer, dan
verhaalt UWV het ziekengeld op u.
Twijfelt u of er voor de werknemersverzekeringen sprake is van een dienstbetrekking? Dan kunt
u uw belastingkantoor schriftelijk vragen om een beslissing over het verzekerd zijn voor de
werknemersverzekeringen.
Geen dienstbetrekking voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen
Enkele arbeidsrelaties zijn geen dienstbetrekking voor de loonbelasting en ook niet voor de
werknemersverzekeringen. Het gaat om de volgende arbeidsrelaties:
– vrijwilligers die onder de vrijwilligersregeling vallen
– personen die werken via een overeenkomst van opdracht of modelovereenkomst

1.1.6 Artiesten en beroepssporters: aparte groep voor loonbelasting
Artiesten en beroepssporters die niet in echte dienstbetrekking zijn en die ook niet hebben gekozen
voor opting-in (zie paragraaf 16.14), vallen als aparte groep onder de loonbelasting. Dat geldt ook voor
buitenlandse gezelschappen van artiesten en beroepssporters. Topsporters met een A-status van NOC*NSF
hebben een fictieve dienstbetrekking voor alle loonheffingen (zie paragraaf 16.18).
Let op!
Artiesten zijn voor de werknemersverzekeringen in fictieve dienstbetrekking. Meer informatie vindt u in
de ‘Handleiding Loonheffingen artiesten- en beroepssportersregeling’. U kunt de handleiding voor 2019
in de loop van het jaar downloaden van belastingdienst.nl.

1.1.7 Modelovereenkomsten en de wet DBA
Als u werkt met een freelancer of zelfstandige zonder personeel en twijfelt of er sprake is van een
dienstbetrekking, gebruik dan een modelovereenkomst. U hoeft geen loonheffingen in te houden en te
betalen als u en uw opdrachtnemer volgens deze overeenkomst werken. De opdrachtnemer is niet verzekerd
voor de werknemersverzekeringen en u houdt geen bijdrage Zvw in. Voor de inkomstenbelasting en de
bijdrage Zvw krijgt de opdrachtnemer zelf een aanslag.
De modelovereenkomsten vervangen de ‘Verklaring arbeidsrelatie’ (VAR), die sinds 1 mei 2016 is
afgeschaft. Meer informatie over het werken met modelovereenkomsten, de wet Deregulering Beoordeling
Arbeidsrelaties (wet DBA) en de handhaving daarvan vindt u op belastingdienst.nl/dba.

1.2 Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde
Als u iemand betaalt die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is,
moet u die betalingen aan ons aanleveren. Dat geldt voor betalingen in geld en voor betalingen in natura. Dit
zijn de zogenoemde uitbetaalde bedragen aan een derde. Denk aan:
– betalingen aan auteurs, sprekers en deelnemers aan medische proeven
– medewerkers voor wie de fictieve dienstbetrekking niet geldt, omdat ze niet voldoen aan alle
voorwaarden van bijvoorbeeld gelijkgestelden (zie paragraaf 16.9) of thuiswerkers (zie paragraaf 16.17)
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 13

Let op!
Betalingen aan vrijwilligers die onder de vrijwilligersregeling vallen, hoeft u niet aan ons aan te leveren.
Meer informatie over vrijwilligers vindt u in paragraaf 16.20.
U levert gegevens over de uitbetaalde bedragen aan derden aan vóór 1 februari van het jaar na het jaar
waarin u de bedragen hebt betaald. Betaalt u in 2019 bedragen aan derden? Dan moet u deze betalingen dus
voor 1 februari 2020 aan ons aanleveren. Dat doet u digitaal.
Meer informatie over het digitaal aanleveren van de gegevens vindt u op belastingdienst.nl/ib47.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 14

Stap 2 Gegevens werknemer administreren
Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden (zie paragraaf
2.1).
Voordat een werknemer bij u gaat werken, moet u:
– de identiteit van de werknemer hebben vastgesteld (zie paragraaf 2.2)
– de gegevens van de werknemer hebben verzameld voor de aangifte loonheffingen (zie paragraaf 2.3)

In bijzondere gevallen moet u voor uw werknemers eerstedagsmelding doen (zie paragraaf 2.4).

Let op!
Gaat uw werknemer werken op de dag waarop u hem aanneemt? Dan moet u deze verplichtingen
nakomen voordat uw werknemer begint met werken.
Soms kunt u van deze regels afwijken, bijvoorbeeld bij een fusie of overname (zie paragraaf 2.5). Als u van
een werknemer geen gegevens voor de loonheffingen hebt of als u zijn identiteit niet kunt vaststellen, past u
voor deze werknemer het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6).

2.1 Aanmelden als werkgever
Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden. Dat doet u
met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’. U kunt dit formulier downloaden van
belastingdienst.nl.
In de volgende situaties gebruikt u niet het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’, maar 1
van de volgende formulieren:
– ‘Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen’
Dit formulier gebruikt u als u zich al hebt aangemeld als werkgever, maar nog geen premies
werknemersverzekeringen betaalt. U krijgt na de melding een brief van ons waarin staat bij welke sector
u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie werkhervattingskas
(Whk). U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

– ‘Melding Loonheffingen Aangifte doen voor artiesten of beroepssporters’
Dit formulier gebruikt u als u aangifte moet doen voor een optreden door artiesten, beroepssporters
of groepen en nog geen loonheffingennummer hebt. Of als u al wel een loonheffingennummer hebt,
maar voor artiesten of beroepssporters een afzonderlijk loonheffingennummer wilt. U kunt dit formulier
downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.4 en 16.6 voor meer informatie.
– ‘Melding Loonheffingen Werkgever van personeel aan huis’
Dit formulier gebruikt u als u als particulier aangifte loonheffingen moet doen voor personeel aan huis.
U krijgt van ons dan een loonheffingennummer. U krijgt ook een aangiftebrief waarin staat over welke
tijdvakken u aangifte moet doen. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf
16.13.3 voor meer informatie.

– ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’
Dit formulier gebruikt u om te melden dat u activiteiten overdraagt aan een andere werkgever, dat u
activiteiten overneemt van een andere werkgever of dat de rechtsvorm van uw onderneming verandert,
bijvoorbeeld van eenmanszaak in bv. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie
paragraaf 2.5 voor meer informatie.

– ‘Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen’
Dit formulier gebruikt u als een kind van u gaat meewerken in uw onderneming en u gebruik wilt maken
van de vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen. Als wij u toestemming geven om gebruik te
maken van deze regeling, krijgt u voor deze dienstbetrekking een apart loonheffingennummer. U kunt dit
formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.11 voor meer informatie.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 15

U neemt een onderneming met werknemers over
Als u uw bedrijf start door een onderneming met werknemers over te nemen, dan moet u:
– zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en dan ook direct aanmelden als werkgever
– samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’
opsturen
U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Neemt u enige tijd na de start van uw bedrijf een onderneming met werknemers over, waardoor u voor het
eerst werkgever wordt, dan moet u:
– zich bij ons aanmelden als werkgever met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’
U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
– samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’
opsturen
U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
Was de overdragende werkgever eigenrisicodrager voor de WGA en/of de ZW, dan kunt u dat niet
automatisch voortzetten. U moet het eigenrisicodragerschap zelf aanvragen (zie paragraaf 5.8).
Als u zich hebt aangemeld
Als u zich als werkgever hebt aangemeld, krijgt u van ons:
– een loonheffingennummer
Dit loonheffingennummer hebt u nodig om aangifte loonheffingen te kunnen doen. U vermeldt het ook
steeds op uw correspondentie met ons.
– een aangiftebrief
In deze brief staat over welke tijdvakken u aangifte moet doen.
– als u voor de werknemer premies werknemersverzekeringen moet gaan betalen: een brief waarin staat
bij welke sector u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie
Whk

Let op!
Misschien hebt u zich als werkgever aangemeld, maar werkt er nog geen werknemer bij u. U bent dan
toch verplicht om op tijd aangifte te doen (zie ook hoofdstuk 11).

Afgifte nieuw loonheffingennummer
Wij geven een nieuw loonheffingennummer af binnen 5 werkdagen nadat wij uw aanvraag hebben gekregen.
Of binnen 5 werkdagen nadat een werknemer bij u in dienst is gekomen, als de datum van het begin van de
dienstbetrekking in de toekomst ligt. Wij moeten dan wel alle gegevens hebben. In bijzondere gevallen of als
de gegevens onvolledig zijn, vragen wij u om meer informatie. Hierdoor kan het langer duren voordat u uw
loonheffingennummer krijgt.
Als de rechtsvorm van uw onderneming verandert, krijgt u ook een nieuw loonheffingennummer. Zie
paragraaf 15.1.1 voor meer informatie over aangifte doen in deze situatie.

2.2 Identiteit van uw werknemer vaststellen
U moet de identiteit van uw werknemer vaststellen, vóórdat hij bij u gaat werken. Een goed leesbare kopie
van het identiteitsbewijs bewaart u in uw loonadministratie.
Op de kopie moeten alle persoonsgegevens staan die ook op het originele identiteitsbewijs staan. Bij
het paspoort model 2013 en de identiteitskaart (ID-kaart) model 2013 moet u ook de bladzijde met het
burgerservicenummer (BSN) kopiëren.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 16

Hoe u de identiteit vaststelt, leest u in het ‘Stappenplan verificatieplicht’. U kunt dit stappenplan
downloaden van eerlijkwerken.zelfinspectie.nl. Met dat plan kunt u in 5 stappen de identiteit van uw
werknemer vaststellen en bepalen of een buitenlandse werknemer voor u mag werken. Maakt u gebruik van
arbeidskrachten die niet op uw loonlijst staan, zoals uitzendkrachten? Lees dan aan het eind van hetzelfde
stappenplan welke afwijkende regels voor deze arbeidskrachten gelden.
U hoeft alleen de identiteit vast te stellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en
niet van werknemers met loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals (pre)pensioenuitkeringen.
In de volgende paragrafen vindt u informatie over:
– samenhangende groep inhoudingsplichtigen (zie paragraaf 2.2.1)
– de identificatieplicht op de werkplek (zie paragraaf 2.2.2)
– verzuimboete (zie paragraaf 2.2.3)

2.2.1 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen
Als een werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselt, hoeft de
nieuwe werkgever niet opnieuw de identiteit van die werknemer vast te stellen (zie ook paragraaf 3.6).

2.2.2 Identificatie op de werkplek
Iedereen die op de werkplek is, moet op elk moment een geldig en origineel identiteitsbewijs kunnen
laten zien. Werknemers uit Nederland en de EU/EER mogen hiervoor een rijbewijs gebruiken. U moet uw
werknemers hierop wijzen. Bij een controle moet u uw werknemers de gelegenheid geven om aan hun
identificatieplicht te voldoen.

2.2.3 Verzuimboete
Als u de identiteit van uw werknemer niet of niet op de juiste manier kunt vaststellen, past u het
anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van
maximaal € 5.278 krijgen.
De werknemer zelf is ook verplicht om zijn identiteit op de juiste manier door u te laten vaststellen. Doet hij
dat niet, dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

2.3 Gegevens voor de loonheffingen krijgen
Nadat u een werknemer in dienst hebt genomen, moet u aangifte loonheffingen doen. Hiervoor hebt u
gegevens van de werknemer nodig. De nieuwe werknemer geeft u de gegevens digitaal of op papier door.
In de volgende paragrafen vindt u informatie over:
– de gegevens die u van uw werknemer moet krijgen (zie paragraaf 2.3.1)
– situaties waarin u geen gegevens van uw werknemer hoeft te krijgen (zie paragraaf 2.3.2)
– het controleren en administreren van de gegevens (zie paragraaf 2.3.3)
– het bewaren van de gegevens (zie paragraaf 2.3.4)
– verzuimboete (zie paragraaf 2.3.5)

2.3.1 Welke gegevens moet u krijgen?
Vóór de 1e werkdag of – als u de werknemer op de 1e werkdag aanneemt – op de 1e werkdag vóór aanvang
van de werkzaamheden, moet u de volgende gegevens van uw werknemer krijgen:
– naam en voorletters
– burgerservicenummer
Als uw werknemer nog geen burgerservicenummer heeft gekregen, gebruikt u zijn personeelsnummer,
totdat hij wel een burgerservicenummer heeft.
– adres
– postcode en woonplaats
– woonland en regio als de werknemer niet in Nederland woont
– geboortedatum

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 17

– een verzoek om de loonheffingskorting (zie paragraaf 23.1) toe te passen (als de werknemer wil dat u
deze heffingskorting toepast)
De werknemer levert deze gegevens op papier of digitaal aan, voorzien van datum en handtekening.
Daarvoor kan hij het ‘Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ gebruiken. Dit model is te downloaden
van belastingdienst.nl. Maar u of uw werknemer mag ook een eigen model gebruiken met daarop alle
hiervoor opgesomde gegevens. Een kopie van een geldig identiteitsbewijs met daarop alle hiervoor
opgesomde gegevens (inclusief het verzoek om toepassing van de loonheffingskorting en handtekening met
datum) is ook voldoende.
Als de naam, het adres, de woonplaats of het BSN ontbreekt, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf
2.6). Dat doet u ook als:
– de werknemer wel een BSN heeft aangevraagd, maar nog niet heeft gekregen
– u van een werknemer die inwoner is van Nederland, alleen een postadres hebt
– u van een werknemer die geen inwoner is van Nederland, alleen het tijdelijke Nederlandse (post)adres
hebt en niet het adres in het buitenland
Let op!
Studenten en scholieren die gebruik willen maken van de studenten- en scholierenregeling, moeten
hiervoor een verzoek toevoegen aan hun gegevens voor de loonheffingen (zie paragraaf 16.16). U kunt
daarvoor ook het Model Opgaaf voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling) downloaden
van belastingdienst.nl.

2.3.2 Gegevens voor de loonheffingen niet nodig
Van bepaalde werknemers hebt u alleen het BSN nodig. De andere gegevens voor de loonheffingen hoeft u
niet te krijgen. Het gaat dan om:
– werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit vroegere
dienstbetrekking (waarin wel of geen AOW-uitkering is begrepen)
– werknemers die u opnieuw in dienst neemt
Voorwaarde is wel dat de gegevens voor de loonheffingen intussen niet zijn veranderd. Uw werknemer
moet bij het begin van de werkzaamheden ervoor tekenen dat de gegevens nog juist zijn.
– werknemers die een uitkering krijgen op basis van de Participatiewet
– (ex-)werknemers die een Ziektewet- of WW-uitkering krijgen en van wie u naam, adres, woonplaats en
burgerservicenummer aan de uitkeringsinstantie hebt doorgegeven
– werknemers jonger dan de AOW-leeftijd (in 2019: 66 jaar en 4 maanden) met loon uit vroegere
dienstbetrekking van wie u weet dat zij naast hun loon een Waz-, Wet Wajong- of Anw-uitkering hebben
– werknemers die ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
– werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met een AOW-uitkering
– werknemers met een tegemoetkoming volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
– werknemers die binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselen (zie
paragraaf 3.6)

Let op!
U moet wel de identiteit vaststellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (zie
paragraaf 2.2).
Loonheffingskorting
Of u de loonheffingskorting wel of niet toepast, bepaalt de werknemer. U past de loonheffingskorting alleen
toe als de werknemer u daar schriftelijk, met datum en handtekening, om vraagt (zie paragraaf 23.1).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 18
Daarop zijn een aantal uitzonderingen. Voor de volgende werknemers ligt vast of u de loonheffingskorting
moet toepassen:
– meewerkende kinderen voor wie de bijzondere regeling voor meewerkende kinderen geldt (zie ook
paragraaf 16.11)
U past de loonheffingskorting toe.
– werknemers die ook een AOW-uitkering krijgen
U past de algemene heffingskorting niet toe. De arbeidskorting past u wel toe als de werknemer daar
schriftelijk om vraagt.
– tegemoetkomingen volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
U past de loonheffingskorting niet toe.
2.3.3 Gegevens voor de loonheffingen controleren en administreren
Als u gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, moet u deze controleren en vervolgens
vastleggen in uw administratie (zie hoofdstuk 3).
Woonplaats werknemer controleren
Met ingang van 1 januari 2019 moet u weten in welk land uw werknemer woont om de juiste
loonbelastingtabel te kunnen gebruiken. Controleer dus ook of u de juiste woonplaats van uw werknemer
krijgt. Als uw werknemer een woonplaats in Nederland doorgeeft, wil dat nog niet zeggen dat hij ook inwoner
van Nederland is.
Een werknemer die hier zijn permanente woon- of verblijfplaats heeft, is inwoner van Nederland. Bij een
werknemer die zowel in Nederland als in het buitenland woont of verblijft, is het de vraag of hij inwoners is
van Nederland. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt.
Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en
houdt hij daar bankrekeningen aan, dan is hij geen inwoner van Nederland.
Bij een werknemer zonder gezin is zijn intentie van belang: Is hij van plan zich hier te vestigen, dan woont
hij in Nederland. Is hij van plan om hier alleen korte tijd te blijven, dan is hij geen inwoner van Nederland.
Waar een werknemer woont, bepaalt u op basis van de feiten en omstandigheden die u bekend zijn:
bijvoorbeeld de woonplaats die de werknemer u aanlevert als 1 van de gegevens van de loonheffingen,
reiskostenvergoedingen die u hem betaalt en gegevens voor beoordeling van de verzekeringsplicht. In de
meeste gevallen kunt u zo vaststellen van welk land de werknemer inwoner is.
Hebt u reden om te twijfelen, dan kunt u uw werknemer vragen om een woonplaatsverklaring. U weet dan
zeker in welk land de werknemer woont. De werknemer kan de woonplaatsverklaring aanvragen bij een
belastingkantoor in het land waarvan hij inwoner is. Is uw werknemer inwoner van Nederland, dan kan hij
een woonplaatsverklaring aanvragen bij Belastingdienst/kantoor Arnhem.

