De zogenoemde crisisheffing die werd geheven in 2013 en de verlenging daarvan in 2014 heeft wettelijke grondslag in de Wet op de loonbelasting 1964. De crisisheffing is niet in strijd met het EVRM en het IVBPR. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag in twee zaken.

In deze zaken hebben werkgevers van werknemers met een loon hoger dan € 150.000, over dat loon boven de € 150.000, 16% pseudo-eindheffing hoog loon, ook wel crisisheffing genoemd, afgedragen.

De werkgevers vinden dat het artikel waarin de crisisheffing in de Wet op de Loonbelasting (Wet LB) wordt geregeld in strijd is met het systeem van de Wet LB. De Hoge Raad volgt de werkgevers daarin niet. De crisisheffing is ook niet discriminerend in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 14) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR, art. 26). De keuze van de wetgever om de werkgevers van werknemers met een loon van meer dan € 150.000 te belasten met een extra heffing valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever heeft.

Verder oordeelt de Hoge Raad dat de crisisheffing niet in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom (EVRM art. 1 Eerste Protocol). Er waren namelijk voldoende specifieke en dringende redenen aanwezig om de crisisheffing in te voeren. Dat geldt ook voor de heffing over loon dat werd genoten voordat de regeling en de latere verlenging van de regeling werden aangekondigd. De Hoge Raad verwijst naar de destijds ernstige aard van de begrotingsproblemen en de noodzaak om in verband daarmee te komen tot een eenvoudige, goed uitvoerbare regeling.

Crisisheffing Heeft Wettelijke Grondslag

In de zaak die betrekking had op 2013 verwerpt de Hoge Raad de klacht tegen het oordeel van het gerechtshof dat de heffing geen door art. 1 Eerste Protocol verboden individuele en buitensporige last voor de betreffende werkgever vormde.

ECLI:NL:HR:2016:121
Instantie:

Hoge Raad

Datum uitspraak:29-01-2016
Datum publicatie:29-01-2016
Zaaknummer: 15/00340

Formele relaties:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:947, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:4130, Bekrachtiging/bevestiging

Rechtsgebieden:

Belastingrecht

Bijzondere kenmerken:

Cassatie

Inhoudsindicatie:
Art. 32bd Wet LB 1964 (tekst 2013); art 1 Eerste Protocol. Crisisheffing 2013 blijft in stand. Art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak

29 januari 2016
nr. 15/00340

Arrest

Gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V., [X2] B.V. en [X3] B.V., alle te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2014, nrs. BK-14/00589, BK‑14/00590 en BK-14/00591, betreffende de door elk van de belanghebbenden op aangifte als pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen loonbelasting over het tijdvak maart 2013. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Het geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 18 juni 2015 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie en verwijzing van de zaak naar een gerechtshof.
Zowel de Staatssecretaris als belanghebbenden hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.
Belanghebbenden, die deel uitmaken van een concern, hebben elk werknemers in dienst die in 2012 een loon hebben genoten van meer dan € 150.000.

2.1.2.
Belanghebbenden hebben elk in hun aangifte loonheffing over het tijdvak maart 2013 op de voet van artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013, hierna: de Wet) het loon in aanmerking genomen dat door deze werknemers is genoten in 2012, voor zover dat meer bedraagt dan € 150.000. De over dit loon verschuldigde pseudo-eindheffing hoge lonen (hierna: de crisisheffing) hebben belanghebbenden op deze aangiften betaald.

2.2.1.
Belanghebbenden hebben zich voor de Rechtbank en het Hof onder meer op het standpunt gesteld dat artikel 32bd van de Wet onverbindend is omdat het systeem van de Wet, en in het bijzonder artikel 1 van de Wet, niet toelaat dat bij de werkgever loonbelasting wordt geheven over een reeds door de werknemer genoten en in de heffing betrokken loonbestanddeel. Het Hof heeft in navolging van de Rechtbank dit standpunt verworpen. Hiertegen keert zich middel I.

2.2.2.
Middel I faalt. De tekst van artikel 32bd, lid 1, van de Wet bepaalt dat de crisisheffing wordt geheven “in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde”. Klaarblijkelijk heeft de wetgever daarbij mede het oog gehad op het bepaalde in artikel 1 van de Wet. Dit stond de wetgever vrij. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat de wetgever in een wet voor bepaalde situaties een van de algemene uitgangspunten van die wet afwijkende regeling geeft. Voorts laat de parlementaire toelichting, weergegeven in de onderdelen 4.7 en 4.17 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, er geen misverstand over bestaan dat de door het middel bekritiseerde economische dubbele heffing door de wetgever is bedoeld.

2.3.1.
Middel II keert zich tegen het oordeel van het Hof dat de crisisheffing niet leidt tot een door artikel 26 IVBPR verboden discriminatie. Het middel steunt onder meer op het uitgangspunt dat de wetgever met de crisisheffing voor ogen stond personen met een hoog inkomen een extra bijdrage te laten leveren aan de bestrijding van de financiële crisis bij de overheid, en het daarom niet zo kan zijn dat die bijdrage juist niet ten laste van deze personen wordt geheven.

2.3.2.
Het zojuist genoemde oogmerk is van regeringswege enige keren genoemd als doelstelling van de politieke partijen die betrokken waren bij het begrotingsakkoord dat heeft geleid tot invoering van de crisisheffing (zie de citaten in de onderdelen 4.4, 4.9 en 4.27 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). Die doelstelling is echter bij de indiening van het wetsvoorstel kennelijk door de regering verlaten, want de crisisheffing voorziet in een pseudo-eindheffing van werkgevers, waarvan een kenmerk is dat zij niet op werknemers verhaald kan worden. Het moet er daarom voor gehouden worden dat de wetgever in zoverre niet heeft vastgehouden aan het oogmerk van de bij het eerdergenoemde begrotingsakkoord betrokken politieke partijen.

2.3.3.
Uit hetgeen hiervoor in 2.3.2 is overwogen volgt dat de door het middel gewraakte ongelijke behandeling tussen werknemers die in 2012 een loon genoten van meer dan € 150.000 en andere personen, zich niet voordoet. Deze werknemers worden immers feitelijk noch in economische zin (door verhaal) in de crisisheffing betrokken. In zoverre faalt het middel.

2.3.4.
Voor zover het middel bedoelt te betogen dat de crisisheffing een discriminerend onderscheid maakt tussen werkgevers die in 2012 werknemers in dienst hadden die een loon genoten van meer dan € 150.000 en andere werkgevers, kan het evenmin slagen. De keuze van de wetgever om werkgevers van werknemers met een loon van meer dan € 150.000 te belasten met een extra heffing van 16 percent van het loonexcedent, is niet van iedere redelijke grond ontbloot. De wetgever heeft de hem op fiscaal gebied toekomende ruime beoordelingsmarge met deze keuze dan ook niet overschreden. Ook voor het overige faalt het middel daarom.

2.4.1.
Middel III voert aan dat het Hof ten onrechte heeft verworpen het betoog van belanghebbenden dat de crisisheffing in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom, neergelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: het EP). Volgens het middel is de crisisheffing ingevoerd met (materieel) terugwerkende kracht, doordat de heffing ziet op loon dat is genoten in 2012, terwijl de crisisheffing op 1 januari 2013 in werking is getreden en de eerste aankondiging van het voornemen tot invoering daarvan in de loop van 2012 is gedaan. Aldus heeft de wetgever volgens het middel onvoldoende recht gedaan aan de gerechtvaardigde verwachtingen van de belanghebbenden, en hen opgezadeld met een excessieve last. Het middel concludeert dat de wettelijke regeling over de crisisheffing aldus niet voldoet aan de door het EHRM bij de toepassing van artikel 1 EP gehanteerde ‘fair-balance-toets’ en daarom onverbindend moet worden verklaard.

2.4.2.
Bij de beoordeling van het middel wordt het volgende vooropgesteld. Belastingen vormen in beginsel een inmenging in het door artikel 1 EP gegarandeerde ongestoorde genot van eigendom. De tweede alinea van deze bepaling echter voorziet uitdrukkelijk in een algemene rechtvaardigingsgrond voor de inmenging die wordt veroorzaakt door de toepassing van fiscale maatregelen (zie EHRM 29 april 2008, nr. 13378/05, Burden and Burden tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2008:0429JUD001337805, NJ 2008/306, onderdeel 59). Dit neemt niet weg dat ook op het terrein van de belastingen de inmenging volgens vaste rechtspraak van het EHRM ‘lawful’ moet zijn, een ‘legitimate aim’ moet dienen en een ‘fair balance’ tussen de belangen van het betrokken individu en het algemene belang moet respecteren. Bij de beoordeling van de vraag of aan de laatstgenoemde voorwaarde is voldaan, moet de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsmarge worden gelaten (zie de punten 57 en 61 van het arrest EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11, N.K.M. tegen Hongarije, ECLI:CE:ECHR:2013:0514JUD006652911, FED 2013/79).

Wanneer, zoals in het onderhavige geval, de gestelde strijdigheid van een heffing met de door artikel 1 EP beschermde uitoefening van het eigendomsrecht gebaseerd wordt op het betoog dat bij de invoering van de desbetreffende belastingmaatregel de gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokkenen zijn geschonden, komt het erop aan of bij die invoering de zojuist genoemde “fair balance” in acht is genomen (zie punt 61 van het zojuist genoemde arrest van het EHRM in de zaak N.K.M. tegen Hongarije).

2.4.3.
Met de crisisheffing is een nieuwe, in beginsel eenmalige, heffing geïntroduceerd van werkgevers die in 2012 een of meer werknemers in dienst hadden tegen een loon van meer dan € 150.000. De werkgevers zijn uit hoofde van de crisisheffing 16 percent van het loonexcedent als belasting verschuldigd. Zij kunnen deze heffing niet verhalen op de werknemers.

2.4.4.
Begin 2012 waren werkgevers onkundig van de komst van de crisisheffing.

2.4.5.
Bij de beoordeling of daardoor bij de invoering van de crisisheffing geen sprake is geweest van een ‘fair balance’, moet in aanmerking worden genomen dat niet elke wijziging van belastingwetgeving leidt tot een door artikel 1 EP verboden inbreuk op het ongestoord genot van eigendom. Burgers kunnen er in redelijkheid niet op vertrouwen dat belastingtarieven ongewijzigd zullen blijven. Werkgevers en werknemers konden begin 2012 er dan ook niet op rekenen dat de toen geldende tarieven in de loon- en inkomstenbelasting ook naderhand zouden blijven gelden. Dat laat onverlet dat zij niet hoefden te verwachten dat ter zake van het toen uit te betalen loon meer belasting zou zijn verschuldigd dan uit de vigerende wetgeving voortvloeide. Voor zover het gaat om lonen die genoten zijn voorafgaand aan de eerste aankondiging, zijn met de invoering van de crisisheffing dan ook verwachtingen aangetast die de betrokken werkgevers konden ontlenen aan de toen bestaande wetgeving.

2.4.6.
Een inbreuk op verwachtingen die betrokkenen aan bestaande wetgeving kunnen ontlenen, tot het moment waarop een wijziging van die wetgeving is aangekondigd, is niet zonder meer strijdig met artikel 1 EP. Een zodanige inbreuk kan gerechtvaardigd zijn als technische tekortkomingen in die bestaande wetgeving reparatie daarvan noodzakelijk maken. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als belastingplichtigen geprobeerd hebben profijt te trekken van een lacune in de wet (een “windfall”) en de nieuwe regeling ertoe strekt dit te voorkomen (vgl. punt 81 van het arrest EHRM 23 oktober 1997, nrs. 21319/93, 21449/93 en 21675/93, Building Societies tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:1997:1023JUD002131993, JB 1998/1; EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, M.A. en anderen tegen Finland, ECLI:CE:ECHR:2003:0610DEC002779395, FED 2003/604, en punt 74 van het arrest van het EHRM in de zaak N.K.M. tegen Hongarije). De crisisheffing kan echter niet als een zodanige reparatiemaatregel worden aangemerkt.

2.4.7.
Inhoudingsplichtigen mochten in 2012 tot de eerste aankondiging op 25 mei 2012 van de crisisheffing dan ook in goed vertrouwen (“in good faith”) ervan uitgaan dat zij ter zake van het loon dat door hun werknemers in die periode genoten werd, niet zwaarder zouden worden belast dan volgde uit de toen ter tijd geldende wetgeving. In zoverre heeft de invoering van de crisisheffing gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokken inhoudingsplichtigen geschaad.

2.4.8.
Indien, zoals in het onderhavige geval, de invoering van een nieuwe of zwaardere heffing in strijd is met gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokkenen, is er in beginsel geen sprake van een ‘fair balance’. Dat is slechts anders indien er specifieke en dwingende redenen zijn voor deze aantasting van gerechtvaardigde verwachtingen (vgl. de punten 74 en 75 van het arrest van het EHRM in de zaak N.K.M. tegen Hongarije).

2.4.9.
Dit roept de vraag op of dergelijke redenen aanwezig zijn met betrekking tot de invoering van de crisisheffing. In dit verband moet worden vastgesteld dat de wetgever als gevolg van de aanzienlijk verslechterde economische vooruitzichten voor 2013, het begrotingstekort voor dat jaar moest terugdringen (zie onderdeel 4.1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). De crisisheffing maakte deel uit van een meer omvattend geheel (‘pakket’) aan maatregelen dat daartoe strekte. Daarbij speelde een rol de economische noodzaak om de stabiliteit van de Europese muntunie zeker te stellen. Voorts noopten de voorschriften van het zogenoemde stabiliteits- en groeipact (Verordening (EG) Nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, en de Resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact) tot het nemen van ingrijpende maatregelen.

2.4.10.
Het ‘pakket’ omvatte een reeks van uiteenlopende maatregelen die noodzakelijk waren om te bereiken dat een groot aantal politieke partijen daarmee zou instemmen en aldus een politieke meerderheid zou worden verkregen.

2.4.11.
Voor de berekening van het bedrag dat een inhoudingsplichtige in 2013 moest afdragen is uitgegaan van het loon dat de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar 2012 had genoten. Voor deze aanpak werd gekozen vanwege de noodzaak het begrotingstekort in 2013 terug te brengen van de door het CPB verwachte 4,5 percent tot 3 percent. Indien voor de berekening van de pseudo-eindheffing het loon over het kalenderjaar 2013 zou worden gebruikt, zou de heffing pas in 2014 kunnen worden berekend en afgedragen (zie de in onderdeel 4.34 van de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde wetsgeschiedenis) en zou niet de noodzakelijke bijdrage aan de begrotingsdoelstelling voor 2013 worden geëffectueerd. Het realiseren van deze begrotingsdoelstelling had hoge urgentie in verband met het vertrouwen van de financiële markten en de geloofwaardigheid van Nederland binnen de EU (vgl. onderdeel 4.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

2.4.12.
Tevens heeft de wetgever het noodzakelijk geacht om te kiezen voor een regeling die snel kon worden ingevoerd en waarvan de uitvoering door inhoudingsplichtigen en Belastingdienst eenvoudig werd gehouden (zie de in de onderdelen 4.22 en 4.37 van de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde wetsgeschiedenis). Deze keuze was gerechtvaardigd gelet op de acute begrotingsnood en het incidentele karakter van de regeling. Als eenvoudig te hanteren maatstaf is gekozen voor het jaarloon van het jaar 2012 als heffingsgrondslag. Ook deze keuze was gerechtvaardigd omdat de aansluiting bij het jaarloon het risico op invoerings- en uitvoeringsproblemen minimaliseerde en de situatie tot die minimalisering noopte. Zulks had tot gevolg dat een werkgever in 2013 zou worden geconfronteerd met een extra last met betrekking tot de hoge lonen die hij op grond van de met zijn werknemers gesloten arbeidsovereenkomsten had betaald in het kalenderjaar 2012, zowel vóór als na de aankondiging van de crisisheffing. Dat aldus ook loon in de heffingsgrondslag wordt betrokken dat vóór die aankondiging is betaald, was aanvaardbaar om reeds in 2013 de noodzakelijke opbrengst zeker te stellen op basis van een eenvoudige regeling.

2.4.13.
De hiervoor geschetste ernstige aard van de begrotingsproblemen, die ertoe noopte om ingrijpende maatregelen te nemen die in 2013 tot vermindering van het begrotingstekort zouden leiden, en de noodzaak om in verband daarmee te komen tot een eenvoudige, goed uitvoerbare regeling, brengen mee dat voldoende specifieke en dwingende redenen aanwezig waren om te komen tot de invoering van de crisisheffing, ook voor zover daarmee wordt geheven over een heffingsgrondslag waarin loon is begrepen dat is genoten vóór de eerste aankondiging van de regeling. Een en ander leidt tot het oordeel dat de crisisheffing op het niveau van de regelgeving niet wegens strijd met artikel 1 EP buiten toepassing moet blijven. Middel III faalt in zoverre.