2.3.4 Gegevens voor de loonheffingen bewaren
U bewaart de gegevens voor de loonheffingen ten minste 5 kalenderjaren na het kalenderjaar waarin de
dienstbetrekking eindigt. U bewaart de gegevens bij de loonadministratie. Wij kunnen om deze gegevens
vragen (zie ook paragraaf 3.5).

2.3.5 Verzuimboete
Als u geen gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, past u het anoniementarief toe (zie
paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van maximaal € 5.278
krijgen.
De werknemer zelf is ook verplicht om u de gegevens voor de loonheffingen door te geven. Doet hij dat niet,
dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 19

2.4 Eerstedagsmelding doen
U hoeft geen eerstedagsmelding te doen, tenzij wij u verplichten om dat te doen. Dat doen wij in de volgende
situaties:
– U hebt een naheffingsaanslag gekregen, omdat u uw werknemers niet in de loonadministratie hebt
opgenomen.
– U hebt van ons een vergrijpboete gekregen, omdat u de loonheffingen niet of te laat hebt betaald.
– U wordt strafrechtelijk vervolgd, omdat u:
– werknemers in dienst hebt die illegaal in Nederland zijn
– uw bedrijf niet bij het handelsregister hebt ingeschreven
– uw verplichtingen voor de loonheffingen niet bent nagekomen
– U hebt een boete gekregen, omdat u illegale werknemers in dienst hebt.

2.5 Fusie of overname en dergelijke
Bij een fusie of overname van een onderneming en bij een splitsing of een verandering van de rechtsvorm
van uw onderneming kan er sprake zijn van een verplichte voortgezette dienstbetrekking. De oude en de
nieuwe werkgever geven de verandering aan ons door met het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht
van activiteiten’. U kunt dit formulier downloaden van onze internetsite.
Bij een verplichte voortgezette dienstbetrekking eindigt de arbeidsovereenkomst van de werknemer met de
oude werkgever. De arbeidsovereenkomst wordt voortgezet bij de nieuwe werkgever. Er is dan wel sprake
van een nieuwe inkomstenverhouding (zie paragraaf 3.4.1).
De nieuwe werkgever hoeft van deze werknemer niet opnieuw de gegevens voor de loonheffingen te
krijgen als hij deze van de oude werkgever heeft gekregen. Als de oude werkgever ook een kopie van het
identiteitsbewijs van de werknemer overdraagt, hoeft de nieuwe werkgever ook niet opnieuw de identiteit
vast te stellen.

2.6 Anoniementarief
Het anoniementarief past u toe in de volgende situaties:
– U krijgt de gegevens voor de loonheffingen niet op tijd van uw werknemer (vóór de 1e werkdag of op de
1e werkdag als u op deze dag uw werknemer aanneemt) (zie ook paragraaf 2.3.1). Of u stelt de identiteit
van uw werknemer niet vast.
– U bewaart de gegevens niet op de juiste manier bij uw loonadministratie.
– U weet dat u onjuiste gegevens van uw werknemer hebt gekregen of u had dat kunnen weten.
– Uw werknemer heeft geen geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning.
Betaalt u een uitkeringsgerechtigde loon uit vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 4.3), dan past u het
anoniementarief toe als u de gegevens voor de loonheffingen niet van de uitkeringsgerechtigde krijgt vóór de
1e betaaldag van de uitkering.

Als u het anoniementarief toepast, houdt u 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen in. U houdt geen
rekening met:
– de loonheffingskorting (zie ook paragraaf 23.1)
– het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.7.1)
– het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zvw (zie hoofdstuk 6)
– het maximumbijdrageloon voor de bijdrage Zvw (zie hoofdstuk 6)

Als u de (juiste) gegevens voor de loonheffingen later wél krijgt, mag u eerdere aangiftetijdvakken waarin u
het anoniementarief hebt toegepast, niet corrigeren. U mag het anoniementarief alleen corrigeren als u het
door een fout in de administratie ten onrechte hebt toegepast. Als de werknemer zijn burgerservicenummer
bijvoorbeeld wel op tijd had aangeleverd, maar het nog niet in de administratie was verwerkt.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 20
De anonieme werknemer kan de eventueel te veel ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen
terugkrijgen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Zie voor de eventueel te veel betaalde premies
werknemersverzekeringen paragraaf 5.7.2. En voor de eventueel te veel betaalde werkgeversheffing Zvw of
te veel ingehouden bijdrage Zvw paragraaf 6.2.4.

Let op!
Voor anonieme werknemers geldt een aparte tabel voor de eindheffing (zie tabel 5, 6a en 6b achter in
dit handboek).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 21

Stap 3 Loonadministratie aanleggen
Als u 1 of meer werknemers in dienst neemt, moet u een loonadministratie gaan bijhouden. Deze
administratie moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dat is onder meer nodig om ons de juiste gegevens
te kunnen verstrekken.
Voor uw loonadministratie hebt u informatie van ons nodig (zie paragraaf 3.1). U hebt een aantal algemene
(zie paragraaf 3.2) en bijzondere (zie paragraaf 3.3) administratieve verplichtingen. Daarnaast hebt u te
maken met inkomstenverhoudingen (zie paragraaf 3.4). Verder stellen wij eisen aan de bewaarplaats en de
bewaartermijnen van uw loonadministratie en kunnen wij een controle bij u instellen (zie paragraaf 3.5).
Bestaat uw bedrijf uit meerdere zelfstandige bedrijfsonderdelen en wilt u uw administratieve lasten
verminderen? Vraag ons dan om u aan te wijzen als samenhangende groep inhoudingsplichtigen (zie
paragraaf 3.6).

3.1 Informatie die u nodig hebt voor de loonadministratie
U hebt verschillende soorten informatie nodig voor uw loonadministratie. Een deel van die informatie krijgt
u van ons. Wij zorgen ervoor dat u de informatie op tijd krijgt. Sommige informatie sturen wij per post
(zie paragraaf 3.1.1), andere informatie vindt u op belastingdienst.nl (zie paragraaf 3.1.2). Hebt u een
geautomatiseerde loonadministratie (zie paragraaf 3.1.3), dan is sommige informatie daar al in verwerkt. Bij
een handmatige loonadministratie (zie paragraaf 3.1.4) moet u meer zelf doen.

Let op!
Wijzigt de rechtsvorm van uw onderneming? Dit heeft onder andere invloed op de informatie die u nodig
hebt. Geef dit dus zo snel mogelijk door aan de Kamer van Koophandel. Ook moet u ons het formulier
‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’ sturen. U kunt dit formulier downloaden van onze
internetsite.

3.1.1 Informatie per post
Een deel van de informatie krijgt u van ons toegestuurd via de post. Het gaat bijvoorbeeld om:
– de ‘Aangiftebrief loonheffingen’, waarin staat wanneer u aangifte moet doen
U krijgt deze elk jaar in november.
– de beschikking waarin staat bij welke sector u bent aangesloten, zodat u de juiste sectorpercentages
gebruikt
U krijgt deze na uw aanmelding als werkgever en als u een wijziging doorgeeft.
– informatie over de premies werknemersverzekeringen, zoals de beschikking of mededeling met het
gedifferentieerde premiepercentage Werkhervattingskas (Whk)
U krijgt de beschikking of mededeling elk jaar in december.
Let op!
Verhuist uw bedrijf? Geef dan uw nieuwe adres zo snel mogelijk door aan de Kamer van Koophandel. De
Kamer van Koophandel geeft de adreswijziging aan ons door. Door het snel door te geven, voorkomt u
dat wij uw post naar het oude adres sturen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 22

3.1.2 Digitale informatie
Het loonheffingennieuws vindt u op belastingdienst.nl/loonheffingen bij ‘Nieuws’. Door de rss-feed te
gebruiken, blijft u op de hoogte van het laatste nieuws. Een overzicht van alle veranderingen in 2019 vindt u
op belastingdienst.nl/loonheffingen onder ‘Veranderingen 2019’.

3.1.3 Geautomatiseerde loonadministratie
Maakt u gebruik van een salarissoftwarepakket? Dan heeft uw softwareleverancier vaak al jaarafhankelijke
gegevens, zoals tabellen, percentages en rekenvoorschriften, in het pakket verwerkt. Dit betekent dat het
pakket de loonheffingen voor u berekent.
Zelf salarissoftware ontwikkelen
Ontwikkelt u zelf uw salarissoftware? Wij kunnen u daarbij helpen. Via odb.belastingdienst.nl meldt
u zich aan voor een ondersteuningsabonnement. U krijgt dan toegang tot deze internetsite voor
softwareontwikkelaars. U kunt dan bijvoorbeeld de rekenvoorschriften voor het salarissoftwarepakket al eind
november downloaden. Dit is een maand eerder dan op belastingdienst.nl.

3.1.4 Handmatige loonadministratie
Gebruikt u geen salarissoftwarepakket? Dan gebruikt u de loonbelastingtabellen voor de berekening van
de loonbelasting/premie volksverzekeringen (zie paragraaf 7.3). U kunt deze tabellen voor 2012 tot en
met 2016 downloaden van onze internetsite. Voor de tabellen van 2019, 2018 en 2017 gebruikt u de
Rekenhulp Loonbelastingtabellen. Na het beantwoorden van enkele vragen genereert de rekenhulp de juiste
loonbelastingtabel voor u. De rekenhulp vindt u op belastingdienst.nl/tabellen.
Tabellen met percentages van de overige loonheffingen vindt u in dit handboek.

3.2 Algemene administratieve verplichtingen
U moet alle gegevens van de werknemer administreren. Een deel van die gegevens zet u op de loonstaat, die
u per dienstbetrekking moet aanleggen (zie paragraaf 3.2.1). Overige gegevens, zoals het arbeidscontract,
bewaart u bij de loonadministratie (zie paragraaf 3.2.2). Verder moet u aan uw werknemers een loonstrook
(zie hoofdstuk 10) en een jaaropgaaf (zie hoofdstuk 13) geven.

3.2.1 Loonstaat aanleggen
In een loonstaat houdt u gegevens van de werknemer en zijn loon bij, zoals persoonsgegevens,
toepassing van de loonheffingskorting en het nummer inkomstenverhouding (zie paragraaf 3.4.2). Als
uw werknemer meer dan 1 dienstbetrekking bij u heeft, moet u voor elke dienstbetrekking een loonstaat
aanleggen. Jaarlijks legt u vóór de 1e loonbetaling een loonstaat aan. Als u gebruikmaakt van een
salarissoftwarepakket, legt het pakket de loonstaten aan. U moet een loonstaat hebben voor elke werknemer
of uitkeringsgerechtigde (hierna: werknemer) die bij u in echte of fictieve dienstbetrekking (zie hoofdstuk 1)
is.
Voor een meewerkend kind (zie paragraaf 16.11) of iemand die van u een bijstandsuitkering krijgt, hoeft u
geen loonstaat aan te leggen.

Let op!
Krijgt uw werknemer van u loon uit meerdere vroegere of tegenwoordige dienstbetrekkingen of uit
meerdere inkomstenverhoudingen? Leg dan bij voorkeur een loonstaat per inkomstenverhouding aan
(zie paragraaf 3.4). Houd voor de berekening van de loonheffingen rekening met het totaal van deze
lonen (zie paragraaf 7.6).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 23

In hoofdstuk 9 vindt u meer informatie over het bijhouden van de loonstaat.

Model loonstaat
Als u geen volledig geautomatiseerde loonadministratie gebruikt, of uw loonadministratie niet uitbesteedt,
moet u zelf zorgen voor loonstaten. U kunt het Model loonstaat 2019 downloaden van onze internetsite. U
mag afwijken van dit model, maar de loonstaten moeten op een duidelijke manier ten minste de gegevens
bevatten die op het model staan.
Wilt u of het bureau dat uw loonadministratie verzorgt, een loonstaat gebruiken waarop niet al deze
gegevens staan? Dan moet u daarvoor toestemming aan ons vragen. Wij kunnen voorwaarden stellen. U
vraagt toestemming door een verzoek in te dienen bij uw belastingkantoor.

3.2.2 Overige gegevens bij de loonadministratie
Naast de loonstaat moet u alle gegevens over uw werknemer administreren die van belang zijn voor onze
controles. Zoals:
– het arbeidscontract
– de opgaaf van gegevens voor de loonheffingen (zie paragraaf 2.3)
– de kopie van het identiteitsbewijs (zie paragraaf 2.2)
– verlof- en ziektestaten
Werken in uw bedrijf personen die in dienst zijn van een buitenlandse onderneming? Dan raden wij u aan
een kopie te maken van de originele detacheringsverklaring. Het buitenlandse socialezekerheidsorgaan geeft
deze detacheringsverklaring af. Bij een detachering binnen de EU is dit de zogenoemde E101-verklaring of het
formulier A1/certificate of coverage.

Verder raden wij u aan om bij de loonadministratie alle berekeningen te bewaren waaruit de aansluiting blijkt
tussen de aangiften en de boekhouding (zie paragraaf 3.5.3).

3.3 Bijzondere administratieve verplichtingen
Er gelden bijzondere administratieve verplichtingen voor:
– vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen (zie paragraaf 3.3.1)
– loonbestanddelen die onder de eindheffing vallen (zie paragraaf 3.3.2)
– beschikkingen, verklaringen en andere officiële documenten (zie paragraaf 3.3.3)
– levensloopregeling (zie paragraaf 3.3.4)
– afdrachtverminderingen (zie paragraaf 3.3.5)
– vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor vervoer (zie paragraaf 3.3.6)

3.3.1 Vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen
Bij de loonadministratie moet u de gegevens vastleggen van:
– vrijgestelde diensttijduitkeringen en -verstrekkingen (zie paragraaf 19.2.1)
– eenmalige uitkeringen en verstrekkingen bij het overlijden van de werknemer, zijn echtgenoot of partner,
zijn eigen kinderen of pleegkinderen (zie paragraaf 19.1.7 en 19.1.8)
U mag deze gegevens ook op een andere plaats dan bij de loonadministratie vastleggen. U moet dan voldoen
aan de volgende voorwaarden:
– U meldt de bewaarplaats vooraf schriftelijk aan uw belastingkantoor.
– Bij een controle zorgt u ervoor dat de gegevens beschikbaar zijn.
Regels bij een decentrale kas
Hebt u 1 loonadministratie voor meerdere vestigingen? Dan kan het zijn dat u vergoedingen en
verstrekkingen doet vanuit de kas van een nevenvestiging. Dat zijn dan vergoedingen of verstrekkingen uit
een decentrale kas. U kunt de administratie van deze vergoedingen en verstrekkingen bij de decentrale kas
bewaren, als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
– U meldt vooraf aan ons dat u gebruikmaakt van een decentrale kas.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 24
– De centrale loonadministratie bepaalt op welke manier de decentrale kas beoordeelt of de uitkeringen en
verstrekkingen belast zijn.
– De centrale loonadministratie bepaalt op welke manier de decentrale kas doorgeeft welk deel van de
uitkeringen en verstrekkingen volledig of gedeeltelijk tot het loon horen.
– De centrale loonadministratie bepaalt op welke manier de decentrale kas de gegevens en (bewijs)stukken
archiveert.
– In de centrale loonadministratie legt u vast waar de decentrale kassen zich bevinden.
– U brengt de decentrale administratie volledig of gedeeltelijk over naar de centrale loonadministratie als
wij daar bij een controle om vragen.

3.3.2 Loonbestanddelen die onder de eindheffing vallen
Voor bepaalde vormen van het loon berekent u de loonbelasting/premie volksverzekeringen of alleen de
loonbelasting in de vorm van een eindheffing (zie hoofdstuk 8 en 24). De eindheffing houdt u niet in op het
loon van de werknemer, maar komt voor uw rekening.
Bij de loonadministratie moet u de gegevens vastleggen van de loonbestanddelen waarop u een eindheffing
toepast.
Eindheffing werkkostenregeling
Voor de eindheffing werkkostenregeling (zie hoofdstuk 8) moet u in ieder geval het volgende in uw
administratie bijhouden:
– op collectief niveau:
– alle loonbestanddelen die u aanwijst als eindheffingsloon
– de berekening van de eindheffing als u boven de vrije ruimte uitkomt
– per werknemer: gerichte vrijstellingen, die u hebt aangewezen als eindheffingsloon
U houdt alle loonbestanddelen die u aanwijst als eindheffingsloon dus op collectief niveau bij in
uw administratie, ook als het gaat om eindheffingsloon voor een gerichte vrijstelling. U boekt het
eindheffingsloon niet per werknemer in de loonstaat. Zie paragraaf 4.6 voor meer informatie over
vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen.
Als u gebruikmaakt van een gerichte vrijstelling, moet u dit eindheffingsloon bovendien per werknemer
opnemen in uw administratie, maar niet in de loonstaat. Vergoedt of verstrekt u meer dan het normbedrag
dat voor de gerichte vrijstelling geldt, dan is er sprake van een bovenmatig deel van de gerichte vrijstelling.
Wijst u ook dit bovenmatige deel geheel of gedeeltelijk aan als eindheffingsloon, dan neemt u ook dat deel
op collectief niveau in uw administratie op als eindheffingsloon. Behandelt u het bovenmatige deel geheel of
gedeeltelijk als loon van de werknemer? Dan boekt u dat deel in zijn loonstaat. Zie paragraaf 20.1 voor meer
informatie over gerichte vrijstellingen.
Overige loonbestanddelen die onder de eindheffing vallen
Voor de andere eindheffingen (zie hoofdstuk 24) moet u het volgende in uw administratie bijhouden:
– het loon of de verstrekkingen die u met de eindheffing belast
– hoe u de eindheffing hebt berekend
U houdt het eindheffingsloon op collectief niveau bij in uw administratie. U boekt het niet per werknemer in
de loonstaat.

3.3.3 Beschikkingen, verklaringen en andere officiële documenten
Krijgt u van uw werknemer een kopie van een beschikking of een verklaring, bijvoorbeeld een machtiging om
een lager percentage te gebruiken dan de tabel bijzondere beloningen aangeeft? Dan bewaart u die bij de
loonadministratie. Ook kopieën van andere officiële documenten, zoals een identiteitsbewijs, bewaart u bij de
loonadministratie.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 25

3.3.4 Levensloopregeling
Sinds 1 januari 2012 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. Voor
bestaande deelnemers geldt overgangsrecht (zie hoofdstuk 22). Zie paragraaf 22.3 voor de regels voor de
administratie.

3.3.5 Afdrachtverminderingen
Er zijn 2 verschillende afdrachtverminderingen. Elke afdrachtvermindering heeft zijn eigen administratieve
voorschriften. Zie hoofdstuk 25 voor meer informatie hierover.

3.3.6 Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor vervoer
Voor elk type vervoer, bijvoorbeeld een eigen auto, een auto van de zaak of een fiets, gelden aparte
administratieve voorschriften. Zie hoofdstuk 21 voor meer informatie hierover.

3.4 Inkomstenverhouding
In de aangifte loonheffingen vragen wij u niet naar de gegevens van de dienstbetrekking, maar naar
de gegevens van de inkomstenverhouding. Dat is omdat UWV de gegevens van uw werknemers per
inkomstenverhouding administreert in de polisadministratie. Uw werknemer ziet deze gegevens per
inkomstenverhouding terug in het ‘Digitaal verzekeringsbericht’ en in zijn vooraf ingevulde aangifte
inkomstenbelasting. Daarom is het handig dat u uw loonadministratie inricht per inkomstenverhouding.
De inkomstenverhouding is meestal gelijk aan de echte dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.1), de fictieve
dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.2) of de vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 1.1.3). Maar ook de
relatie met sommige artiesten en beroepssporters (zie paragraaf 1.1.6) is een inkomstenverhouding. U kunt
meer dan 1 inkomstenverhouding hebben met een werknemer (zie paragraaf 3.4.1).
In de aangifte loonheffingen en in de polisadministratie kenmerkt een inkomstenverhouding zich door de
combinatie van de volgende 3 gegevens:
– uw loonheffingennummer
– het burgerservicenummer van de werknemer of, als dat er niet is, het personeelsnummer
– het nummer inkomstenverhouding (zie paragraaf 3.4.2)

3.4.1 Begin en einde van een inkomstenverhouding
Als een dienstbetrekking ontstaat, ontstaat ook een inkomstenverhouding. Als een dienstbetrekking eindigt,
eindigt ook de inkomstenverhouding. Tijdens een dienstbetrekking kan een nieuwe inkomstenverhouding
ontstaan. Daarbij kan de oude inkomstenverhouding eindigen of blijven bestaan.
1 inkomstenverhouding: oude eindigt, nieuwe ontstaat
In de volgende gevallen eindigt de oude inkomstenverhouding en ontstaat een nieuwe inkomstenverhouding
terwijl de dienstbetrekking blijft bestaan:
– U geeft de werknemer aan onder een ander loonheffingensubnummer.
– Er is sprake van een fusie of bedrijfsovername en het loonheffingennummer verandert.
– De verzekeringssituatie van de werknemer voor de werknemersverzekeringen verandert, bijvoorbeeld
wanneer:
– een stagiair die tijdens zijn stage een fictieve dienstbetrekking had, meteen na zijn stage een
arbeidscontract (en dus een echte dienstbetrekking) krijgt
– een werknemer de AOW-leeftijd bereikt en blijft werken
In 2019 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Als een werknemer de AOW-leeftijd bereikt en
blijft werken, blijft hij verzekerd voor de ZW, maar niet voor de andere werknemersverzekeringen.
Daarom is er vanaf dat moment een nieuwe inkomstenverhouding. U geeft in de aangifte aan dat
hij verzekerd is voor de ZW. In bepaalde software kunt u in deze situatie geen nieuw nummer
inkomstenverhouding opnemen. U neemt dan een nieuwe inkomstenperiode op binnen de bestaande
inkomstenverhouding.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 26

Let op!
Als een werknemer die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen de AOW-leeftijd bereikt
en blijft werken, is er geen sprake van een nieuwe inkomstenverhouding.
– een werknemer een familierelatie krijgt met de directeur-grootaandeelhouder
– een meewerkend kind dat bij de onderneming van de ouder in fictieve dienstbetrekking werkt, bij die
onderneming in echte dienstbetrekking gaat werken
– U gaat voor de werknemer werkgeversheffing Zvw betalen in plaats van bijdrage Zvw inhouden, of
andersom.
In de eerste 2 gevallen verandert het loonheffingennummer, in de laatste 2 gevallen niet. In alle gevallen
gebruikt u voor de nieuwe inkomstenverhouding een nieuw nummer inkomstenverhouding (zie paragraaf
3.4.2).

Let op!
Als u een ex-werknemer aanneemt, is er sprake van een nieuwe dienstbetrekking en dus ook van een
nieuwe inkomstenverhouding (zie ook paragraaf 3.4.2).

Voorbeeld 1
U hebt 2 filialen, filiaal A met loonheffingennummer 111111111L01 en filiaal B met
loonheffingennummer 111111111L02. Uw werknemer stopt per 1 juli met werken bij filiaal A
en gaat bij filiaal B werken. De dienstbetrekking met de werknemer verandert niet. U geeft de
werknemer per 1 juli aan onder het L02-nummer. De inkomstenverhouding bij filiaal A eindigt op 30
juni, de inkomstenverhouding bij filiaal B begint op 1 juli.

Voorbeeld 2
Bedrijf X fuseert op 1 oktober met bedrijf Y. Er ontstaat een nieuw bedrijf Z. Hoewel er een
andere werkgever is met een ander loonheffingennummer, is er sprake van een voortgezette
dienstbetrekking. De inkomstenverhoudingen bij bedrijf X en Y eindigen op 30 september, de
inkomstenverhoudingen bij bedrijf Z beginnen op 1 oktober.
Geen nieuwe inkomstenverhouding
Er is geen nieuwe inkomstenverhouding zolang uw werknemer hetzelfde werk blijft doen en de
verzekeringspositie niet verandert. Bijvoorbeeld:
– U zet een tijdelijk arbeidscontract om in een vast arbeidscontract.
– U zet een oproepcontract om in een tijdelijk of vast arbeidscontract.
– U zet een nul-urencontract om in een tijdelijk of vast arbeidscontract.
– De proeftijd verstrijkt.
– De fase flex en zekerheid verandert (uitzendbranche).
– U gaat tegelijk met het loon ook een WAO- of WIA-uitkering uitbetalen (als eigenrisicodrager of als
u de uitkeringen van UWV doorbetaalt). Het is wel verstandig om voor de uitkering die u namens
UWV doorbetaalt, een ander nummer inkomstenverhouding te gebruiken (zie hierna bij ‘2 of meer
inkomstenverhoudingen tegelijk: oude loopt door, nieuwe ontstaat’).
– De functie van de werknemer verandert of de arbeidsvoorwaarden veranderen.
– Uw werknemer is op 1 januari nog geen 61 jaar en hij neemt levensloopverlof op.
– De beëindiging van een dienstbetrekking wordt teruggedraaid. Bijvoorbeeld door inkeer, mediation of een
uitspraak van een rechter.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 27
– U doet een ex-werknemer een nabetaling met de loon-in-systematiek. U geeft de nabetaling aan in
de aangifte over het aangiftetijdvak waarin u de nabetaling doet. U gebruikt dan hetzelfde nummer
inkomstenverhouding en dezelfde begin- en einddatum die u in uw eerdere aangifte gebruikte.
U blijft in deze situaties hetzelfde nummer inkomstenverhouding gebruiken. Zie paragraaf 3.4.2 voor meer
informatie.
2 of meer inkomstenverhoudingen tegelijk: oude loopt door, nieuwe ontstaat
U kunt met dezelfde werknemer meerdere inkomstenverhoudingen hebben. U neemt de werknemer dan
onder verschillende nummers inkomstenverhouding op in de aangifte. De volgende situaties zijn mogelijk:
– U hebt binnen een loonheffingennummer meer dan 1 dienstbetrekking met een werknemer. Uw
werknemer werkt bijvoorbeeld overdag als boekhouder en ’s avonds in een andere dienstbetrekking en
met andere voorwaarden als kantoorschoonmaker.
– U hebt binnen een loonheffingennummer 1 dienstbetrekking met een werknemer, maar u splitst zijn loon
in 2 (of meer) afzonderlijke delen. Uw werknemer werkt bijvoorbeeld deels in Nederland en deels in het
buitenland en u splitst zijn loon in 2 delen (salary split).
– U hebt 1 dienstbetrekking met een werknemer. U hebt 2 filialen en voor beide filialen hebt u een
loonheffingennummer, bijvoorbeeld 111111111L01 en -L02. De werknemer werkt deels in filiaal A
en deels in filiaal B. U hebt het loon van de werknemer gesplitst in een A- en een B-deel en geeft die
afzonderlijk aan onder de verschillende loonheffingennummers.
– U moet voor een uitkeringsgerechtigde werkgeversheffing Zvw betalen én bijdrage Zvw inhouden. U geeft
het loon waarvoor u werkgeversheffing Zvw betaalt, en het loon waarop u bijdrage Zvw inhoudt, onder
verschillende nummers inkomstenverhouding aan.
– U betaalt in 1 kalenderjaar aan een werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (waarvoor u
de witte tabel gebruikt) en loon uit vroegere dienstbetrekking (waarvoor u de groene tabel gebruikt). U
neemt deze werknemer voor het loon uit tegenwoordige en het loon uit vroegere dienstbetrekking onder
verschillende nummers inkomstenverhouding in de aangifte op. Bijvoorbeeld:
– U betaalt uw werknemer een ontslaguitkering (loon uit vroegere dienstbetrekking) tegelijk met het
laatste reguliere loon (loon uit tegenwoordige dienstbetrekking). Voor de ontslaguitkering gebruikt
u een nieuw nummer inkomstenverhouding. Dit geldt ook als u de ontslaguitkering (deels) na het
ontslag betaalt.
– Uw werknemer is op 1 januari 61 jaar of ouder en hij neemt levensloopverlof op. Voor de bestaande
inkomstenverhouding (loon uit tegenwoordige dienstbetrekking) blijft u het oude nummer
inkomstenverhouding gebruiken. Voor de opnamen uit het levenslooptegoed (loon uit vroegere
dienstbetrekking) gebruikt u een nieuw nummer inkomstenverhouding. Dit geldt niet alleen als de
werknemer in deeltijd bij u blijft werken, maar ook als hij stopt met werken.
– U bent eigenrisicodrager voor de WGA én de ZW en u moet zowel een WGA-uitkering als een ZWuitkering aan de werknemer betalen. U geeft beide uitkeringen dan aan onder verschillende nummers
inkomstenverhouding.
– U betaalt meerdere lonen of uitkeringen uit vroegere dienstbetrekking, waarvan de codes soort
inkomstenverhouding verschillen. Voor elke soort loon of uitkering met een eigen code soort
inkomstenverhouding gebruikt u een apart nummer inkomstenverhouding. Het gaat om lonen of
uitkeringen die u vóór 2017 samen mocht opgeven in 1 inkomstenverhouding met de code soort
inkomstenverhouding 21. Code 21 is vanaf 2017 vervallen.
2 of meer inkomstenverhoudingen tegelijk na afloop van de dienstbetrekking
Ook in de volgende situaties neemt u de werknemer onder verschillende nummers inkomstenverhouding op
in de aangifte:
– U betaalt een ex-werknemer na afloop van de dienstbetrekking nog regulier loon (nabetaling) en óók
een ZW-uitkering, namens UWV (een zogenoemde werkgeversbetaling; zie paragraaf 7.6.2) of als
eigenrisicodrager. U geeft het reguliere loon en de ZW-uitkering dan aan onder verschillende nummers
inkomstenverhouding.
– U neemt een ex-werknemer opnieuw in dienst. Maar u betaalt deze ex-werknemer nog steeds
een ZW-uitkering, namens UWV (een zogenoemde werkgeversbetaling; zie paragraaf 7.6.2) of als
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 28
eigenrisicodrager. U geeft het loon uit de nieuwe dienstbetrekking en de ZW-uitkering dan aan onder
verschillende nummers inkomstenverhouding.
– U betaalt een ex-werknemer na afloop van de dienstbetrekking, namens UWV (een zogenoemde
werkgeversbetaling; zie paragraaf 7.6.2) of als eigenrisicodrager, nog een aanvulling op een ZW-uitkering
en óók een ZW-uitkering. U geeft de aanvulling en de ZW-uitkering dan aan onder verschillende nummers
inkomstenverhouding.