2.4.14.
Middel III komt voorts tevergeefs op tegen het oordeel van het Hof dat de crisisheffing, welke op het niveau van de regelgeving niet heeft geleid tot een schending van artikel 1 EP, in het geval van belanghebbenden niet heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. Het Hof heeft met dit oordeel geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is in het licht van de door belanghebbenden voor het Hof op dit punt aangedragen feiten en omstandigheden ook voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Middel III faalt derhalve in al zijn onderdelen.

2.5.
Aangezien alle middelen falen dient het cassatieberoep ongegrond te worden verklaard.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.

Tweede Arrest van de Hoge Raad:

ECLI:NL:HR:2016:124

Instantie:

Hoge Raad

Datum uitspraak:29-01-2016
Datum publicatie:29-01-2016
Zaaknummer:15/03090

Formele relaties:
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2304, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:2351, Bekrachtiging/bevestiging

Rechtsgebieden:

Belastingrecht

Bijzondere kenmerken:

Cassatie

Inhoudsindicatie:
Art. 32bd Wet LB 1964 (tekst 2014); art 1 Eerste Protocol. Verlenging crisisheffing voor 2014 blijft in stand. Art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak

29 januari 2016
nr. 15/03090

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 11 juni 2015, nr. 15/00015, betreffende de door belanghebbende op aangifte als pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen loonbelasting over het tijdvak maart 2014. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 17 november 2015 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie en verwijzing van de zaak naar een gerechtshof.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.
Belanghebbende heeft aan twee werknemers in 2013 een loon betaald van meer dan € 150.000, waarin begrepen uitbetalingen van bonussen in januari 2013. Aan één van deze werknemers is voorts een uitbetaling gedaan op grond van een ruim voor 2012 geïnitieerd aandelenplan. In verband met de in 2013 genoten lonen van deze werknemers heeft belanghebbende op de voet van artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2014; hierna ook: de Wet) over het tijdvak maart 2014 € 41.302 afgedragen als pseudo-eindheffing hoge lonen (hierna: de crisisheffing).

2.1.2.
De onderhavige procedure is een van de proefprocedures inzake de crisisheffing waarover met de Belastingdienst afspraken zijn gemaakt.

2.1.3.
Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en heeft de heffing in stand gelaten. Belanghebbende komt daartegen op met zes cassatiemiddelen.

2.2.
Middel I betoogt dat de Wet op de loonbelasting 1964 niet een afdoende basis biedt voor de crisisheffing. Dit middel faalt. De tekst van artikel 32bd, lid 1, van de Wet bepaalt dat de crisisheffing wordt geheven “in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde”. Klaarblijkelijk heeft de wetgever daarbij mede het oog gehad op het bepaalde in artikel 1 van de Wet. Dit stond de wetgever vrij. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat de wetgever in een wet voor bepaalde situaties een van de algemene uitgangspunten van die wet afwijkende regeling geeft. Voorts laat de parlementaire toelichting, weergegeven in de onderdelen 4.7 en 4.17 van de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak met nr. 15/00340, ECLI:NL:PHR:2015:947, er geen misverstand over bestaan dat de door het middel bekritiseerde economische dubbele heffing door de wetgever is bedoeld.

2.3.1.
De middelen II tot en met V betogen dat de crisisheffing in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP).

2.3.2.
Bij de beoordeling van deze middelen wordt het volgende vooropgesteld. Heffing van belastingen is in beginsel een inmenging in het door artikel 1 EP gegarandeerde ongestoorde genot van eigendom, maar is in het algemeen gerechtvaardigd aangezien de tweede alinea van deze bepaling uitdrukkelijk voorziet in een uitzondering om de betaling van belastingen te verzekeren (zie EHRM 29 april 2008, nr. 13378/05, Burden and Burden tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2008:0429JUD001337805, NJ 2008/306, onderdeel 59). Deze inmenging moet volgens vaste rechtspraak van het EHRM ‘lawful’ zijn, een ‘legitimate aim’ dienen en een ‘fair balance’ tussen de belangen van het betrokken individu en het algemene belang respecteren. Bij de beoordeling van de vraag of aan de laatstgenoemde voorwaarde is voldaan, moet de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsmarge worden gelaten (zie de punten 57 en 61 van het arrest EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11, N.K.M. tegen Hongarije, ECLI:CE:ECHR:2013:0514JUD006652911, FED 2013/79).

2.4.1.
Middel II betoogt dat de crisisheffing niet voldoet aan de vereisten van ‘lawfulness’ omdat de heffing een wettelijke basis ontbeert, de maatregel willekeurig uitwerkt en door zijn terugwerkende kracht niet voorzienbaar is in de toepassing.

2.4.2.
Het middel faalt. Zoals hiervoor onder 2.2 uiteengezet heeft de crisisheffing een voldoende basis in de Wet op de loonbelasting 1964. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de onderhavige wettelijke regeling voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar in de uitoefening is. Aan de vereisten van ‘lawfulness’ is derhalve voldaan. De keuze voor een bedrag van € 150.000 als grens voor de afbakening van hoge lonen kan niet als willekeurig worden aangemerkt. Omtrent de gestelde terugwerkende kracht zal hierna worden geoordeeld naar aanleiding van middel IV.

2.5.1.
Middel III komt op tegen ’s Hofs oordeel dat de bestrijding van de verslechterende economische en budgettaire situatie die tot uitdrukking dreigde te komen in een groot begrotingstekort en een oplopende EMU-schuld, door het nemen van maatregelen waaronder de crisisheffing zonder twijfel een legitiem doel in het algemeen belang vormt. Het middel betoogt dat de crisisheffing een legitiem doel ontbeert omdat zij uitsluitend een budgettair belang dient.

2.5.2.
Het middel miskent dat het heffen van belastingen in het algemeen belang, zoals in de slotzin van artikel 1 EP ligt besloten, in beginsel voldoet aan het vereiste van een legitiem doel. Er is geen grond om daarover anders te oordelen in het onderhavige geval waarin de wetgever ter oplossing van de ernstige begrotingsproblemen in 2013 en 2014 een reeks ingrijpende maatregelen heeft genomen, waarvan de crisisheffing deel uitmaakt. Middel III faalt derhalve.

2.6.1.
Middel IV betoogt dat geen sprake is van een ‘fair balance’ doordat de wetgever voorafgaand aan de invoering van de crisisheffing de belangen van de betrokken inhoudingsplichtigen mede gelet op de terugwerkende kracht van die heffing in onvoldoende mate heeft afgewogen tegen het algemene belang.

2.6.2.
Bij de beoordeling of bij de invoering van de crisisheffing geen sprake is geweest van een ‘fair balance’, moet in aanmerking worden genomen dat niet elke wijziging van belastingwetgeving leidt tot een door artikel 1 EP verboden inbreuk op het ongestoord genot van eigendom. Burgers kunnen er in redelijkheid niet op vertrouwen dat belastingtarieven ongewijzigd zullen blijven. Werkgevers en werknemers konden begin 2012 er dan ook niet op rekenen dat de toen geldende tarieven in de loon- en inkomstenbelasting ook naderhand zouden blijven gelden. Dat laat onverlet dat zij niet hoefden te verwachten dat ter zake van het toen uit te betalen loon meer belasting zou zijn verschuldigd dan uit de vigerende wetgeving voortvloeide. Voor zover het gaat om lonen die genoten zijn voorafgaand aan de eerste aankondiging, zijn met de invoering van de crisisheffing dan ook verwachtingen aangetast die de betrokken werkgevers konden ontlenen aan de toen bestaande wetgeving.

2.6.3.
Een inbreuk op verwachtingen die betrokkenen aan bestaande wetgeving kunnen ontlenen, tot het moment waarop een wijziging van die wetgeving is aangekondigd, is niet zonder meer strijdig met artikel 1 EP. Een zodanige inbreuk kan gerechtvaardigd zijn als technische tekortkomingen in die bestaande wetgeving reparatie daarvan noodzakelijk maken. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als belastingplichtigen geprobeerd hebben profijt te trekken van een lacune in de wet (een “windfall”) en de nieuwe regeling ertoe strekt dit te voorkomen (vgl. punt 81 van het arrest EHRM 23 oktober 1997, nrs. 21319/93, 21449/93 en 21675/93, Building Societies tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:1997:1023JUD002131993, JB 1998/1; EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, M.A. en anderen tegen Finland, ECLI:CE:ECHR:2003:0610DEC002779395, FED 2003/604, en punt 74 van het arrest van het EHRM in de zaak N.K.M. tegen Hongarije). De crisisheffing kan echter niet als een zodanige reparatiemaatregel worden aangemerkt.

2.6.4.
Inhoudingsplichtigen mochten in 2012 tot de eerste aankondiging op 25 mei 2012 van de crisisheffing dan ook in goed vertrouwen (“in good faith”) ervan uitgaan dat zij ter zake van het loon dat door hun werknemers in die periode genoten werd, niet zwaarder zouden worden belast dan volgde uit de toen ter tijd geldende wetgeving. In zoverre heeft de invoering van de crisisheffing gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokken inhoudingsplichtigen geschaad.

2.6.5.
Indien, zoals in het onderhavige geval, de invoering van een nieuwe of zwaardere heffing in strijd is met gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokkenen, is er in beginsel geen sprake van een ‘fair balance’. Dat is slechts anders indien er specifieke en dwingende redenen zijn voor deze aantasting van gerechtvaardigde verwachtingen (vgl. de punten 74 en 75 van het arrest van het EHRM in de zaak N.K.M. tegen Hongarije).

2.6.6.
Dit roept de vraag op of dergelijke redenen aanwezig zijn met betrekking tot de invoering van de crisisheffing. In dit verband moet worden vastgesteld dat de wetgever als gevolg van de aanzienlijk verslechterde economische vooruitzichten voor 2013, het begrotingstekort moest terugdringen (zie onderdeel 4.1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak met nr. 15/00340). De crisisheffing maakte deel uit van een meer omvattend geheel (‘pakket’) aan maatregelen dat daartoe strekte. Daarbij speelde een rol de economische noodzaak om de stabiliteit van de Europese muntunie zeker te stellen. Voorts noopten de voorschriften van het zogenoemde stabiliteits- en groeipact (Verordening (EG) Nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, en de Resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact) tot het nemen van ingrijpende maatregelen.

2.6.7.
Het ‘pakket’ omvatte een reeks van uiteenlopende maatregelen teneinde te bereiken dat een groot aantal politieke partijen daarmee zou instemmen en aldus een politieke meerderheid zou worden verkregen.

2.6.8.
Voor de berekening van het bedrag dat een inhoudingsplichtige in 2013 moest afdragen is uitgegaan van het loon dat de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar 2012 had genoten. Voor deze aanpak werd gekozen vanwege de noodzaak het begrotingstekort in 2013 terug te brengen van de door het CPB verwachte 4,5 percent tot 3 percent. Indien voor de berekening van de pseudo-eindheffing het loon over het kalenderjaar 2013 zou worden gebruikt, zou de heffing pas in 2014 kunnen worden berekend en afgedragen (zie de in onderdeel 4.34 van de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak met nr. 15/00340 aangehaalde wetsgeschiedenis) en zou niet de noodzakelijke bijdrage aan de begrotingsdoelstelling voor 2013 worden geëffectueerd. Het realiseren van deze begrotingsdoelstelling had hoge urgentie in verband met het vertrouwen van de financiële markten en de geloofwaardigheid van Nederland binnen de EU (vgl. onderdeel 4.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak met nr. 15/00340).

2.6.9.
Tevens heeft de wetgever het noodzakelijk geacht om te kiezen voor een regeling die snel kon worden ingevoerd en waarvan de uitvoering door inhoudingsplichtigen en Belastingdienst eenvoudig werd gehouden (zie de in de onderdelen 4.22 en 4.37 van de conclusie van de Advocaat-Generaal in de zaak met nr. 15/00340 aangehaalde wetsgeschiedenis). Deze keuze was gerechtvaardigd gelet op de acute begrotingsnood en het incidentele karakter van de regeling. Als eenvoudig te hanteren maatstaf is gekozen voor het jaarloon van het jaar 2012 als heffingsgrondslag. Ook deze keuze was gerechtvaardigd omdat de aansluiting bij het jaarloon het risico op invoerings- en uitvoeringsproblemen minimaliseerde en de situatie tot die minimalisering noopte. Zulks had tot gevolg dat een werkgever in 2013 zou worden geconfronteerd met een extra last met betrekking tot de hoge lonen die hij op grond van de met zijn werknemers gesloten arbeidsovereenkomsten had betaald in het kalenderjaar 2012, zowel vóór als na de aankondiging van de crisisheffing. Dat aldus ook loon in de heffingsgrondslag wordt betrokken dat vóór die aankondiging is betaald, was aanvaardbaar om reeds in 2013 de noodzakelijke opbrengst zeker te stellen op basis van een eenvoudige regeling.

2.6.10.
De hiervoor geschetste ernstige aard van de begrotingsproblemen, die ertoe noopte om ingrijpende maatregelen te nemen die in 2013 tot vermindering van het begrotingstekort zouden leiden, en de noodzaak om in verband daarmee te komen tot een eenvoudige, goed uitvoerbare regeling, brengen mee dat voldoende specifieke en dwingende redenen aanwezig waren om te komen tot de invoering van de crisisheffing, ook voor zover daarmee wordt geheven over een heffingsgrondslag waarin loon is begrepen dat is genoten vóór de eerste aankondiging van de regeling. Een en ander leidt tot het oordeel dat bij de invoering van de crisisheffing een ‘fair balance’ in acht is genomen.

2.7.1.
Middel V betoogt dat de wetgever door de verlenging van de eenmalige heffing voor het jaar 2014 de ‘fair balance’ heeft geschonden. De wetgever heeft de belangen van de betrokken inhoudingsplichtigen in onvoldoende mate afgewogen tegen het algemene belang, daarbij de betrouwbaarheid van de overheid mede in aanmerking genomen, aldus het middel.

2.7.2.1. In een brief van 1 maart 2013 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 2012-2013, 33 566, nr. 1), weergegeven in onderdeel 5.3 van ’s Hofs uitspraak, heeft de Minister van Financiën uiteengezet dat en waarom voor 2014 aanvullende maatregelen onvermijdelijk zijn om de begrotingsproblematiek voor 2014 en volgende jaren op te lossen. Daartoe was een pakket van maatregelen van in totaal ruim € 4,3 miljard samengesteld. Daarin was € 500 miljoen begrepen uit hoofde van de verlenging met één jaar van de in 2013 ingevoerde crisisheffing.

2.7.2.2. Bij brief van 11 april 2013 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 2012/13, 33 566, nr. 15) informeerden de Minister en de Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitkomsten van een op 11 april 2013 gevoerd overleg met sociale partners, naar aanleiding van voorstellen van de Stichting van de Arbeid in een bij de brief gevoegde nota ‘Perspectief voor een sociaal én ondernemend land: uit de crisis, met goed werk, op weg naar 2020’. Omtrent het hiervoor onder 2.7.2.1 bedoelde pakket van maatregelen luidt de brief (blz. 4-5):

“Kabinet en sociale partners delen de opvatting dat herstel van de overheidsfinanciën ook in 2014 van belang is. Of het aangekondigde pakket daarvoor noodzakelijk is, is op dit moment nog onzeker. Mogelijk trekt de economie later dit jaar aan, waardoor aanvullende maatregelen in 2014 beperkt of zelfs achterwege kunnen blijven. Sociale partners hebben aandacht gevraagd voor deze onzekerheid en hun zorgen uitgesproken voor de ongunstige economische en maatschappelijke effecten die het pakket kan hebben. Tegen die achtergrond is het kabinet bereid deze onzekerheid expliciet mee te nemen door de begrotingsbesluitvorming te faseren. Na overleg met sociale partners is besloten dat het kabinet afziet van het voorgestelde pakket. Het kabinet zal aanvullende maatregelen nemen indien de MEV-raming van het CPB gegeven het saldodoel 2014 daartoe aanleiding geeft.”