Voorbeeld
Een werknemer van 62 jaar krijgt van u een ouderdomspensioen en vanaf 1 april 2019 ook een
levensloopuitkering. U neemt deze werknemer dan 2 keer op in uw aangifte loonheffingen onder
2 verschillende nummers inkomstenverhouding: 1 inkomstenverhouding met inkomenscode 56
(voor het ouderdomspensioen) en 1 met inkomenscode 54 (voor de levensloopuitkering). Voor de
levensloopuitkering gebruikt u een nieuw nummer inkomstenverhouding.
Ook in de volgende gevallen is het verstandig om de werknemer onder 2 inkomstenverhoudingen op te
nemen in de aangifte:
– Uw werknemer is nog bij u in dienst en u betaalt hem, naast ander loon, namens UWV een WAO-, WIAof WW-uitkering (een zogenoemde werkgeversbetaling; zie paragraaf 7.6.2). Voor de berekening van
de loonbelasting/premie volksverzekeringen telt u de werkgeversbetaling op bij het andere loon dat
u uw werknemer betaalt, zoals regulier loon of een aanvulling op een uitkering (zie paragraaf 7.6).
Maar de werkgeversbetaling voor de WAO, WIA en WW telt niet mee voor het jaarloon voor het lageinkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) (zie hoofdstuk 26). Als u het
loon en de werkgeversbetaling niet splitst, loopt u voor deze werknemer misschien het (jeugd-)LIV mis.
Werkgeversbetalingen voor de ZW tellen wel mee voor het jaarloon voor het (jeugd-)LIV. Als u de
werknemer namens UWV een ZW-uitkering betaalt naast ander loon, hoeft u de inkomstenverhouding dus
niet te splitsen.
– Uw werknemer is nog bij u in dienst en u betaalt hem, naast ander loon, als eigenrisicodrager een WGAuitkering. Voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen telt u de WGA-uitkering
op bij het andere loon dat u uw werknemer betaalt, zoals regulier loon of een aanvulling op een uitkering
(zie paragraaf 7.6). Maar de WGA-uitkering die u als eigenrisicodrager betaalt, telt niet mee voor het
jaarloon voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) (zie
hoofdstuk 26). Als u het loon en de WGA-uitkering niet splitst, loopt u voor deze werknemer misschien
het (jeugd-)LIV mis.
ZW-uitkeringen die u als eigenrisicodrager betaalt aan een werknemer die nog bij u in dienst is, tellen wel
mee voor het jaarloon voor het (jeugd-)LIV. Betaalt u in dat geval een ZW-uitkering en ander loon, dan
hoeft u de inkomstenverhouding dus niet te splitsen.

Let op!
Krijgt uw werknemer van u loon uit meerdere vroegere of tegenwoordige dienstbetrekkingen of uit
meerdere inkomstenverhoudingen? Houd voor de berekening van de loonheffingen rekening met het
totaal van deze lonen (zie paragraaf 7.6).
Begindatum en einddatum inkomstenverhouding invullen in aangifte
In elke aangifte moet u de begindatum van de inkomstenverhouding invullen. In de aangifte over het tijdvak
waarin de inkomstenverhouding is beëindigd, vult u ook de einddatum in. De begin- en einddatum mogen
niet na het einde van het aangiftetijdvak liggen.
Voor uitzendbureaus en payrollbedrijven gelden aparte regels voor het invullen van de begin- en einddatum
van de inkomstenverhouding.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 29

Begindatum inkomstenverhouding bij uitzendkrachten en payrollmedewerkers
De 1e betaalde werkdag van de uitzendkracht of payrollmedewerker geldt als begindatum. U neemt deze
datum op in de 1e aangifte loonheffingen over het aangiftetijdvak waarin dat loon wordt verwerkt. In de
vervolgaangiften van deze uitzendkracht of payrollmedewerker blijft u dezelfde begindatum gebruiken.
Merkt u later dat u een verkeerde begindatum hebt ingevuld in de aangifte? Dan neemt u vanaf de
eerstvolgende aangifte waarin u loon voor deze inkomstenverhouding aangeeft, de juiste begindatum in de
aangifte op. U hoeft deze datum in de eerdere aangiften niet te corrigeren. In de polisadministratie wordt
namelijk automatisch met de nieuwe begindatum gewerkt.
Einddatum inkomstenverhouding bij inactiviteit en ziekte van uitzendkracht en payrollmedewerker met
uitzendbeding
Heeft een uitzendkracht of payrollmedewerker 26 aaneengesloten weken niet gewerkt? Dan moet u de
inkomstenverhouding in de eerstvolgende aangifte beëindigen. U gebruikt als einddatum de datum van de
zondag van de laatst gewerkte week. Dit geldt ook als de uitzendkracht of payrollmedewerker ziek is.
Einddatum inkomstenverhouding bij inactiviteit en ziekte van uitzendkracht en payrollmedewerker zonder
uitzendbeding
Heeft een uitzendkracht of payrollmedewerker 26 aaneengesloten weken niet gewerkt? Dan moet u de
inkomstenverhouding in de eerstvolgende aangifte beëindigen. U gebruikt als einddatum de einddatum van
de overeenkomst. Gaat het om een uitzendovereenkomst zonder loondoorbetalingsverplichting? Dan gebruikt
u als einddatum de datum van de zondag van de laatst gewerkte week. Dit geldt ook als de uitzendkracht of
payrollmedewerker ziek is.

Let op!
Wijzigingen in de begindatum van de inkomstenverhouding van een uitzendkracht of payrollmedewerker
hoeft u niet te corrigeren. Als u de juiste begindatum in de eerstvolgende aangifte gebruikt, wordt deze
datum in de polisadministratie gezien als de begindatum van de inkomstenverhouding. Alle andere
wijzigingen in de inkomstenverhouding moet u wel corrigeren (zie hoofdstuk 12).

3.4.2 Nummer inkomstenverhouding
U geeft elke inkomstenverhouding een nummer en u vermeldt dit in de loonstaat. Veel
salarissoftwarepakketten doen dit automatisch voor u. In de aangifte loonheffingen moet u dit nummer
invullen. Voor het nummer inkomstenverhouding houdt u rekening met het volgende:
– Als u voor de 1e keer een nummer inkomstenverhouding toekent aan een werknemer, kunt u het beste
beginnen bij 0001. Als de inkomstenverhouding eindigt en er weer een nieuwe inkomstenverhouding
begint met dezelfde werknemer, nummert u door. Zo loopt u weinig risico dat u nummers hergebruikt als
u overstapt op een ander salaris- of aangiftepakket.
– Hebt u voor een inkomstenverhouding eenmaal een bepaald nummer gekozen? Gebruik dat nummer
dan in alle volgende aangiften voor die inkomstenverhouding. Dit geldt ook als u overstapt op een ander
salaris- of aangiftepakket. Vraag uw softwareleverancier hoe u de nummers kunt vinden in de oude
software en daaruit kunt kopiëren.
– Neemt u een ex-werknemer aan? U mag een gebruikt nummer inkomstenverhouding niet hergebruiken
bij hetzelfde loonheffingennummer. Dit mag pas na 7 jaar na het jaar waarin de dienstbetrekking is
beëindigd.
– U gebruikt voor iedere inkomstenverhouding in uw aangifte of correctie een unieke combinatie van
burgerservicenummer en nummer inkomstenverhouding. Deze combinatie mag maar 1 keer voorkomen
in uw aangifte of correctie. Komt dezelfde combinatie toch vaker voor? Dan krijgt de verzender een
foutmelding of een brief met het verzoek om de fout te verbeteren (zie paragraaf 11.3, fase 3).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 30
Let op!
Wij zien bij aangiften of correcties soms 2 keer dezelfde combinatie van burgerservicenummer en
nummer inkomstenverhouding. Er worden (gecorrigeerde) gegevens voor de inkomstenverhouding
aangeleverd en tegelijkertijd wordt deze inkomstenverhouding ingetrokken. Wij negeren in deze
gevallen de intrekking. U krijgt geen foutmelding of een brief. Wilt u een eerdere inkomstenverhouding
toch intrekken? Geef dat dan aan met een aanvullende aangifte voor het einde van de aangiftetermijn,
of met een correctie bij de aangifte over het volgende of daaropvolgende tijdvak.
Meerdere nummers inkomstenverhouding gebruiken voor dezelfde werknemer
Hebt u meerdere inkomstenverhoudingen met dezelfde werknemer (zie paragraaf 3.4.1)? Dan geeft u elke
inkomstenverhouding een apart nummer.
Nieuw nummer inkomstenverhouding gebruiken
Als er een nieuwe inkomstenverhouding ontstaat (zie paragraaf 3.4.1), moet u een nieuw nummer
inkomstenverhouding gebruiken. Doet deze verandering zich tijdens het aangiftetijdvak voor? Neem
dan de werknemer voor dat aangiftetijdvak 2 keer in de aangifte op, onder 2 verschillende nummers
inkomstenverhouding.

3.5 Bewaarplaats, bewaartermijn en controle
Wij stellen eisen aan de bewaarplaats (zie paragraaf 3.5.1) en de bewaartermijnen (zie paragraaf 3.5.2) van
uw administratie. Ook kunnen wij een controle bij u instellen (zie paragraaf 3.5.3).
3.5.1 Bewaarplaats
U moet de loonadministratie bewaren op de plaats waar uw bedrijf kantoor houdt of gevestigd is. Op
uw verzoek kunnen wij toestemming geven om de loonadministratie op een andere plaats te bewaren,
bijvoorbeeld op het kantoor van uw adviseur. U kunt dit verzoek naar uw belastingkantoor sturen.

3.5.2 Bewaartermijn
Bepaalde onderdelen van uw administratie zijn basisgegevens. Daarbij moet u denken aan:
– de loonadministratie
– het grootboek
– de debiteuren- en crediteurenadministratie
– de voorraadadministratie
– de in- en verkoopadministratie
Iedere ondernemer moet de basisgegevens van zijn administratie 7 jaar bewaren (fiscale bewaarplicht). Dit
geldt dus ook voor de loonadministratie.
Let op!
Ook als u stopt met ondernemen of geen werknemers meer hebt, moet u de gegevens de volledige
bewaartermijn bewaren.
Afwijkende bewaartermijnen binnen de loonadministratie
Voor sommige gegevens binnen de loonadministratie geldt een andere bewaartermijn. De volgende gegevens
moet u ten minste 5 kalenderjaren na het einde van de dienstbetrekking bewaren:

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 31

– loonbelastingverklaringen of formulieren met de gegevens voor de loonheffingen, zoals het ‘Model opgaaf
gegevens voor de loonheffingen’ en het ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten- en
scholierenregeling)’
U bewaart ook de oude verklaringen en formulieren als zij zijn vervangen door nieuwe.
– kopieën van het identiteitsbewijs
– kopieën van beschikkingen of verklaringen die u van uw werknemer hebt gekregen
Voor de overige gegevens kunt u met ons afspraken maken over kortere bewaartermijnen dan 7 jaar. De
kortere bewaartermijnen gelden uitsluitend voor de Belastingdienst. Bij andere overheidsinstellingen kunt u
nog te maken krijgen met de wettelijke bewaartermijn van 7 jaar.
Computerprogramma’s en bestanden
De bewaarplicht geldt ook voor computerprogramma’s en bestanden. U moet ervoor zorgen dat deze
programma’s en bestanden bij een controle kunnen worden gebruikt. U voldoet niet aan uw bewaarplicht
als u uitsluitend een bestand in afgedrukte vorm bewaart. In de brochure ‘Uw geautomatiseerde
administratie en de fiscale bewaarplicht’ vindt u meer informatie over de juiste manier van bewaren van
uw digitale administratie. U kunt deze brochure downloaden van onze internetsite of bestellen bij de
BelastingTelefoon: 0800 – 0543.

Laat u (een deel van) uw administratie verzorgen door een computer- of loonservicebureau? Dan geldt de
fiscale bewaarplicht ook voor de gegevensdragers van die servicebureaus waarop gegevens staan over uw
onderneming.
3.5.3 Controle
Bij een controle vergelijken wij de aangiften, eventuele jaarloonopgaven en de administratie. Wij raden u
aan om de berekeningen te bewaren die u hebt gemaakt bij het opstellen van de aangiften en de eventuele
jaarloonopgaven. Dit maakt de controle makkelijker. Bij een controle moet u ons alle informatie geven
die van belang kan zijn. Wij mogen kopieën maken van uw administratie. Zie paragraaf 14.4 voor meer
informatie.
3.6 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen
Grote bedrijven bestaan meestal uit meerdere zelfstandige bedrijfsonderdelen die elk inhoudingsplichtig zijn
voor de loonheffingen. Als een werknemer binnen het bedrijf bij een ander onderdeel gaat werken, betekent
dit extra administratieve lasten. De dienstbetrekking eindigt namelijk en een nieuwe dienstbetrekking begint.
Dit geldt ook voor andere verbanden waarin inhoudingsplichtigen samenwerken.
Wilt u de extra administratieve lasten verminderen? Dan kunt u ons verzoeken uw samenwerkingsverband
aan te wijzen als een samenhangende groep inhoudingsplichtigen. U kunt een werknemer dan eenvoudiger
binnen uw groep laten wisselen, omdat:
– u zijn identiteit niet opnieuw hoeft vast te stellen
– de werknemer de gegevens voor de loonheffingen niet opnieuw aan u hoeft te geven
– u het jaarloon voor de bijzondere beloningen niet opnieuw hoeft vast te stellen
– een beschikking voor de 30%-regeling geldig blijft als de omstandigheden daarvoor bij de nieuwe
inhoudingsplichtige gelijk blijven (zie paragraaf 17.4.2)
Het verzoek voor de aanwijzing als samenhangende groep doet u samen met de andere inhoudingsplichtigen.
U stuurt het verzoek naar uw belastingkantoor. Wij beslissen op het verzoek met een beschikking waarin
nadere voorwaarden kunnen staan. Tegen deze beschikking kunt u bezwaar maken. Wij kunnen beslissen
om de aanwijzing als samenhangende groep en de eventuele voorwaarden te wijzigen of in te trekken. Dit
kan ook gebeuren op verzoek van (1 van) de inhoudingsplichtigen. U krijgt dan een nieuwe beschikking. Ook
tegen deze beschikking kunt u bezwaar maken.
Elke inhoudingsplichtige binnen de samenhangende groep moet wel apart aangifte doen. Elke
inhoudingsplichtige moet ook een jaaropgaaf aan de werknemer(s) geven (zie hoofdstuk 13).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 32
Stap 4 Bepalen wat tot het loon hoort
U moet de loonheffingen berekenen over het loon. Daarom is het belangrijk te weten wat precies tot het loon
hoort. In het kort: loon is alles wat een werknemer krijgt op grond van zijn dienstbetrekking. Daarbij geldt
het volgende:
– Het maakt niet uit of de werknemer recht heeft op het loon. Een vrijwillig gegeven gratificatie is net zo
goed loon als het winstaandeel waarop de werknemer recht heeft volgens zijn arbeidsvoorwaarden.
– Het maakt niet uit of de werknemer voor het loon heeft gewerkt. Loon over verzuimde uren is ook loon.
– Het maakt niet uit of de werknemer het loon in geld of in een andere vorm krijgt. Beloningen in natura en
aanspraken zijn ook loon.
– Het maakt niet uit van wie de werknemer het loon krijgt. Uitkeringen uit een fonds dat aan de
dienstbetrekking is verbonden, zijn ook loon. Denk bijvoorbeeld aan uitkeringen uit een scholingsfonds of
uit een fonds voor ondersteuning van werknemers in financiële moeilijkheden. Fooien en ander loon van
derden kunnen ook loon zijn.
Uitgangspunt is dat het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen ook het loon is voor de
werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Dit noemen we het uniforme loonbegrip (zie
paragraaf 4.1). Zie paragraaf 4.2 voor uitleg over het begrip ‘loon’.
Vormen van loon
We maken onderscheid tussen loon uit tegenwoordige en loon uit vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf
4.3). Daarbinnen kunnen de volgende vormen voorkomen:
– loon in geld (zie paragraaf 4.4)
– loon in natura, waaronder cryptovaluta (zie paragraaf 4.5)
– vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (zie paragraaf 4.6)
– uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere gebeurtenissen (zie paragraaf 4.7)
– aanspraken, en uitkeringen op grond van aanspraken (zie paragraaf 4.8)
– negatief loon (zie paragraaf 4.9)
– verzekeringsuitkeringen die belast zijn voor de loonheffingen (zie paragraaf 4.10)
– aandelenopties (zie paragraaf 4.11)
Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen zijn geen loon of geen belast loon (zie paragraaf 4.12). Zie
paragraaf 4.13 voor een schema van het loon.