2.7.2.3. Op 17 september 2013 is in de miljoenennota (Kamerstukken II, 2013/14, 33 752, nr. 1, blz. 25) medegedeeld dat de crisisheffing toch met een jaar zal worden verlengd als onderdeel van een aanvullend pakket van maatregelen dat in totaal € 6 miljard moest opleveren om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Daarbij is in het bijzonder erop gewezen dat Nederland om “de stabiliteit van de muntunie zeker te stellen (…) sterk hecht aan een adequate en zorgvuldige handhaving van de Europese afspraken”, en dat “het kabinet in het licht van de huidige economische situatie van mening [is] dat met het aanvullende beleidspakket van 6 miljard euro effectief invulling is gegeven aan de aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Het uiteindelijke oordeel hierover is aan de Europese Commissie.” (zie onderdeel 4.19 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

2.7.2.4. Onder verwijzing naar de crisisheffing voor het jaar 2013, waarbij de heffing werd berekend over het loon over het kalenderjaar 2012, wordt de crisisheffing bij de verlenging voor het jaar 2014 berekend over het loon waarover in het kalenderjaar 2013 loonbelasting is geheven (zie onderdeel 4.20 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

De verlenging van de crisisheffing als onderdeel van het Belastingplan 2014 is bij Wet van 18 december 2013, Stb. 2013,565, in het Staatsblad van 23 december 2013 gepubliceerd.

2.7.3.
Hetgeen hiervoor is geoordeeld omtrent de toepassing van artikel 1 EP met betrekking tot de invoering van de crisisheffing voor het jaar 2013 geldt op dezelfde gronden voor de verlenging van de crisisheffing voor het jaar 2014. Ook voor 2014 gold dat het realiseren van begrotingsdoelstellingen een hoge urgentie had in het kader van de stabiliteit van de muntunie, waaraan Nederland binnen de Europese Unie was gebonden. Met de keuze om in dat kader binnen een omvangrijk pakket van maatregelen wederom ook een extra bijdrage in de sfeer van de hogere inkomens op te nemen, heeft de wetgever de hem toekomende, door de rechter te respecteren, ruime beoordelingsmarge niet overschreden.

Ook voor de handhaving van het loon van het afgelopen kalenderjaar als een eenvoudig te hanteren heffingsgrondslag geldt dat die keuze gerechtvaardigd was. Dat daarmee tevens wordt geheven over een heffingsgrondslag waarin loon is begrepen dat is genoten vóór de aankondiging van de verlenging op 1 maart 2013 leidt niet tot strijd met artikel 1 EP. Dat wordt niet anders doordat op 11 april 2013 is afgezien van de aangekondigde maatregelen onder het voorbehoud dat aanvullende maatregelen zouden worden genomen als nadere ramingen voor het jaar 2014 daartoe aanleiding zouden geven, zoals inderdaad is geschied.

De omstandigheid dat de crisisheffing voor 2013 was ingevoerd als regeling met een eenmalig karakter betekent niet dat de verlenging van die regeling voor 2014 op die grond in strijd komt met artikel 1 EP.

2.7.4.
Gelet op hetgeen hiervoor in de onderdelen 2.7.2 en 2.7.3 is overwogen faalt middel V.

2.8.
Het hiervoor overwogene laat onverlet dat de crisisheffing, welke op het niveau van de regelgeving niet heeft geleid tot schending van artikel 1 EP, onder omstandigheden kan leiden tot een individuele en buitensporige last. In het kader van de onderhavige proefprocedure is daarop echter uitdrukkelijk geen beroep gedaan.

2.9.1.
Middel VI betoogt dat sprake is van schending van artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR omdat de crisisheffing leidt tot een ongeoorloofde ongelijke behandeling van gelijke gevallen.

2.9.2.
Bij de beoordeling van dit middel wordt het volgende vooropgesteld. Artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR verbieden niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een redelijke en objectieve rechtvaardiging ervoor ontbreekt. Dit betekent dat alleen sprake is van discriminatie indien het gemaakte onderscheid geen gerechtvaardigde doelstelling heeft of indien er geen redelijke verhouding bestaat tussen de maatregel die het onderscheid maakt en het daarmee beoogde gerechtvaardigde doel (zie EHRM 29 april 2008, nr. 13378/05, Burden and Burden tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2008:0429JUD001337805, NJ 2008/306). Hierbij verdient opmerking dat op fiscaal gebied aan de wetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van de bedoelde verdragsbepalingen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen (vgl. onder meer EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, Della Ciaja en anderen tegen Italië, ECLI:CE:ECHR:1999:0622DEC004675799, BNB 2002/398, en het zojuist genoemde arrest van het EHRM in de zaak Burden, paragraaf 60). Indien het niet gaat om onderscheid op basis van aangeboren kenmerken van een persoon, zoals geslacht, ras en etnische afkomst, dient het oordeel van de wetgever daarbij te worden geëerbiedigd, tenzij het van redelijke grond ontbloot is (vgl. onder meer EHRM 12 april 2006, nr. 67531/01, Stec en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2006:0412JUD006573101, RSV 2007/44, paragraaf 52, en EHRM 4 november 2008, nr. 42184/05, Carson en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2008:0316JUD004218405, paragrafen 73 en 80). Dit laatste kan niet snel worden aangenomen. Het onderscheid moet van dien aard zijn dat de keuze van de wetgever evident van redelijke grond ontbloot is (“manifestly without reasonable foundation”, zie EHRM 7 juli 2011, nr. 37452/02, Stummer tegen Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2011:0707JUD003745202, paragraaf 89, met verdere verwijzingen).

2.9.3.
Zoals hiervoor reeds is uiteengezet heeft de wetgever bij de vormgeving van de crisisheffing gekozen voor een regeling waarvan de uitvoering door inhoudingsplichtigen en Belastingdienst eenvoudig werd gehouden. Als eenvoudig te hanteren maatstaf is gekozen voor het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarover in het voorafgaande kalenderjaar met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b van de Wet op de loonbelasting 1964 belasting is geheven, voor zover dat loon in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 150.000.

Aldus heeft de wetgever gekozen voor een objectief en praktisch criterium dat niet van iedere redelijke grond is ontbloot. Een heffingsmaatstaf waarbij tevens rekening zou moeten worden gehouden met het aantal uren dan wel de periode dat een werknemer bij een werkgever werkt, zou die doelstelling – een na afloop van het jaar eenvoudig uit de loonboekhouding af te leiden heffingsgrondslag – ernstig compliceren. Datzelfde geldt voor de klacht dat eindheffingsbestanddelen tot de heffingsgrondslag zouden moeten worden gerekend.

2.9.4.
Ook voor de keuze van de wetgever om de heffing te beperken tot hoge lonen uit tegenwoordige dienstbetrekking – en loon uit vroegere dienstbetrekking niet in de crisisheffing te betrekken – geldt dat de belastingwetgever met die keuze is gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsmarge.

2.9.5.
Voor zover het middel klaagt over een ongelijke behandeling omdat niet wordt geheven van ondernemers of resultaatgenieters met een inkomen van meer dan € 150.000, en evenmin van vennootschappen met een winstomvang van € 150.000 of meer, miskent het dat uitdrukkelijk is gekozen voor een heffing van inhoudingsplichtigen. Een ongelijke behandeling tussen werknemers die in 2013 een loon genoten van meer dan € 150.000 en andere (rechts)personen met een hoog inkomen, doet zich niet voor. Werknemers worden immers feitelijk noch in economische zin (door verhaal) in de crisisheffing betrokken.

2.9.6.
Uit hetgeen hiervoor in de onderdelen 2.9.2 tot en met 2.9.5 is overwogen volgt dat de bij de vormgeving van de crisisheffing gemaakte keuzes niet evident van redelijke grond ontbloot zijn en dat de wetgever de hem op fiscaal gebied toekomende ruime beoordelingsmarge niet heeft overschreden. Ook middel VI faalt derhalve.

2.10.
Aangezien alle middelen falen dient het cassatieberoep ongegrond te worden verklaard.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.

Hilger Administratie is uw partner in Bedrijfsadministratie, loonadministratie en Incassoservice

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wat er verandert vanaf 1 januari 2020

    Wet arbeidsmarkt in balans (WAB): wat er verandert vanaf 1 januari 2020 Vanaf 1 januari veranderen de regels rond arbeidscontracten en ontslag. Dit is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans. Dit is relevant voor werkgevers en werknemers. Zo gaan werkgevers vanaf 1 januari een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract. Payrollwerknemers krijgen een betere rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en oproepkrachten krijgen meer zekerheid op werk en inkomen.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Download hier het nieuwe handboek loonheffingen van 1 juli 2019

    Download hier het nieuwe handboek loonheffingen De Belastingdienst heeft een nieuwe en actuele pdf van het ‘Handboek Loonheffingen 2019’ uitgebracht In deze uitgave zijn de wijzigingen tot 1 juli 2019 verwerkt. Het betreft [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Nieuwe btw-regeling vouchers

    Vanaf 1 januari 2019 gelden nieuwe regels met betrekking tot vouchers. Het betreft de implementatie van een nieuwe Europese richtlijn. Die richtlijn heeft tot doel de behandeling van vouchers in [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    De 10 belangrijkste aandachtspunten aangifte inkomstenbelasting 2018 deel 2

    Vanaf 1 maart kunnen wij voor u de aangifte inkomstenbelasting (IB) doen voor het belastingjaar 2018. In 2 handreikingen zetten we de 10 belangrijkste aandachtspunten onder elkaar. Restant persoonsgebonden aftrek [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    De 10 belangrijkste aandachtspunten aangifte inkomstenbelasting 2018 deel 1

    Vanaf 1 maart kunnen wij voor u de aangifte inkomstenbelasting (IB) doen voor het belastingjaar 2018. In 2 handreikingen zetten we de 10 belangrijkste aandachtspunten onder elkaar.Restant persoonsgebonden aftrek (PGA)Eigen woning [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Persoonsgebonden aftrek

    Met onderstaande is het vrij eenvoudig om veelgemaakte fouten in de persoonsgebonden aftrek te voorkomen. De Belastingdienst ziet in de praktijk dat bij de persoonsgebonden aftrek in de aangifte inkomstenbelasting [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Hoe bereken je de MKB winstvrijstelling en geldt deze ook voor u

    Op 1 januari 2007 is de Mkb-winstvrijstelling ingevoerd. Doel is om de ondernemingsactiviteiten en de doorgroei van de ondernemingen te belonen. De regeling moet ook nieuwe ondernemingsactiviteiten bevorderen. Na het [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Niet meer dan 500 km privé maar toch bijtelling auto

    Het is mogelijk dat de werknemer in een kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer (km) privé rijdt met de auto van de zaak, maar toch een bijtelling krijgt. Dit kan [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Belastingplan 2019 dit moet u weten

    Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer. In dit artikel lichten we voor u de belangrijkste (fiscale) wetswijzingen per belastingmiddel eruit. Inkomstenbelasting Schijven box 1: [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Incassoprocedure bij de rechtbank

    Betaal bij terechte incasso zo snel mogelijk Als u van ons kantoor een aanmaning of sommatie ontvangt waarin gemeld wordt dat op korte termijn een incassoprocedure wordt gestart, vraag uzelf [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Wat betekenen de codes die de belastingdienst gebruikt voor aangiftes en aanslagen

    Wat betekenen de codes die de belastingdienst gebruikt voor aangiftes en aanslagen? Op aanslagen en aangiftes van de belastingdienst zijn vaak codes te vinden, deze codes geven informatie over het [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    De 10 belangrijkste stappen om je voor te bereiden op de Algemene Verordening Gegevensbescherming AVG

    De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de 10 belangrijkste stappen ter voorbereiding op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) of GPDR op een rijtje gezet. Zo kunnen organisaties zich beter voorbereiden op de [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    De aangifteperiode IB voor belastingjaar 2017 is weer begonnen lees hier 10 aandachtspunten

    De aangifteperiode IB voor belastingjaar 2017 is weer begonnen, wat hebben we nodig zodat wij voor je aan de slag kunnen? Lees hier de 10 belangrijkste aandachtspunten. 1. Onderlinge verdeling [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Parkeren en dan treintje rijden om gratis naar buiten te glippen wordt zo wel heel erg duur

    Denk je dat er midden in de nacht toch niemand kijkt bij het naar buiten rijden uit de parkeergarage dus je waagt de gok, je rijdt vlak achter je voorganger. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2018

    Het ministerie van Financiën geeft online een overzicht van de belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2018. Het gaat om wijzigingen op het gebied van de inkomstenbelasting, loonbelasting, schenk- en erfbelasting, belastingen op milieugrondslag, autobelastingen, vennootschapsbelasting, btw en accijns. Hierna treft u een overzicht aan van een aantal van de belangrijkste wijzigingen, het volledige overzicht vindt u via onze website.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Waar moet een goede rittenadministratie aan voldoen

    Wanneer je de zakelijke auto niet voor privédoeleinden wil gebruiken, is er de mogelijkheid om bij de Belastingdienst een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ aan te vragen. Lees hier meer over hoe je precies een sluitende rittenadministratie moet bijhouden.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Teruggave door oninbare vordering

    Vanaf 1 januari 2018 is het eenvoudiger om BTW terug te vragen over zogenaamde ‘oninbare vorderingen’. Vorderingen die één jaar na het verstrijken van de uiterlijke betaaltermijn nog niet zijn betaald worden aangemerkt als oninbaar. Dit houdt een formele versoepeling in van de oude procedure. Waar eerst de BTW via een apart verzoek bij de Belastingdienst moest worden teruggevraagd, kan dit nu bij de reguliere aangifte en kan dit worden teruggevraagd zodra de vordering ouder dan een jaar is. Indien de vordering alsnog (gedeeltelijk) wordt voldaan moet wel weer de daarover verschuldigde omzetbelasting worden afgedragen.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    De 15 Verschillen tussen Beschermingsbewind en WSNP Bewind

    In de schuldhulpverlening wordt vaak gesproken over “bewindvoering”. Soms wordt er gesproken over “beschermingsbewind” en andere keren over “WSNP-bewind”. Er zijn inderdaad 2 vormen van bewindvoering: WSNP-bewind (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) en Beschermingsbewind. Alle twee worden uitgevoerd door een professional die zich “bewindvoerder” noemt. Dit kan tot heel veel verwarring leiden.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Download hier het nieuwe handboek loonheffingen

    In deze uitgave zijn de wijzigingen tot en met 30 september 2017 verwerkt.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Download hier het nieuwe Handboek Ondernemen voor startende en kleine ondernemers

    De Belastingdienst heeft het ‘Handboek Ondernemen 2017’ gepubliceerd. Het handboek is voor iedereen die een onderneming wil starten of al een onderneming heeft, en zelf zijn administratie doet.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Digitaal procederen: dagvaarding wordt oproepingsbericht

    De dagvaarding, de oproep om bij de rechter te verschijnen, bestaat per ingang van 1 september bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland niet meer bij civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro. Vanaf die datum is het bij die 2 rechtbanken in deze zaken verplicht digitaal een rechtszaak te starten en te voeren. Bij civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro is het verplicht een advocaat in te schakelen. De dagvaarding wordt in deze zaken vervangen door het ‘oproepingsbericht’.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Welke gegevens moeten er op een factuur staan?

    In bepaalde situaties bent u verplicht een factuur uit te reiken, geldt deze verplichting voor u? Dan vermeldt u op uw facturen altijd de volgende basisgegevens. Weet u wat de basisgegevens zijn die op uw factuur moet staan? Lees hier ons artikel.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Vaak denkt het MKB dat het zich niet loont om een kleine vordering uit handen te geven

    Vaak denkt het MKB dat het zich niet loont om een kleine vordering uit handen te geven. Voor de in te dienen vordering geldt echter geen minimum bedrag. Meerdere kleine facturen samen zijn immers ook een behoorlijke schadepost.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Knopen doorgehakt over btw-heffing privégebruik auto

    De Hoge Raad heeft vandaag, op 21 april, uitspraak gedaan in de 4 proefprocedures over de heffing van omzetbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak.