Doorbetaaldloonregeling
Krijgt een werknemer voor zijn dienstbetrekking bij u ook loon van een andere werkgever? Dan kan de
doorbetaaldloonregeling gelden. Deze regeling bepaalt wie de loonheffingen moet inhouden en betalen. Zie
paragraaf 4.14 voor meer informatie.

Cafetariaregeling
Zie paragraaf 4.15 voor meer informatie over de cafetariaregeling.

4.1 Uniform loonbegrip voor de loonheffingen
Het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, het loon voor de werknemersverzekeringen en het loon
voor de Zvw zijn gelijk op 2 verschillen na:
– Loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals (pre)pensioenuitkeringen, is loon voor de loonbelasting/
volksverzekeringen en Zvw, maar in het algemeen geen loon voor de werknemersverzekeringen (zie
paragraaf 4.3).
– Eindheffingsloon (zie hoofdstuk 24) is loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, maar geen
loon voor de werknemersverzekeringen en de Zvw. Loon waarbij wij door het opleggen van een
naheffingsaanslag eindheffing toepassen, is een uitzondering: dit is loon voor alle loonheffingen, tenzij u
deze loonbestanddelen had kunnen of moeten aanwijzen als eindheffingsloon (zie paragraaf 8.1.3).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 33
Loon uit vroegere dienstbetrekking soms toch loon voor alle loonheffingen
De volgende loonbestanddelen zijn altijd loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, de
werknemersverzekeringen en de Zvw, ook als deze loonbestanddelen loon uit vroegere dienstbetrekking zijn:
– WW-, ZW- en WAO/WIA-uitkeringen
– aanvullingen op de WW-, ZW- en WAO/WIA-uitkeringen
Voor de werknemersverzekeringen zijn deze aanvullingen loon zolang de dienstbetrekking bestaat.
– de aanvulling Toeslagenwet
– loon op grond van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en de aanvulling daarop en vergelijkbare
regelingen voor ambtenaren
– uitkeringen voor zwangerschap, bevalling, adoptie en de zorg voor pleegkinderen op grond van de Wet
arbeid en zorg

Let op!
In tegenstelling tot WW-, ZW- en WAO/WIA-uitkeringen zijn uitkeringen die een bank of
verzekeringsmaatschappij betaalt in verband met ziekte, invaliditeit of ongeval, en (de afkoopsom van)
een lijfrente geen loon voor de werknemersverzekeringen (zie paragraaf 4.10). Het gaat om uitkeringen
die betaald worden vanwege een verzekering die de werknemer zelf heeft afgesloten. Dit geldt ook voor
WW-uitkeringen voor een 3e jaar, die uit een fonds betaald worden.

4.2 Loon
Loon is alles wat een werknemer krijgt op grond van zijn dienstbetrekking. Welke vormen dat loon
kan hebben, leest u in paragraaf 4.4 tot en met 4.11. Daarnaast zijn er een aantal vergoedingen en
verstrekkingen die geen loon of geen belast loon zijn (zie paragraaf 4.12).
Let op!
Bij het bepalen van de hoogte van het loon mag u geen rekening houden met de betaalde
werkgeversheffing Zvw of ingehouden bijdrage Zvw. Dat geldt ook voor bijdragen voor vergelijkbare
buitenlandse wettelijke zorgverzekeringen.
U kunt maximaal 1,2% van het totale fiscale loon van al uw werknemers besteden aan onbelaste
vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (vrije ruimte). U wijst deze vergoedingen,
verstrekkingen en terbeschikkingstellingen dan als eindheffingsloon aan, bijvoorbeeld door ze in uw
administratie als eindheffingsloon op te nemen. Dit eindheffingsloon komt vervolgens ten laste van uw vrije
ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van
80%. Zie hoofdstuk 8 voor meer informatie.
Daarnaast kunt u bepaalde zaken onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen door gerichte
vrijstellingen en nihilwaarderingen. Zie hoofdstuk 20 voor meer informatie.
Altijd eindheffingsloon of altijd loon van de werknemer
Bij een aantal vormen van loon kunt u niet kiezen voor eindheffingsloon of loon van de werknemer. Altijd
eindheffingsloon zijn:
– vergoedingen voor postactieve werknemers voor de aanschaf van producten uit uw eigen bedrijf of uit
het bedrijf van een verbonden vennootschap die u of de verbonden vennootschap ook aan uw actieve
werknemers geeft (zie paragraaf 20.1.8)
– verstrekkingen voor postactieve werknemers die u of een verbonden vennootschap ook aan uw actieve
werknemers geeft, zoals een kerstpakket
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 34
Altijd loon van de werknemer zijn:
– een auto van de zaak (behalve de kosten van buitengewone beveiligingsmaatregelen van die auto)
– een (dienst)woning (behalve het pied-à-terre en de kosten van buitengewone beveiligingsmaatregelen
voor de woning, zie paragraaf 20.3.4)
– de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u niet als eindheffingsloon hebt
aangewezen (zie paragraaf 4.6)
– vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor criminele activiteiten
– het deel van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen dat boven de 30%-grens van
de gebruikelijkheidstoets uitkomt
– vergoedingen voor een boete die de werknemer heeft gekregen
– loon uit vroegere dienstbetrekking
– het rentevoordeel inclusief de kosten van een personeelslening voor een eigen woning waarvan de rente
(inclusief de kosten) aftrekbaar is in de inkomstenbelasting

Let op!
– Hebt u een boete gekregen voor een overtreding van de werknemer en verhaalt u deze niet
op de werknemer? Dan mag u het voordeel dat de werknemer heeft van het niet verhalen, als
eindheffingsloon aanwijzen als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan.
– Betaalt u de werknemer naast loon uit vroegere dienstbetrekking ook loon uit waarop de
arbeidskorting van toepassing is? Dan mag u het loon uit vroegere dienstbetrekking aanwijzen als
eindheffingsloon als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan.
Gebruikelijkheidstoets

Bij het aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen als eindheffingsloon
(bijvoorbeeld door ze in uw administratie op te nemen als eindheffingsloon) mogen die vergoedingen,
verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare
omstandigheden gebruikelijk is. Dit noemen we de gebruikelijkheidstoets. Het moet dus gebruikelijk zijn
dat uw werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang
belastingvrij krijgt en dat u de loonbelasting/premie volksverzekeringen via de eindheffing voor uw rekening
neemt.
Vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar
beschouwen wij als gebruikelijk. De afwijking van 30% geldt niet voor dit bedrag.

Let op!
Het bedrag van € 2.400 geldt in alle redelijkheid, dus bijvoorbeeld niet voor zover het loon van
de werknemer lager is dan de bedragen waar hij recht op heeft volgens de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag, of als stagiair.
Bij de gebruikelijkheidstoets kijkt u in ieder geval naar:
– de soort vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen en de waarde ervan
– de hoogte van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen
– wie de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen krijgen
– de vraag of tariefsvoordeel een doorslaggevende rol speelt bij de aanwijzing als eindheffingsloon
De gebruikelijkheidstoets is voor bijzondere situaties. Als u twijfelt, doet u het volgende:
– U beoordeelt de aanwijzing als eindheffingsloon van iedere vergoeding, verstrekking of
terbeschikkingstelling op gebruikelijkheid. Toets de aanwijzing in ieder geval aan de bovenstaande 4
criteria.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 35

– U beoordeelt in de loop van het kalenderjaar het totaal van alle vergoedingen, verstrekkingen en
terbeschikkingstellingen. Als dit totaal meer dan 30% ongebruikelijk is, is het bedrag boven de
30%-grens loon van de werknemer. Dat kan dus ook al bij de eerste vergoeding, verstrekking of
terbeschikkingstelling het geval zijn.
Als wij vinden dat de aanwijzing als eindheffingsloon van de vergoedingen, verstrekkingen en
terbeschikkingstellingen ongebruikelijk is, moeten wij dat aantonen. U kunt dan toelichten waarom de
aanwijzing als eindheffingsloon toch gebruikelijk is.
Voorbeeld 1
U geeft enkele werknemers elk jaar een belaste bonus van € 6.000. Deze werknemers krijgen
dan netto elk ongeveer € 3.000. Dit jaar geeft u dezelfde werknemers dezelfde bonus, maar dan
onbelast. Iedere werknemer krijgt dan netto € 6.000. U mag de bonus dan niet aanwijzen als
eindheffingsloon, omdat dit ongebruikelijk is.
Voorbeeld 2
U geeft een van uw werknemers een elektrische fiets van € 1.000. Deze werknemer komt op
deze fiets naar het werk. U mag de verstrekking van de fiets aanwijzen als eindheffingsloon.
Want het is niet ongebruikelijk om een fiets met zo’n waarde te verstrekken en aan te wijzen als
eindheffingsloon.
Voorbeeld 3
Een bedrijf heeft behalve een directeur-grootaandeelhouder (dga) geen andere werknemers. De
dga krijgt een vergoeding voor zijn werk van € 250.000. Het bedrijf bestempelt € 100.000 als loon
van de dga en wijst de overige € 150.000 aan als eindheffingsloon. Het is duidelijk dat zo’n ‘knip’
ongebruikelijk is.
Voorbeeld 4
U geeft uw werknemers met kerst een kerstpakket. De directeur heeft net zijn vliegbrevet
gehaald en hij vertelt altijd gepassioneerd over zijn hobby. U geeft de directeur met kerst een
zelfbouwpakket van een sportvliegtuig van € 25.000. Een kerstpakket van € 25.000 is niet
gebruikelijk: de waarde van het pakket wijkt meer dan 30% af van de waarde van pakketten die
andere werkgevers in vergelijkbare omstandigheden aan hun directeuren geven. Het is dus ook niet
gebruikelijk om dit kerstpakket volledig als eindheffingsloon aan te wijzen. U rekent het deel van de
verstrekking dat meer dan gebruikelijk is, tot het loon van de directeur.
Voorbeeld 5
U geeft werknemers met studerende kinderen per jaar een vergoeding van € 3.000 voor
collegegeld en bijkomende studiekosten. U mag deze vergoeding voor studiekosten aanwijzen als
eindheffingsloon. Want het is niet ongebruikelijk om studiekosten tot dat bedrag te vergoeden en
aan te wijzen als eindheffingsloon.
4.3 Loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking
Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is loon van de werknemer voor het werk dat hij doet. Bijvoorbeeld
het periodieke loon, de vakantiebijslag, de vakantietoeslag, de dertiendemaanduitkering, gratificaties,
tantièmes en nabetalingen hiervan. Het is niet van belang wanneer u het loon uitbetaalt. Vakantiebijslag die
u na het einde van de dienstbetrekking betaalt, is bijvoorbeeld ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.
De volgende loonbestanddelen zijn ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking:
– loon op grond van inactiviteit, gedurende maximaal 24 maanden, dat u aan de werknemer betaalt, omdat
de werknemer het afgesproken werk niet kan uitvoeren
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 36
Inactiviteit van de werknemer kan bijvoorbeeld ontstaan door weersomstandigheden, onvoldoende
orders, gebrek aan productiegrondstoffen, bedrijfsstoringen, brand of ziekte of overlijden van de
werkgever. Betaalt u dit loon langer dan 24 maanden, dan is het loon vanaf de 25e maand loon uit
vroegere dienstbetrekking.
– loon op grond van inactiviteit, gedurende maximaal 24 maanden, dat u betaalt aan een werknemer die is
geschorst, op non-actief is gesteld of tot aan het eind van zijn dienstbetrekking met behoud van loon is
vrijgesteld van werk
Betaalt u dit loon langer dan 24 maanden, dan is het loon vanaf de 25e maand loon uit vroegere
dienstbetrekking.
– loon voor beschikbaarheidsdiensten
– loon voor oproepkrachten zonder werkgarantie bij een oproep voor minder dan 3 uur
Als u met uw werknemer een overeenkomst hebt zonder werkgarantie en u roept die werknemer op voor
minder dan 3 uur, dan moet u toch het loon over 3 uur betalen.
– loon dat u bij ziekte of zwangerschap maximaal 2 jaar doorbetaalt of zolang de dienstbetrekking nog
duurt
– Ziektewetuitkeringen die u bij ziekte of zwangerschap maximaal 2 jaar doorbetaalt of zolang de
dienstbetrekking nog duurt, met uitzondering van de Ziektewetuitkering op grond van de vrijwillige
verzekering
Op loon van de werknemer uit tegenwoordige dienstbetrekking past u de witte loonbelastingtabellen toe (zie
paragraaf 7.3.2).
Loon uit vroegere dienstbetrekking
Loon uit vroegere dienstbetrekking heeft meestal te maken met een beëindigde dienstbetrekking. Het is geen
vergoeding voor het werk zelf, maar iets wat de werknemer krijgt omdat hij vroeger heeft gewerkt.
Ontslagvergoedingen of beëindigingsvergoedingen, pensioen-, prepensioen- en vroegpensioen-uitkeringen
zijn dus loon uit vroegere dienstbetrekking. Ook een aantal andere uitkeringen zijn loon uit vroegere
dienstbetrekking. De voornaamste uitkeringen zijn:
– AOW-, Anw-, IOAW-, IOAZ-, Waz-, Wet Wajonguitkeringen en uitkeringen op grond van de Toeslagenwet
– WAO/WIA, ZW, WW en soortgelijke buitenlandse arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
– bijstandsuitkeringen, uitkeringen op grond van de wet REA en gemeentelijke inkomensondersteunende
uitkeringen, voor zover deze zijn belast voor de inkomstenbelasting
– lijfrente-uitkeringen, uitgekeerd aan uitkeringsgerechtigden die in Nederland wonen
– uitkeringen aan verzetsdeelnemers en oorlogsslachtoffers
– uitkeringen die loon uit vroegere dienstbetrekking zijn en die worden uitbetaald aan een ander dan de
werknemer
Zie paragraaf 4.10 voor de categorieën verzekeringsuitkeringen waarover banken,
levensverzekeringsmaatschappijen, schadeverzekeraars en andere financiële instellingen loonbelasting/
premie volksverzekeringen en eventueel de bijdrage Zvw moeten inhouden.
Op loon van de werknemer uit vroegere dienstbetrekking past u de groene loonbelastingtabellen toe (zie
paragraaf 7.3.3).
4.4 Loon in geld
De belangrijkste vorm van loon is loon in geld: salaris, provisie, premie, gevarengeld, overwerkloon,
tantième, gratificatie en alles wat u, onder welke naam dan ook, aan een werknemer op grond van zijn
dienstbetrekking in geld uitbetaalt. Dit betekent dat ook de volgende betalingen loon in geld zijn:
– uitbetalingen op grond van een nettoloonafspraak (zie paragraaf 4.4.1)
– fooien en ander loon van derden (zie paragraaf 4.4.2)
– WW-, ZW- en WAO/WIA-uitkeringen die u aan een werknemer doorbetaalt (zie paragraaf 4.4.3)
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 37
4.4.1 Nettoloonafspraak
Hebt u een nettoloonafspraak met uw werknemer, dan neemt u in feite de loonheffingen voor uw rekening. U
berekent het loon waarover u loonheffingen moet betalen, door het nettoloon te herleiden tot een brutoloon
(bruteren) (zie paragraaf 7.4).
4.4.2 Fooien en ander loon van derden
U houdt loonheffingen in over het bedrag aan fooien en ander loon van derden waarmee u bij de vaststelling
van het loon rekening hebt gehouden.
Voorbeeld
U spreekt met uw werknemer af dat het loon € 1.100 is en u betaalt de werknemer € 1.000. De rest
(€ 100) moet hij verdienen met fooien. Voor het berekenen van de loonheffingen gaat u uit van een
loon van € 1.100.
Fooien voor horecapersoneel
Er zijn speciale regels voor fooien voor horecapersoneel. Als u een horecamedewerker minder loon betaalt
dan waarop hij – bijvoorbeeld op grond van de cao – recht heeft, gaat u ervan uit dat het verschil wordt
aangevuld door fooien. U berekent de loonheffingen dus over het loon waar de werknemer recht op heeft.
Maar als u en uw werknemer de fooien op een hoger bedrag schatten, dan gaat u voor de loonheffingen uit
van dat hogere bedrag.
Voorbeeld
U hebt met uw werknemer een loon afgesproken van € 1.000 per maand. Maar volgens de cao heeft
deze werknemer recht op een loon van € 1.100. Voor het berekenen van de loonheffingen gaat u
uit van een loon van € 1.100. Maar als u samen met uw werknemer de fooien schat op € 300 per
maand, gaat u voor het berekenen van de loonheffingen uit van € 1.300.
Uw werknemer moet de fooien die hij werkelijk heeft gekregen, en ander loon van derden in zijn aangifte
inkomstenbelasting opgeven. Hiervan mag hij het bedrag aftrekken dat u al tot het loon hebt gerekend.
Loongegevens doorgeven
Krijgt uw werknemer loon van derden? Dan moet u de hoogte van dat loon doorkrijgen om daarover
loonheffingen in te kunnen houden. Als u loon betaalt aan een medewerker die niet bij u in dienst is, dan
geeft u de loongegevens en het burgerservicenummer schriftelijk door aan de instantie of werkgever bij wie
deze medewerker wel in (fictieve) dienstbetrekking is. U moet bijvoorbeeld aan UWV het voordeel doorgeven
van het privégebruik van een auto die u ter beschikking stelt aan iemand die van UWV een uitkering krijgt
en bij u op proef werkt. Hetzelfde geldt als uitzendkrachten die u inleent, een bedrijfsauto van u privé mogen
gebruiken. U moet het voordeel van het privégebruik dan aan het uitzendbureau doorgeven.
4.4.3 WW-, ZW- en WAO/WIA-uitkeringen die u aan een werknemer doorbetaalt
Als u een WW-, ZW- of WAO/WIA-uitkering aan een werknemer doorbetaalt, is er sprake van een
werkgeversbetaling of een instantiebetaling.

Werkgeversbetaling
De werkgeversbetaling is bedoeld voor de situatie waarin de werknemer nog loon uit tegenwoordige
dienstbetrekking van u krijgt. Hebt u met UWV een werkgeversbetaling afgesproken, dan krijgt u van
UWV het brutobedrag van de uitkering, vermeerderd met de premies werknemersverzekeringen en de
werkgeversheffing Zvw. U betaalt de uitkering door aan de werknemer. U moet alle loonheffingen over het
totaal van de uitkering en het loon berekenen (zie paragraaf 7.6.2).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 38
Let op!
Bent u aangesloten bij een sector met meerdere risicopremiegroepen (zie paragraaf 5.1.1), dan past u
het percentage toe dat hoort bij uw risicopremiegroep.

Instantiebetaling
De instantiebetaling is bedoeld voor de situatie waarin de werknemer geen loon uit tegenwoordige
dienstbetrekking meer van u krijgt, maar u hem nog wel een aanvulling op zijn uitkering betaalt. De
aanvulling is dan loon uit vroegere dienstbetrekking en geen loon voor de werknemersverzekeringen. Hebt u
met UWV een instantiebetaling afgesproken, dan betaalt UWV de premies werknemersverzekeringen over de
uitkering. U krijgt van UWV het brutobedrag van de uitkering, vermeerderd met de werkgeversheffing Zvw.
U betaalt de uitkering door aan de werknemer. U berekent over het totaal van de uitkering en de aanvulling
daarop de werkgeversheffing Zvw en de loonbelasting/premie volksverzekeringen, maar niet de premies
werknemersverzekeringen (zie paragraaf 7.6.2).

4.5 Loon in natura
Loon in natura is loon dat u niet in geld uitbetaalt. Het is een voordeel uit de dienstbetrekking en is daarom
belast voor de loonheffingen. U kunt loon in natura aan uw werknemer verstrekken of ter beschikking stellen.
In het 1e geval wordt uw werknemer eigenaar en in het 2e geval blijft u eigenaar.
De waarde van loon in natura is het bedrag inclusief btw van de inkoopfactuur. Als u aangifte loonheffingen
moet doen en u hebt nog geen inkoopfactuur, gaat u voor de aangifte uit van de offerte of van een redelijke
schatting. Nadat u de factuur hebt gekregen, corrigeert u zo nodig de eerdere aangifte.
In 2 gevallen moet u uitgaan van de waarde in het economische verkeer (de gebruikelijke verkoop- of
winkelwaarde inclusief btw):
– U hebt geen factuur.
– U hebt een factuur van een verbonden vennootschap (zie paragraaf 20.1.8).
Krijgt uw werknemer bitcoins of andere cryptovaluta van u? Dan gaat u uit van de waarde in euro’s op het
moment waarop u de cryptovaluta betaalt.
Voor bepaalde voorzieningen op de werkplek gelden normbedragen (zie paragraaf 20.3).
Producten uit eigen bedrijf
Producten uit eigen bedrijf zijn ook loon in natura. Deze producten zijn gericht vrijgesteld tot een bepaald
normbedrag (zie paragraaf 20.1.8).
Eigen bijdrage van de werknemer
Als u op het loon van de werknemer een bedrag inhoudt voor de verstrekking of terbeschikkingstelling van
loon in natura, trekt u deze eigen bijdrage af van de te belasten waarde of het normbedrag. Deze aftrek mag
niet hoger zijn dan de te belasten waarde of het normbedrag. Wijst u de waarde van het loon in natura aan
als eindheffingsloon? Dan trekt u het totaal van de eigen bijdragen van uw werknemers af van het totaal van
de te belasten waarde en/of het totaal van de normbedragen.
Zie de normbedragen in paragraaf 20.3 en tabel 15 achter in het handboek.
Loon in natura: nihilwaarderingen
Alles wat u uw werknemer verstrekt, vergoedt of ter beschikking stelt voor zijn dienstbetrekking, is loon. Om
te voorkomen dat de waarde van bepaalde voorzieningen op de werkplek in de vrije ruimte valt, is een aantal
voorzieningen op nihil gewaardeerd. Zie paragraaf 20.2 voor meer informatie.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 39
Let op!

Nihilwaarderingen gelden alleen voor loon in natura, meestal in de vorm van een terbeschikkingstelling,
en niet voor vergoedingen in geld.
4.6 Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen
Alles wat u uw werknemer vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt voor zijn dienstbetrekking, is loon. Als
u voor een verstrekking of terbeschikkingstelling een bedrag inhoudt op het loon, trekt u dit bedrag af van de
te belasten waarde of het normbedrag. Maar dat mag niet leiden tot een negatief bedrag. Alleen bij een eigen
bijdrage voor een auto van de zaak kan de bijtelling in een loontijdvak soms negatief zijn (zie paragraaf
21.3.7).

Bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn geen loon of geen belast loon (zie
paragraaf 4.12). Verder zijn er voor bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen
zogenoemde gerichte vrijstellingen (zie paragraaf 20.1) en nihilwaarderingen (zie paragraaf 20.2). Deze
gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen zijn geen belast loon voor uw werknemer en gaan niet ten koste
van uw vrije ruimte. Gerichte vrijstellingen moet u daarvoor wel aanwijzen als eindheffingsloon (bijvoorbeeld
door ze in uw administratie op te nemen als eindheffingsloon, zie paragraaf 8.1.3). Daarnaast kunt u een
vaste (onbelaste) kostenvergoeding geven (zie paragraaf 4.6.1).

4.6.1 Vaste kostenvergoedingen
Voor gerichte vrijstellingen (zie paragraaf 20.1) en intermediaire kosten (zie paragraaf 4.12.2) mag u een
vaste, onbelaste kostenvergoeding geven, die niet ten koste gaat van uw vrije ruimte. U moet dan wel
voldoen aan de volgende voorwaarden:
– U kunt het bedrag van de vrijstellingen en kosten aannemelijk maken.
– U omschrijft elke vrijstelling en kostenpost en geeft een schatting van het bedrag.
– U geeft aan uit welke bedragen de vaste kostenvergoeding is opgebouwd (bedragen voor vrijstellingen en
andere kostenposten).
– U onderbouwt de vaste kostenvergoeding met een onderzoek vooraf naar de werkelijk gemaakte kosten
en u herhaalt dit als wij daarom vragen of als de omstandigheden wijzigen. Deze voorwaarde geldt alleen
voor nieuwe vaste kostenvergoedingen. Voor vaste kostenvergoedingen die al bestonden voordat u de
werkkostenregeling ging toepassen, hoeft u niet opnieuw onderzoek te doen als de omstandigheden
waarop u de vergoeding hebt gebaseerd, gelijk zijn gebleven.
– Voor gerichte vrijstellingen: U wijst de kostenvergoeding voor de gerichte vrijstelling aan als
eindheffingsloon.
Als u niet aan deze voorwaarden voldoet, zijn de vaste kostenvergoedingen voor gerichte vrijstellingen en
intermediaire kosten loon van de werknemer. Als u de vaste kostenvergoeding in dat geval aanwijst als
eindheffingsloon, gaat dat wel ten koste van uw vrije ruimte (zie paragraaf 8.1.3).
Vergoedingen die niet gericht zijn vrijgesteld en die geen intermediaire kosten zijn, kunt u aanwijzen als
eindheffingsloon (zie paragraaf 4.2). Wijst u de vergoedingen niet aan als eindheffingsloon, dan horen ze tot
het loon van de werknemer.

4.6.2 Cao-beoordelingen
In collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) staan vaak afspraken over (vaste) vergoedingen en
verstrekkingen. Daarom beoordelen wij cao’s op de gevolgen voor de loonheffingen. Ga voor deze
beoordelingen naar belastingdienst.nl en zoek op ‘cao-beoordelingen’.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 40
4.7 Uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere gebeurtenissen
De volgende uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere gebeurtenissen zijn onder bepaalde voorwaarden
geen loon:
– diensttijduitkeringen of -verstrekkingen, bijvoorbeeld bij een jubileum van de werknemer (zie paragraaf
19.2.1)
– uitkeringen en verstrekkingen uit fondsen die aan de dienstbetrekking zijn verbonden (zie paragraaf
19.2.2)
– eenmalige uitkeringen bij overlijden tot maximaal driemaal het loon over een maand (zie paragraaf
19.1.7 en 19.1.8)
De volgende uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere gebeurtenissen zijn wel loon:
– ontslagvergoedingen (zie paragraaf 4.7.1)
– geschenken (zie paragraaf 4.7.2)
– kinderbijslag, anders dan op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW) (zie paragraaf 4.7.3)
4.7.1 Ontslagvergoedingen
Geeft u uw werknemer bij ontslag een ontslagvergoeding? Dan is dit loon uit vroegere dienstbetrekking (zie
paragraaf 4.3).

RVU-regeling
Is de ontslagvergoeding een regeling voor vervroegde uittreding (RVU-regeling), dan moet u pseudoeindheffing RVU betalen. Zie paragraaf 19.3 voor meer informatie. U kunt aan ons vragen of wij de
ontslagvergoeding zien als een RVU-regeling. Dat doet u voordat u de ontslagvergoeding uitbetaalt. U krijgt
dan van ons een beschikking, waartegen u bezwaar kunt maken (zie ook paragraaf 24.7).
Excessieve vertrekvergoeding
Als u een excessieve vertrekvergoeding betaalt aan uw werknemer, moet u pseudo-eindheffing excessieve
vertrekvergoedingen betalen. Zie paragraaf 24.8 voor meer informatie.
4.7.2 Geschenken
Geschenken horen tot het loon van de werknemer. Het maakt niet uit om wat voor soort geschenken het
gaat. U kunt er ook voor kiezen om de waarde ervan aan te wijzen als eindheffingsloon.
Let op!

Soms is een geschenk geen loon van de werknemer. Zie paragraaf 4.12.1 voor meer informatie.
4.7.3 Kinderbijslag anders dan op grond van de AKW
Kinderbijslag op grond van de AKW hoort niet tot het loon. Kinderbijslagvervangende uitkeringen en
kinderbijslagverhogende uitkeringen horen wel tot het loon. U mag deze uitkeringen ook als eindheffingsloon
aanwijzen (zie paragraaf 8.1.3).
4.8 Aanspraken, en uitkeringen op grond van aanspraken
Een aanspraak is een recht om na verloop van tijd of onder een voorwaarde 1 of meer uitkeringen of
verstrekkingen te krijgen. Een aanspraak hoort in het algemeen tot het loon, maar kan ook volledig of
gedeeltelijk zijn vrijgesteld. Als de aanspraak is vrijgesteld, is de uitkering in het algemeen belast.
Zie paragraaf 19.1 voor meer informatie over aanspraken.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 41