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Onrechtmatige daad en schending van het auteursrecht

    Onrechtmatige daad, inbreuk auteursrecht, publicatie foto zonder toestemming van maker, ontbreken van naamsvermelding, schade, geleden verlies en gederfde licentievergoeding, tarieven Stichting Foto Anoniem, vergoeding werkelijke proceskosten, artikel 1019 Rv

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Pakket Belastingplan 2017: Doorgaan op de ingeslagen weg

    Inkomstenbelasting Schijven, tarieven en heffingskortingen box 1: Inkomen uit werk en woning Het gecombineerde tarief (IB en PH) in de 1e schijf blijft gelijk. In de 2e en 3e schijf stijgt het tarief met 0,40%. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Huurkosten aftrekbaar voor thuiswerkende zelfstandige

    Zelfstandigen mogen de huur van hun woonhuis blijven opvoeren als aftrekpost. Staatssecretaris Wiebes ziet in een uitspraak van de Hoge Raad geen aanleiding om de wet aan te passen. De Hoge Raad oordeelde dat een [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Ik wilde slagen voor het CBR-examen

    Verslag van een rechtszitting; Op de rol: 'Ik wilde slagen voor het CBR-examen' De schrijver dezes zakte eind jaren 80 4 keer voor zijn theorie-examen. Wij zaten in een klas en keken naar een scherm. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Dienstbetrekking eindigt niet door huwelijk werkgever – werknemer

    De Centrale Raad van Beroep (CRvB) verklaart dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen een echtgenote en de onderneming/haar man, en dus van een arbeidsovereenkomst. Een vrouw is vanaf 29 mei 2000 werkzaam als [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Miljoenen uitspraken uit Europese landen nu online doorzoekbaar

    Het is sinds kort mogelijk om online te zoeken in ruim 4 miljoen nationale en Europese uitspraken die voorzien zijn van een European Case Law Identifier (ECLI). Door deze nieuwe zoekmachine wordt rechtspraak over de [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 17-02-1995, NJ 1996, 471 Mr Mulder qq CLBN

    Casus Connection Technology BV (hierna: 'Connection') heeft zich in het kader van kredietverlening door Credit Lyonnais Bank Nederland (hierna: 'CLBN') onder meer verplicht haar bestaande en toekomstige vorderingen op derden aan de Bank te verpanden. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 22-05-1992, NJ 1992, 526 Bosselaar Interniber

    Casus Fw art. 42 (nieuw en oud), 43 (oud) Faillissementspauliana. Benadeling schuldeisers. Vermogen gefailleerde per saldo niet verminderd. Verweerster in cassatie Interniber handelt in caravans; op 12 nov. 1984 heeft zij Montana Caravan BV opgericht [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 17-02-1978, NJ 1978, 577 Landgoed Kraaijbeek

    Rechtsvraag Brandverzekering naar herbouwwaarde zonder verplichting tot herbouw. Is de verzekeraar gehouden naar herbouwwaarde af te rekenen, wanneer de verzekerde niet herbouwt? Essentie In het cassatiemiddel wordt terecht niet aangevoerd dat het zgn. indemniteitsbeginsel - [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 12-08-2005, RvdW 2005, 92 Groenemeijer Payroll

    Essentie In de lagere rechtspraak en in de literatuur is de laatste jaren veelvuldig gedebatteerd over de vraag in hoeverre een schuldeiser door de schuldenaar gedwongen kan worden medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldeisersakkoord. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 22-04-2005, RvdW 2005, 62 Reuser qq Postbank

    Casus Gelegde beslagen vervallen indien de beslagene failleert, zo bepaalt artikel 33 Faillissementswet. Toch betekent dat niet dat daarmee alle rechtsgevolgen van de beslaglegging worden tenietgedaan. In deze zaak was ten laste van een rekeninghouder [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 31-03-1989, NJ 1990, 1 Vis qq NMB

    Casus Een girale betaling wordt voltooid door de bijschrijving op de rekening van de schuldeiser. In dit arrest ging het om een girale betaling door de schuldenaar verricht vóór de dag van de faillietverklaring en [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 22-04-1994, NJ 1994,624 taxusstruik

    Casus Broen en Hulsbosch zijn buren. De tuin van Broen grenst aan één zijde aan een weiland van Hulsbosch. Dit weiland is omheind: de omheining is voorzien van een afrastering van gaas. In de tuin [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 04-01-1991, NJ 1991, 608 Van Dale Romme

    Casus Romme die als hobby beoefent het oplossen van onder meer kruiswoordpuzzels en cryptogrammen en het maken van anagrammen, heeft al deze trefwoorden (tezamen met naar zijn zeggen nog enige duizenden woorden die hij van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 12-05-2000, NJ 2001, 300 Jansen Jansen (verhuizing)

    Casus In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: (i) Op 10 mei 1994 heeft Wendy haar zuster Monique op haar verzoek geholpen met het inrichten van haar nieuwe woning. (ii) Deze woning is gelegen [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 03-01-1964, NJ 1965, 16 Tante Bertha

    Casus Tante Bertha had in 1949 een huis met erf verkocht aan een neef met bepaling dat betaling en transport zouden plaats vinden vóór of op 1 januari 1970, terwijl de koper bij eerder overlijden [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 22-02-2002, NJ 2002, 240 Kindertaxi

    Casus Op 9 april 1992 komt de vijfjarige dochter van verweerster bij een verkeersongeval om het leven. Zij reed op haar fietsje op het woonerf en werd daarbij aangereden door een achteruit rijdende taxibus. Deze [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 03-04-1987, NJ 1988, 275 L & L Drenth

    Casus In dit arrest ging het om een vordering tot vergoeding van letselschade (van Drenth) die het gevolg was van een verkeersfout van een automobilist die bij L & L tegen aansprakelijkheid was verzekerd. In [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 10-02-1978, NJ 1979, 338 De nieuwe Matex

    Casus Murochem B.V., handelaar in olieproducten, heeft een kredietovereenkomst met de First National City Bank. Tot zekerheid voor het te verstrekken krediet draagt Murochem aan de bank in fiduciaire eigendom over haar volledige voorraad vloeistoffen. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 02-04-1976, NJ 1976, 450 Modehuis Nolly

    Casus De man en de vrouw zijn op 9 november 1948 buiten elke gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. De vrouw heeft ingevolge de huwelijkse voorwaarden het beheer over haar roerende en onroerende zaken en [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 08-06-1973, NJ 1974, 346 Nationaal Grondbezit Kamphuis

    Casus Nationaal grondbezit - de aanbesteder - heeft een werk in Malden aanbesteed aan Kerstens - de aannemer. Kamphuis - de leverancier - heeft bouwmaterialen, stenen en klinkers verkocht aan de aannemer en heeft ze [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 12-01-1968, AA 1968, 144 Teixeira de Mattos

    Casus Mulder en Peijnenburg hadden certificaten Nillmij aan Teixeira in open bewaargeving gegeven, te weten Mulder 1 certificaat en Peijnenburg 3 certificaten. Volgens de tot 1 januari 1966 op de rechtsverhouding tussen pp. toepasselijke Algemene [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 19-05-1995, NJ 1996, 119 Keereweer qq Sogelease

    Casus 'Sale and leaseback' houdt in dat de lessee de betreffende goederen overdraagt aan de leasemaatschappij, die de goederen vervolgens 'terugleast' aan de lessee. Het fiduciaverbod van art. 3:84 lid 3 BW verbiedt overdracht tot [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 02-12-1937, NJ 1938, 353 Lentse schutting

    Casus Er bestaat een ruzie tussen twee buren, waarop een van de twee een schutting van 2 meter hoog op de erfafscheiding plaatst, De andere buurvrouw is het hier absoluut niet mee eens en stapt [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 02-04-1937, NJ 1937, 639 Berg en Dalse watertoren II

    Essentie Deze uitspraak van de Hoge Raad borduurt voort op een eerdere uitspraak in deze zaak! De zaak werd vervolgens terugverwezen naar het hof. Het hof oordeelde echter, na terugverwijzing door de Hoge Raad, dat [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 13-03-1936, NJ 1936, 415 Berg en Dalse watertoren I

    Casus Dit arrest van de Hoge Raad vloeit voort uit een burenruzie tussen de heren Van Stolk en Van der Goes. Van Stolk had een uitweg naar de Holleweg via een voetpad, dat ze beiden [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 16-03-1976, NJ 1973, 74 Stikke Trui

    Casus De vereniging tot behoud van natuurmonumenten was voornemens, een haar toebehorende zandafgraving ter beschikking te stellen als stortplaats voor huis- en containervuil, afkomstig van de Agglomerratie Arnhem. Twee leden van de vereniging, die nabij [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 30-01-1914, Krul

    Rechtsvraag Komt de eigenaar van een goed een vordering wegens onrechtmatig handelen toe, wanneer een ander door zijn gedragingen weliswaar de eigenaar niet in diens eigendom materiële schade toebrengt, maar hem wel het genot van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 21-02-1997, NJ 1999, 145 Wrongful Birth

    Casus In deze zaak vorderen de ouders een schadevergoeding omdat ze menen dat het kind ten onrecht is geboren omdat de vrouw gesteriliseerd was door de eileider door middel van een ringetje af te knellen. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 22-10-1999, NJ 2000, 159 Koolhaas Rockwool

    Essentie Productaansprakelijkheid: art. 1401 (oud) BW en art. 6:162 BW: zorgvuldig fabrikant; halfproducten en eindproducten; onderzoekplicht; informatieplicht. Het in het verkeer brengen van een product dat schade veroorzaakt bij normaal gebruik voor het doel waarvoor [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 01-10-1999, NJ 2000, 207 Geurtzen Kampstaal