4.9 Negatief loon
De 2 meest voorkomende situaties waarin er sprake kan zijn van negatief loon, zijn:
– U hebt een werknemer te veel loon uitbetaald en de werknemer betaalt dit terug (zie paragraaf 4.9.1).
– De werknemer moet u een vergoeding terugbetalen (zie paragraaf 4.9.2).
Let op!
Bijdragen van de werknemer aan loon in natura waarvoor een nihilwaardering of een gerichte vrijstelling
geldt, zijn geen negatief loon.
4.9.1 Werknemer betaalt te veel uitbetaald loon terug
Als een werknemer een bedrag terugbetaalt dat hij ten onrechte als loon heeft gekregen, kunnen zich 3
situaties voordoen:
– De werknemer meldt het te veel betaalde loon en betaalt het binnen een redelijke termijn terug.
– U vraagt een bedrag terug in het jaar van betaling.
– U vraagt een bedrag terug na afloop van het jaar van betaling.
De werknemer meldt het te veel betaalde loon en betaalt het binnen een redelijke
termijn terug
De werknemer meldt u kort na ontvangst dat hij te veel loon heeft gekregen en hij betaalt dit binnen een
redelijke termijn terug. Wij beschouwen de loonbetaling dan als niet gedaan. U moet dan de gegevens in de
loonstaat over het loon en de loonheffingen verbeteren.
Als u al aangifte hebt gedaan over het tijdvak waarin u te veel loon hebt betaald, moet u deze fout corrigeren
(zie hoofdstuk 12). Dit doet u als volgt:
– Is de aangiftetermijn niet voorbij, dan doet u nog een nieuwe volledige aangifte loonheffingen of stuurt u
ons voor een specifiek deel van de aangifte vervangende of aanvullende gegevens toe.
– Is de aangiftetermijn wel voorbij, dan verzendt u een correctie bij een aangifte waarvan de
aangiftetermijn nog niet voorbij is.
U vraagt een bedrag terug in het jaar van betaling
Na een foute betaling vraagt u in hetzelfde jaar het nettobedrag terug dat u te veel hebt betaald aan uw
werknemer. Dan hebt u 2 mogelijkheden:
– U past de loon-over-systematiek toe (zie paragraaf 7.2.1).
– U past de loon-in-systematiek toe (zie paragraaf 7.2). Het brutobedrag dat hoort bij het nettobedrag dat
u terugvraagt, is negatief loon in het tijdvak van terugbetaling. Dit loon en de bijhorende loonheffingen
neemt u als negatieve bedragen op in de loonstaat in het tijdvak van terugbetaling. Heeft de werknemer
in dit tijdvak geen loon of een lager loon dan het negatieve loon, dan vult u voor deze werknemer in de
aangifte loonheffingen over dat tijdvak bij het loon en alle loonheffingen negatieve bedragen in.
U vraagt een bedrag terug na afloop van het jaar van betaling
Na afloop van het kalenderjaar vraagt u na een foute betaling het brutobedrag terug dat u te veel hebt
betaald aan uw werknemer. Het bedrag dat de werknemer terugbetaalt, is in het jaar van terugbetaling
voor de werknemer negatief loon. U corrigeert de eerdere foute betaling niet in de loonstaat. U hoeft ook de
aangifte niet te corrigeren.
U kunt kiezen uit de volgende 2 werkwijzen:
– U verrekent over 1 of meer loontijdvakken het negatieve loon volledig met het positieve loon. Dit mag
niet leiden tot een negatief bedrag. U berekent de loonheffingen over het saldo.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 42
– U verrekent het negatieve loon niet of niet helemaal met positief loon. Het bedrag dat u niet verrekent,
kan de werknemer als negatief loon aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting. In dit geval maakt u
een negatieve jaaropgaaf. Bij de loonheffingen vult u dan niets in.
4.9.2 Werknemer betaalt vergoeding terug
Als een werknemer een vergoeding moet terugbetalen, kan er sprake zijn van negatief loon. Of dat zo is,
hangt af van het oorspronkelijke karakter van de vergoeding:
– Als u de vergoeding in het verleden hebt belast bij de werknemer, is de terugbetaling negatief loon voor
de werknemer in het jaar waarin hij de vergoeding aan u terugbetaalt.
– Als u de vergoeding in het verleden hebt aangewezen als eindheffingsloon, dan is de terugbetaling
voor u negatief eindheffingsloon in het jaar waarin de werknemer de vergoeding aan u terugbetaalt.
Dat betekent dat het bedrag van uw vrije ruimte in dat jaar wordt verhoogd met het negatieve
eindheffingsloon.
4.10 Verzekeringsuitkeringen die belast zijn voor de loonheffingen
Banken, levensverzekeringsmaatschappijen, schadeverzekeraars en andere financiële instellingen
moeten loonbelasting/premie volksverzekeringen en de bijdrage Zvw inhouden op bepaalde categorieën
verzekeringsuitkeringen. Het gaat om de volgende categorieën verzekeringsuitkeringen:
1 periodieke uitkeringen die tot box 1 horen, bijvoorbeeld uitkeringen in verband met invaliditeit, ziekte of
een ongeval
2 lijfrente-uitkeringen aan minderjarigen (lijfrente-uitkeringen aan meerderjarigen vallen al langer onder
de loonbelasting/premie volksverzekeringen, net als uitkeringen uit een lijfrentespaarrekening of uit een
lijfrentebeleggingsrekening)
3 afkoopsommen van lijfrenten ‘oude stijl’ (contracten die vóór 1992 zijn gesloten en waarvoor de Wet
op de inkomstenbelasting 1964 van vóór 1992 nog geldt) en afkoopsommen van rechten op periodieke
uitkeringen die tot box 1 horen
4 negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen bij ‘fysieke afkoop’ – afkoopsommen in geld – van
lijfrenten en andere periodieke uitkeringen waarvoor de Wet op de inkomstenbelasting 2001 geldt
Dit zijn grofweg contracten die vanaf 1992 zijn gesloten. Een uitzondering geldt voor kleine
afkoopsommen met een waarde van maximaal € 4.404. Kleine afkoopsommen behandelt u als categorie
3.
Geen premies werknemersverzekeringen
Verzekerden die deze uitkeringen krijgen, zijn geen werknemers voor de werknemersverzekeringen. U betaalt
dus geen premies werknemersverzekeringen.
Bijdrage Zvw inhouden
U moet de bijdrage Zvw inhouden als er sprake is van een loontijdvak. Dat is bij verzekeringsuitkeringen uit
categorie 1 en 2 het geval. In die situaties moet u dus behalve loonbelasting/premie volksverzekeringen ook
de bijdrage Zvw inhouden.
De afkoopsommen van categorie 3 en 4 zijn eenmalige uitkeringen. Ze zijn niet te koppelen aan een bepaald
loontijdvak. Krijgt een verzekerde in een jaar alléén een afkoopsom uit categorie 3 of 4? Dan houdt u geen
bijdrage Zvw in. Maar krijgt die verzekerde in hetzelfde jaar ook een periodieke uitkering van u, waarvoor
er wel sprake is van een loontijdvak? Dan moet u op de afkoopsommen van categorie 3 en 4 niet alleen
loonbelasting/premie volksverzekeringen, maar ook de bijdrage Zvw inhouden.
Bij het inhouden van de bijdrage Zvw moet u rekening houden met een eventueel inhaaleffect van het
voortschrijdend cumulatief rekenen (zie paragraaf 5.7.3).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 43
Verzekeringsuitkeringen in de aangifte loonheffingen verwerken
In uw aangifte loonheffingen gebruikt u voor de verschillende categorieën verzekeringsuitkeringen de
volgende codes en tarieven:
Categorie
uitkering
Tarief loonbelasting/premie
volksverzekeringen
Inkomenscode Code loonbelastingtabel
1 Normale tarieven (groene tabel) 32 021, 022, 023, 024 of 025
(afhankelijk van het loontijdvak)
2 Normale tarieven (groene tabel) 59 of 60 021, 022, 023, 024 of 025
(afhankelijk van het loontijdvak)
3 Tarieven voor bijzondere beloningen 59 of 60 020 (tabel bijzondere beloningen)
4 Vast tarief van 52% – 32 voor uitkeringen in
verband met ziekte,
invaliditeit of ongeval
– 63 voor alle andere
uitkeringen
950 (‘52%-tarief in verband met
negatieve uitgaven bij afkoop van
inkomensvoorzieningen’)
Betaalt u aan 1 verzekerde meerdere uitkeringen? En zijn de code loonbelastingtabel of de inkomenscode die
u moet gebruiken niet hetzelfde? Gebruik dan voor iedere uitkering een eigen nummer inkomstenverhouding
(zie paragraaf 3.4). Ook als de codes wel hetzelfde zijn, maar de tarieven verschillend, kunt u het beste
verschillende nummers inkomstenverhouding gebruiken. Dit is handig voor uw en onze administratie.
Verder moet u, voor het berekenen van de bedragen die u moet inhouden, rekening houden met de
samenvoegingsregels (zie paragraaf 7.6.1).
4.11 Aandelenopties
Een aandelenoptierecht is een recht om 1 of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te kopen
in de vennootschap van de werkgever of in een vennootschap waarmee de werkgever is verbonden. Onder
verbonden vennootschap wordt verstaan:
– een vennootschap waarin de werkgever voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft
– een vennootschap die voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in de werkgever
– een vennootschap waarin een derde partij voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft, terwijl deze derde
partij ook voor minimaal 1/3 gedeelte belang heeft in de werkgever
U berekent de loonheffingen over het werkelijk gerealiseerde voordeel op het moment van uitoefening of
vervreemding van de optierechten. Als u aan de werknemer een bedrag in rekening hebt gebracht voor het
optierecht, dan mag u dit bedrag in mindering brengen op het voordeel dat de werknemer heeft genoten. Bij
een negatief saldo mag u niets op het loon in mindering brengen.
Deze regels voor aandelenoptierechten gelden ook voor daarmee gelijk te stellen rechten, zoals warrants en
conversierechten, die deel uitmaken van een converteerbare personeelsobligatie.
Aandelenoptierechten voor werknemers van innovatieve starters (start ups) minder
belast
Bent u een start-up (zie paragraaf 16.1) en kent u uw werknemers aandelenoptierechten toe? En oefent een
werknemer deze rechten uit of vervreemdt hij ze? Dan belast u niet 100%, maar 75% van het voordeel voor
zover dit voordeel niet meer is dan € 50.000.
U moet dan wel aan deze 3 voorwaarden voldoen:
– Op het moment dat u de aandelenoptierechten toekent, hebt u een S&O-verklaring met recht op het
verhoogde starterspercentage.
– Op het moment dat de werknemer de aandelenoptierechten uitoefent of vervreemdt, is het ten minste 12
maanden geleden dat u ze hebt toegekend, maar niet langer geleden dan 5 kalenderjaren.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 44
– U kunt aantonen dat u niet uitkomt boven het ‘de-minimisplafond’ voor staatssteun van het Europese
Verdrag. Dat toont u aan met een ‘Verklaring De-minimissteun’. U vraagt deze verklaring aan bij de
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Kijk voor meer informatie op RVO.nl.
Is het voordeel meer dan € 50.000, dan belast u 75% van € 50.000 en 100% van het meerdere.

4.12 Geen loon of geen belast loon
De volgende vergoedingen en verstrekkingen zijn geen loon of geen belast loon voor de werknemer:
– voordelen buiten de dienstbetrekking (zie paragraaf 4.12.1)
– vergoedingen voor intermediaire kosten (zie paragraaf 4.12.2)
– vrijgesteld loon (zie paragraaf 4.12.3)
– verstrekkingen en terbeschikkingstellingen waarvoor de werknemer een eigen bijdrage betaalt (zie
paragraaf 4.12.4)
– nihilwaarderingen (zie paragraaf 4.12.5)
– gerichte vrijstellingen (zie paragraaf 4.12.6)
Deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn onbelast en gaan niet ten koste van uw
vrije ruimte.

4.12.1 Voordelen buiten de dienstbetrekking
Als u een werknemer een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling geeft die buiten de relatie
werkgever-werknemer valt, is dat geen loon. Er is dan namelijk geen verband met de dienstbetrekking.
Voorbeeld
Uw werknemer is ziek en u geeft hem een fruitmand. Of uw werknemer is overleden en u stuurt zijn
nabestaanden een rouwkrans. U doet dit uit wellevendheid, sympathie of piëteit op grond van een
persoonlijke relatie en niet zozeer op basis van de relatie werkgever-werknemer. Daarom is er geen
sprake van loon.
Als u aan de volgende 3 voorwaarden voldoet, kunt u er van uitgaan dat uw kleine geschenk (attentie) geen
loon is:
– U geeft een persoonlijke attentie in situaties waarin ook anderen zo’n attentie zouden geven.
– U geeft geen geld of een waardebon.
– De factuurwaarde (inclusief btw) van de attentie is maximaal € 25.
4.12.2 Vergoedingen voor intermediaire kosten
Vergoedingen voor intermediaire kosten zijn vergoedingen voor bedragen die uw werknemer meestal in uw
opdracht en voor uw rekening voorschiet. Deze vergoedingen zijn geen loon voor uw werknemer en u kunt
deze onbelast vergoeden. Uw werknemer kan bijvoorbeeld het volgende voorschieten:
– kosten voor zaken die tot het vermogen van uw bedrijf gaan horen
– kosten voor zaken die tot het vermogen van uw bedrijf horen en die u aan uw werknemer ter beschikking
hebt gesteld
– kosten die specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering en niet met het functioneren van uw
werknemer
– kosten die hij maakt voor externe representatie van uw bedrijf
Als u zaken die uw werknemer heeft voorgeschoten, daarna aan hem verstrekt of ter beschikking stelt, kan
er wel weer sprake zijn van loon.
Intermediaire kosten kunnen ook deel uitmaken van een vaste kostenvergoeding (zie paragraaf 4.6).
Voorbeeld 1
Uw werknemer geeft een presentatie bij een klant. Hij koopt hiervoor markeerstiften en hij koopt
een fles wijn voor de klant. De markeerstiften neemt hij na zijn presentatie mee naar kantoor. De
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 45
vergoeding voor de markeerstiften is een vergoeding voor intermediaire kosten. Dat geldt ook voor
de vergoeding voor de fles wijn, want vergoedingen voor kosten die uw werknemers maken voor uw
externe representatie of voor relatiegeschenken voor externe relaties en klanten van uw bedrijf, zijn
vergoedingen voor intermediaire kosten en dus onbelast.
Voorbeeld 2
Uw werknemer maakt voor zijn werk een rit in een auto van uw bedrijf. Deze werknemer tankt
onderweg en rekent zelf de benzine af. De benzinekosten die u aan uw werknemer vergoedt, zijn
vergoedingen voor intermediaire kosten en dus onbelast.
Voorbeeld 3
U bestelt een notebook en uw werknemer schiet de rekening voor. U stelt de notebook ter
beschikking aan deze werknemer voor thuiswerk. De vergoeding van de rekening aan uw
werknemer is een vergoeding voor intermediaire kosten en dus onbelast.

4.12.3 Vrijgesteld loon
Onder vrijgesteld loon vallen:
– vrijgestelde aanspraken
– vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen
– vergoedingen en verstrekkingen wegens schade aan of verlies van persoonlijke zaken
Vrijgestelde aanspraken
Een aanspraak is in principe loon, maar is meestal volledig of gedeeltelijk vrijgesteld. Als de aanspraak
is vrijgesteld, is de uitkering op grond van die aanspraak meestal belast. De volgende aanspraken zijn
vrijgesteld:
– aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval (zie paragraaf 19.1.7)
– aanspraken op een eenmalige uitkering of verstrekking bij overlijden, tot maximaal driemaal het loon
over een maand (zie paragraaf 19.1.7 en 19.1.8)
– aanspraken op een eenmalige uitkering bij einde dienstbetrekking (zie paragraaf 19.1.5)
– pensioen-, prepensioen- en vroegpensioen-regelingen (zie paragraaf 19.4)
– aanspraken op verlof (zie paragraaf 19.1.3)
– aanspraken op grond van de ZW, de Wet Wajong, de WAZO, de WW, de WAO/WIA en overeenkomstige
aanspraken (zie paragraaf 19.1.4)
Vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen
Ook vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen horen niet tot het loon van uw werknemer. Het gaat dan om:
– eenmalige uitkeringen en verstrekkingen bij overlijden tot maximaal driemaal het loon over een maand
(zie paragraaf 19.1.7 en 19.1.8)
– diensttijduitkeringen (zie paragraaf 19.2.1)
– uitkeringen uit fondsen (zie paragraaf 19.2.2)
– vergoedingen aan uw partner voor arbeid in uw onderneming lager dan € 5.000
– eenmalige premies voor projecten om bijstandsgerechtigden aan het werk te helpen
Vergoedingen en verstrekkingen wegens schade aan of verlies van persoonlijke zaken
Beschadigt of verliest uw werknemer een persoonlijk eigendom (bijvoorbeeld kleding) en geeft u daar een
vergoeding of een verstrekking voor? Dan is die vergoeding of verstrekking vrijgesteld loon. Voorwaarde
is wel dat de schade of het verlies is veroorzaakt door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met de
dienstbetrekking.
In alle andere gevallen is de vergoeding of verstrekking loon van de werknemer. U kunt deze vergoeding of
verstrekking ook aanwijzen als eindheffingsloon (zie paragraaf 8.1.3).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 46
Voorbeeld 1
U geeft uw werknemer in uw kantoor geen bedrijfskleding. Uw werknemer loopt per ongeluk
te dicht langs een scherpe rand van het bureau en daardoor scheurt de privékleding. Als u
uw werknemer een vergoeding of verstrekking voor de beschadigde kleding geeft, dan is die
vergoeding of verstrekking vrijgesteld loon.
Voorbeeld 2
U geeft uw werknemer in uw kantoor geen bedrijfskleding. Door het werken slijt de privékleding van
uw werknemer. Als u uw werknemer een vergoeding of verstrekking geeft voor de kleding, dan is
die vergoeding of verstrekking wel loon.
Voorbeeld 3
Uw werknemer is kleuterjuf. Tijdens de les gooit een kleuter een glas limonade over haar jurk,
waardoor de jurk onherstelbare schade heeft. Deze gebeurtenis hoort bij de functie van kleuterjuf.
Als u de schade aan de jurk vergoedt, is de vergoeding belast loon.
4.12.4 Verstrekkingen of terbeschikkingstellingen waarvoor de werknemer een eigen
bijdrage betaalt
Als u een werknemer iets verstrekt of ter beschikking stelt (loon in natura) en hij betaalt de (factuur)waarde
daarvan, dan is dat geen belast loon.
4.12.5 Nihilwaarderingen
De waarde van een aantal voorzieningen die uw werknemer op de werkplek gebruikt, is op nihil gesteld. Dit
voorkomt dat ze te belasten loon vormen. U wijst nihilwaarderingen niet aan als eindheffingsloon. Zie voor
meer informatie paragraaf 20.2.
Let op!
Als loon in natura onder de nihilwaarderingen en onder de gerichte vrijstellingen zou kunnen vallen,
behandelt u het loon als nihilwaardering.
4.12.6 Gerichte vrijstellingen
Voor een aantal vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen bestaan er zogenoemde gerichte
vrijstellingen.
Om een gerichte vrijstelling te kunnen toepassen moet u de vergoeding, verstrekking of
terbeschikkingstelling aanwijzen als eindheffingsloon (zie paragraaf 8.1.3). De vergoeding, verstrekking
of terbeschikkingstelling is dan volledig onbelast of onbelast tot een bepaald normbedrag. Een gerichte
vrijstelling gaat niet ten koste van uw vrije ruimte. Zie voor meer informatie paragraaf 20.1.
Let op!
Als loon in natura onder de nihilwaarderingen en onder de gerichte vrijstellingen zou kunnen vallen,
behandelt u het loon als nihilwaardering.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 47
4.13 Schema loon
In onderstaand schema ziet u de indeling van het loon.
Loon – loon in geld
– loon in natura
– vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen
– aanspraken, en uitkeringen op grond van aanspraken
– (verzekerings)uitkeringen
– negatief loon
Geen belast loon – vrijgestelde aanspraken, uitkeringen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen
(vrijgesteld loon)
– verstrekkingen en terbeschikkingstellingen waarvoor de werknemer een eigen
bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt
– nihilwaarderingen
– gerichte vrijstellingen (met uitzondering van het bovenmatige deel)
Altijd loon van de werknemer – loon dat u niet hebt aangewezen als eindheffingsloon (zoals vergoedingen,
verstrekkingen en terbeschikkingstellingen)
Dit kan ook het bovenmatige deel van een gerichte vrijstelling zijn of een deel
daarvan.
– auto van de zaak (behalve de kosten van buitengewone beveiligingsmaatregelen
van die auto)
– (dienst)woning (behalve het pied-à-terre en de kosten van buitengewone
beveiligingsmaatregelen voor de woning)
– vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor criminele activiteiten
– deel van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen dat uitkomt
boven de 30%-grens (gebruikelijkheidstoets)
– vergoedingen voor een boete (tenzij u de boete niet op de werknemer verhaalt; in
dat geval mag u het voordeel voor de werknemer aanwijzen als eindheffingsloon als
aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan.)
– loon uit vroegere dienstbetrekking (tenzij u de werknemer daarnaast ook nog
loon uitbetaalt waarop de arbeidskorting van toepassing is; in dat geval mag u
het loon uit vroegere dienstbetrekking aanwijzen als eindheffingsloon als aan de
gebruikelijkheidstoets is voldaan.)
– het rentevoordeel en de kosten van een personeelslening voor een eigen woning
waarvan de rente (inclusief de kosten) aftrekbaar is in de inkomstenbelasting
Loon dat niet ten koste gaat
van de vrije ruimte
Loon dat u hebt aangewezen als eindheffingsloon en dat gericht is vrijgesteld
Loon dat in de vrije ruimte valt – al het andere loon dat u hebt aangewezen als eindheffingsloon
Dit kan ook het bovenmatige deel van een gerichte vrijstelling zijn of een deel
daarvan.
– de volgende 2 verstrekkingen aan postactieve werknemers:
– vergoedingen voor de aanschaf van producten uit eigen bedrijf of uit het bedrijf
van een verbonden vennootschap die u ook aan uw actieve werknemers geeft
– verstrekkingen die u of een verbonden vennootschap ook aan uw actieve
werknemers geeft, zoals een kerstpakket
Geen loon – voordelen buiten de dienstbetrekking
– vergoedingen voor intermediaire kosten
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 48
4.14 Doorbetaaldloonregeling (afstaan van loon)
Een werknemer kan voor zijn dienstbetrekking bij een werkgever (hierna: de hoofdwerkgever) ook
in dienst zijn bij een andere werkgever. De werknemer is dan vaak verplicht om het loon dat hij van
die andere werkgever krijgt, af te staan aan zijn hoofdwerkgever. Onder voorwaarden geldt dan de
doorbetaaldloonregeling: de andere werkgever (hierna: de doorbetaler) hoeft geen loonheffingen in te
houden. Deze regeling is bijvoorbeeld van belang voor commissarissen die hebben gekozen voor opting-in
(zie ook paragraaf 16.14). Andere werknemers en directeuren-grootaandeelhouders kunnen er ook gebruik
van maken.
Als aan de volgende voorwaarden voor de doorbetaaldloonregeling is voldaan, hoeft de doorbetaler geen
loonheffingen in te houden:
– De werknemer is voor zijn dienstbetrekking bij de hoofdwerkgever ook in dienst bij de doorbetaler.
– De werknemer woont in Nederland. Als de werknemer niet in Nederland woont, geldt als extra
voorwaarde dat Nederland het recht heeft om loonheffingen in te houden op het doorbetaalde loon.
– De hoofdwerkgever is gevestigd of woont in Nederland.
– De doorbetaler betaalt het loon en de bijbehorende vergoedingen rechtstreeks aan de hoofdwerkgever.
– De doorbetaler geeft geen verstrekkingen aan de werknemer zonder dit vooraf aan de hoofdwerkgever te
laten weten.
De doorbetaler, de hoofdwerkgever en de werknemer moeten ons samen vragen om vast te stellen dat
zij voldoen aan de voorwaarden. Wij sturen dan een beschikking waartegen u bezwaar kunt maken. De
doorbetaler mag pas stoppen met het inhouden van loonheffingen na een positieve beslissing van ons.
Let op!
Als de werknemer een aanmerkelijk belang (zie paragraaf 16.1) heeft in de doorbetaler en in
de hoofdwerkgever, dan hoeft u ons niet te vragen of u aan de voorwaarden voldoet. Voor een
aanmerkelijkbelanghouder die aandelen houdt in een werkmaatschappij via een houdstermaatschappij
en die voor beide vennootschappen werkt, kunt u de doorbetaaldloonregeling dus toepassen zonder dat
eerst aan ons te vragen.
Doorbetaaldloonregeling als werknemer bij doorbetaler is verzekerd
U mag de doorbetaaldloonregeling ook toepassen als de werknemer bij de hoofdwerkgever niet
verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Is de werknemer bij de doorbetaler verzekerd voor
de werknemersverzekeringen en niet bij de hoofdwerkgever, dan moet de doorbetaler aangifte doen
van het premieloon en de premies werknemersverzekeringen van de werknemer betalen. In dat geval
geldt de doorbetaaldloonregeling dus alleen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de
inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De hoofdwerkgever moet de werkgeversheffing Zvw betalen of op het
nettoloon bijdrage Zvw inhouden. Werkgeversheffing betaalt hij bijvoorbeeld voor een commissaris. Bijdrage
Zvw houdt de werkgever bijvoorbeeld in op het nettoloon van een directeur-grootaandeelhouder.
4.15 Cafetariaregeling
U kunt gebruikmaken van een cafetariaregeling. Een cafetariaregeling is een regeling waarbij de werknemer
voor een deel van het loon kan kiezen hoe en wanneer hij dit geniet (keuzeloon). De werknemer kan
bijvoorbeeld kiezen voor een beloning in natura of een onbelaste vergoeding in de plaats van loon in
geld. Het keuzeloon is geen gegarandeerd loon, omdat u pas aan het eind van het jaar weet waarvoor de
werknemer het heeft gebruikt. Keuzeloon hoort daarom niet bij het loon over een maand (zie paragraaf
19.2.1).
Een voorbeeld van een cafetariaregeling is een individueel keuzebudget (IKB). Bij een IKB krijgt een
werknemer een bepaald budget. De werknemer kan vervolgens kiezen hoe en wanneer hij dat budget wil
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 49
genieten. Hij kan het bijvoorbeeld als loon door u laten uitbetalen of kiezen voor extra verlof, voor een
(gericht vrijgestelde) opleiding, voor een dertiendemaanduitkering of voor loon dat u als eindheffingsloon
aanwijst (bijvoorbeeld vakbondscontributie).
Let op!
Binnen een cafetariaregeling zijn vergoedingen voor gereedschappen, computers, mobiele
communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur niet gericht vrijgesteld, omdat ze niet voldoen aan het
noodzakelijkheidscriterium. Zie ook paragraaf 20.1.7.
Voordelen cafetariaregeling voor de werknemer
Voor de werknemer heeft een cafetariaregeling 2 voordelen:
– Hij kan de arbeidsvoorwaarden beter afstemmen op zijn persoonlijke behoeften.
– Hij kan beter gebruikmaken van de fiscale mogelijkheden.
Maakt een werknemer gebruik van een cafetariaregeling, dan kan zijn brutoloon wijzigen. Deze wijziging
moet u vastleggen in de arbeidsovereenkomst of een aanvulling daarop. Een nadeel kan dan zijn dat
uitkeringen en verstrekkingen waarvan de hoogte wordt bepaald door het loon in geld, lager worden.
Bijvoorbeeld uitkeringen in het kader van de WW, vakantiebijslag en doorbetaald loon bij ziekte.
De werknemer kan ervoor kiezen om belast loon om te ruilen voor loon waarvoor een gerichte vrijstelling
geldt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een vergoeding voor studiekosten. Kiest de werknemer voor loon
waarvoor geen gerichte vrijstelling geldt, dan kunt u het belaste loon aanwijzen als eindheffingsloon (zie
paragraaf 8.1.3). Wordt de vrije ruimte overschreden, dan betaalt u over het meerdere 80% eindheffing (zie
hoofdstuk 8).
U mag een cafetariaregeling ter beoordeling aan ons opsturen. Wij keuren de regeling dan goed of af.
Wij doen alleen geen uitspraak over de regeling als deze bepalingen bevat die in strijd zijn met wettelijke
bepalingen waarvan u niet mag afwijken, bijvoorbeeld uit de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
of het Burgerlijk Wetboek.
Voorbeeld van een cafetariaregeling: variabele kilometervergoedingen
Een werknemer heeft recht op een dertiendemaanduitkering in december. Hij krijgt een vergoeding
van € 0,10 per kilometer voor zijn woon-werkverkeer. Hij reist per jaar 4.280 kilometer tussen zijn
woning en zijn werk. De fiscaal toegestane vergoeding voor deze werknemer is 4.280 × € 0,19 =
€ 813,20, maar hij krijgt van u een vrijgestelde vergoeding van € 428. Het verschil tussen de beide
vergoedingen is € 385,20.
In maart komt u met de werknemer overeen dat hij voor een bedrag van € 385,20 afziet van zijn
13e maand. In plaats daarvan krijgt de werknemer een aanvullende vergoeding voor het woonwerkverkeer van € 385,20. De aanvullende vergoeding is gericht vrijgesteld als u deze vergoeding
aanwijst als eindheffingsloon.
Zie paragraaf 21.1.4 voor meer informatie over variabele kilometervergoedingen.
4.15.1 Cafetariaregeling en de fiets
U kunt de cafetariaregeling ook gebruiken voor een fiets. U kunt uw werknemers dan onder gunstige
voorwaarden faciliteiten voor de fiets bieden: krijgt uw werknemer van u een renteloze lening voor de
aanschaf van een fiets, dan is het voordeel van deze renteloze lening geen loon voor de werknemer
(nihilwaardering, zie ook paragraaf 20.2.5).
Voorbeeld 1: aanschaf van een fiets
Een werknemer koopt een elektrische fiets van € 1.500. U zet € 1.500 van het brutoloon van de
werknemer om in een vergoeding voor de aanschaf van de fiets. Deze aanschafkosten wijst u aan
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 50
als eindheffingsloon. Als de vrije ruimte niet wordt overschreden, betaalt u daarover geen belasting.
Bij een belastingtarief van 38,10% heeft de werknemer een belastingvoordeel van € 572.
Voorbeeld 2: combinatie van aanschaf en gebruik
U verstrekt uw werknemer een renteloze lening van € 1.500 om een fiets te kopen. De werknemer
krijgt van u bovendien een vergoeding van € 0,15 per kilometer voor woon-werkverkeer. De woonwerkafstand van de werknemer is 4 kilometer. Per werkdag krijgt hij dus een vergoeding van
€ 1,20. De werknemer zet deze vergoeding in voor aflossing van de lening. Als de werknemer 20
dagen per maand werkt, krijgt hij maandelijks een vergoeding van € 24. De werknemer heeft de
lening van € 1.500 dan na ongeveer 5 jaar terugbetaald.
De aanschaf van de fiets gaat niet ten koste van uw vrije ruimte omdat er sprake is van een lening
aan de werknemer die hij moet terugbetalen. De terugbetaling van de lening gaat eveneens niet
ten koste van uw vrije ruimte omdat de werknemer de lening aflost met een gerichte vrijstelling (de
kilometervergoeding). Voor het rentevoordeel geldt een nihilwaardering.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 51
Stap 5 Premies werknemersverzekeringen berekenen
U moet premies werknemersverzekeringen betalen voor werknemers die verzekerd zijn voor de
werknemersverzekeringen. Zie hoofdstuk 1 als u wilt weten wie wel en niet verzekerd zijn voor deze
verzekeringen.
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
– werknemersverzekeringen en premies (zie paragraaf 5.1)
– premie WW-Awf (zie paragraaf 5.2)
– sectorpremie (zie paragraaf 5.3)
– Ufo-premie (zie paragraaf 5.4)
– basispremie WAO/IVA/WGA (zie paragraaf 5.5)
– gedifferentieerde premie Whk (zie paragraaf 5.6)
– premies werknemersverzekeringen berekenen (zie paragraaf 5.7)
– eigenrisicodragerschap werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.8)
5.1 Werknemersverzekeringen en premies
De werknemersverzekeringen verzekeren werknemers tegen het inkomensverlies als ze werkloos,
arbeidsongeschikt of ziek worden. Nederland kent de volgende werknemersverzekeringen:
– Werkloosheidswet (WW)
– Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
– Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Deze wet bestaat uit de volgende regelingen:
– Inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA)
– Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)
– Ziektewet (ZW)
Als werkgever betaalt u de volgende premies voor de werknemersverzekeringen:
– premie WW-Awf (zie paragraaf 5.2)
– sectorpremie (zie paragraaf 5.3)
– Ufo-premie (zie paragraaf 5.4)
– basispremie WAO/IVA/WGA (zie paragraaf 5.5)
– gedifferentieerde premie Whk (zie paragraaf 5.6)
Zie voor de percentages voor de premies werknemersverzekeringen voor 2019 tabel 9, 10, 10a en 14 achter
in dit handboek.
5.1.1 Sectoraansluiting
Voor de werknemersverzekeringen is het bedrijfsleven verdeeld in sectoren. Elke sector bestaat uit 1 of
meer bedrijfs- of beroepstakken of gedeelten daarvan. U bent verplicht aangesloten bij 1 van de sectoren.
Bij welke sector dat is, hangt af van uw werkzaamheden. Uitgangspunt is dat werkgevers met dezelfde
werkzaamheden bij dezelfde sector zijn aangesloten.
U moet weten bij welke sector u bent aangesloten, omdat de sectoraansluiting de hoogte bepaalt van de
sectorpremie en van invloed kan zijn op de hoogte van de gedifferentieerde premie Whk die u moet betalen
(zie paragraaf 5.3 en 5.6).
Beoordeling sectoraansluiting
Als u zich bij ons aanmeldt als startende werkgever, geeft u aan welke werkzaamheden u uitvoert. Op basis
daarvan beoordelen wij onder welke sector u valt. Binnen 8 weken na aanmelding krijgt u van ons een
beschikking met de code en de naam van de sector waarbij u bent aangesloten. Tegen deze beschikking
kunt u bezwaar maken. Zolang u geen beschikking hebt, houdt u rekening met de percentages van de sector
waarbij u volgens uzelf hoort (zie tabel 10 achter in dit handboek).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2019 | Uitgave 1 juli 2019 52
Wijziging sectoraansluiting
Zolang uw ondernemingsactiviteiten niet structureel veranderen, blijft u aangesloten bij de vastgestelde
sector. Als uw activiteiten structureel veranderen – bijvoorbeeld als u stopt met fabriceren en alleen nog
maar als groothandel werkt –, moet u ons binnen 14 dagen schriftelijk om een nieuwe beoordeling van
uw sectoraansluiting vragen. U krijgt dan een nieuwe beschikking. U past het nieuwe percentage voor
de sectorpremie toe vanaf de datum die staat in de beschikking met de nieuwe sectoraansluiting of in de
toelichting op die beschikking.
U kunt ons niet meer vragen om u met terugwerkende kracht bij een andere sector aan te sluiten. Te veel
betaalde sectorpremie krijgt u dus ook niet meer terug. Als u ons om een andere sectoraansluiting vraagt,
kan