    Casus Kampstaal (onderaannemer) beroept zich tegenover Geurtzen (aannemer) op de exoneratie van art. 13 der Metaalunievoorwaarden. Op de in april 1993 door Kampstaal uitgebrachte offerte staat vermeld dat op al haar overeenkomsten de Metaalunievoorwaarden van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 19-09-1997, NJ 1998, 6 Assoud Nationale Sporttotalisator

    Essentie Voorop moet worden gesteld dat de in de derde afdeling van de vijfde titel van Boek 6 BW neergelegde regeling betreffende algemene voorwaarden ertoe strekt de rechterlijke controle op de inhoud van zodanige voorwaarden [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 14-06-2002, NJ 2003, 112 Bramer Hofman Beheer

    Casus Algemene voorwaarden; samenloop regeling inzake onredelijk bezwarend beding met die inzake beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Essentie Dat de rechtsgevolgen van de bepaling van art. 6:233 sub a BW inzake onredelijk bezwarende bedingen en [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 17-04-1970, NJ 1971, 89 Grensoverschrijdende garage

    Casus Kuipers had op zijn perceel een garage gebouwd die, naar later bleek, over de gehele diepte van ongeveer zes meter de grens met het naastgelegen perceel van De Jongh met circa 70 centimeter overschreed. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 14-06-1996, NJ 1997, 481 De Ruiterij MBO

    Essentie Het Ruiterij-arrest geeft nadere invulling aan de geciteerde zinsnede van Valburg/Plas. De Hoge Raad overweegt (r.o. 3.6, 2e al.) dat gerechtvaardigd vertrouwen van een belanghebbende partij in de totstandkoming van een overeenkomst "niet onder [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 06-05-1926, NJ 1926, 721 Vas Dias Salters

    Essentie Toedoen-vereiste: achterman/onbevoegde vertegenwoordiging. De achterman, pseudo-vertegenwoordigde, kan niet gebonden raken door het enkele optreden van de persoon die zich voordoet als zijn vertegenwoordiger. De onbevoegde persoon bindt de pseudo-vertegenwoordigde slechts als de schijn van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 03-03-1905, W8191 Blaauboer Berlips

    Casus De gebroeders Berlips hadden bij openbare veiling op 8 augustus 1881 een aantal bouwpercelen verkocht, waarop vervolgens woningen werden gebouwd. Bij de veilingakte hadden de gebroeders Berlips zich verplicht om op het terrein gelegen [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 20-09-2002, NJ 2004, 171 Van der Wal Duinstra

    Casus Duinstra is eigenaar van een boot welke wordt gestolen, Duinstra doet aangifte. De boot wordt teruggevonden in de loods van Van der Wal. De boot is door de dief in bewaring gegeven bij Van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Vzr Rb Almelo 10-03-2004, LJN AO5654, 62691 KGZA 50 Brommobiel

    Casus Eiser heeft bij gedaagde op 25 april 2002 een nieuwe brommobiel gekocht voor een bedrag van € 12.375,-. Dit voertuig heeft vanaf de dag van de aankoop gebreken gehad. Gedaagde heeft enkele gebreken hersteld, [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 12-06-1970, NJ 1971, 203 Philippens Omsa

    Rechtsvraag Wanneer is men te goeder trouw ex art. 7:42 BW ten aanzien van het recht van reclame ex art. 7:39 BW? Essentie De enkele omstandigheid dat de derde-verkrijger (C) op de hoogte is van [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 23-09-1994, NJ 1996, 461 Kas Associatie Drying

    Casus Drying, Soundy en Effectenkantoor zijn deelgenoten in het door Kas-Associatie aangehouden verzameldepot van effecten RCMA (voluit: NV Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam). Directeur van Effectenkantoor was P. van Loosbroek, aan wie door Drying en door [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 13-05-2005, RvdW 2005, 72 Baby XL Amstel Lease Maatschappij

    Casus In deze zaak hadden partijen een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot computerapparatuur. Hierin was een beding opgenomen op grond waarvan de verhuurder ingeval van surseance van betaling van de huurder het recht had de [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 25-03-2005, RvdW 2005, 49 Gemeente Bedum Huizingh

    Casus Uit een benzinetank op het bij Huizingh in gebruik zijnde perceel stroomt een hoeveelheid benzine naar het naastgelegen aan De Vries toebehorende perceel. De Gemeente, gewaarschuwd door De Vries, saneert de bodem. Voor de [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 11-03-2005, JOR 2005, 169 Idee 2 Project Furniture

    Casus In zijn arrest van 11 maart 2005 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag in hoeverre wetenschap van een handelsagent kan worden toegerekend aan de onderneming die door de agent wordt vertegenwoordigd. [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 04-03-2005, RvdW 2005, 36 Esso Alberts en Bartol

    Casus P. Jager was eigenaar van een perceel waarop tot 1974 door Esso een benzinestation werd geëxploiteerd. Het perceel is vervolgens tweemaal verkocht. De eerste koper heeft na verkrijging van een bouwvergunning een woning op [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 11-03-2005, RvdW 2005, 39 Rabobank Stormpolder cs

    Casus Bij derdenbeslag wordt een vordering getroffen tot zekerheid waarvan een zakelijk zekerheidsrecht is verstrekt, in dit geval hypotheek. Rechtsvraag Kan de beslaglegger het hypotheekrecht uitoefenen? Essentie De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Bij [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 04-11-1988, NJ 1988, 244 Shell Van Dooren

    Casus Shell laat aan een pomphouder een dwangsom opleggen bij overtreding van (o.a. veiligheids-) voorschriften. Zo vulde hij bijv. ongekeurde Butaanflessen met Propaan. Shell vreesde ook dat haar goede naam hierdoor in opspraak zou kunnen [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 16-10-1987, NJ 1988, 850 Driessen Van Gelder

    Casus Van Gelder heeft bij Driessen zijn zending van juwelen voor f 100.000,- per zending verzekerd. Nu heeft Van Gelder de opdracht aan Driessen gegeven dit bedrag te verhogen tot f 200.000,- per zending. Driessen [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 12-04-1985, NJ 1985, 867 Holland Korstanje

    Casus Dubbele verzekering. Art. 277 K niet van toepassing op aansprakelijkheidsverzekering. Korstanje is jegens een derde aansprakelijk voor de schade door deze geleden als gevolg van een aanrijding die Korstanje als door de eigenaar gemachtigd [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    Ben. Gerechtshof 05-10-1982, NJ 1984, 72 Juicy Fruit

    Casus Wrigley stelt als rechthebbende op het merk ' Juicy Fruit' dat het bedrijf Benzon een merk ( 'Juicy') gebruikt dat overeenstemt met haar merk in de zin van art. 13 onder A eerste lid [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 06-11-1981, 1982, 567 Bloedprik

    Casus Grove onzorgvuldigheid Ten behoeve van een onderzoek naar eventuele bloedarmoede is op een dag bloed afgenomen van de 15-jarige Pascale. Na het bloed afnemen zit zij een tijdje op een stoel. Als ze dan [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 07-12-1979, NJ 1980, 290 Slooppand

    Casus Dwaling Een eigenaar van een pand in Den Haag verklaart zich schriftelijk bereid om het pand aan de gemeente te verkopen. In deze akte wordt de gemeente het alleenrecht gegeven om het pand te [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 17-02-1978, NJ 1978, 577 Landgoed Kraaijbeek

    Casus Brandverzekering naar herbouwwaarde zonder verplichting tot herbouw. Rechtsvraag Is de verzekeraar gehouden naar herbouwwaarde af te rekenen, wanneer de verzekerde niet herbouwt? Essentie In het cassatiemiddel wordt terecht niet aangevoerd dat het zgn. indemniteitsbeginsel [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 13-12-1968, NJ 1969, 174 Cadex AEH

    Casus Aansprakelijkheid voor gebruikte zaken. Het bedrijf AEH geeft aan Hessing de opdracht om de fabriekshal een schoonmaakbeurt te geven. Het bedrijf geeft daarbij aan dat Hessing maar zelf moet weten welk middel hij voor [...]

  • Hèt Administratiekantoor met Incassoservice voor de ZZP'er en het MKB

    HR 30-11-1945, NJ 1946, 62 De Visser Harms

    Casus Na het overlijden van dhr. Harms ontstaat onenigheid over de erfenis tussen zijn kinderen en mevrouw Harms III. Dhr. Harms had namelijk een levensverzekering voor zijn vrouw afgesloten en had bij zijn werkgever gebruik [...]